Koerden na vier jaar uit Turkije terug naar Irak

ANKARA, 3 OKT. Het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN (UNHCR) is bezig vrijwel alle 18.000 Noordiraakse vluchtelingen terug te brengen, die sinds de gifgasaanval op de Koerdische stad Halabja in 1988 in opvangkampen in Zuidoost-Turkije verblijven. De afgelopen weken zijn de eerste 9.400 Noordirakezen al naar hun dorpen in de provincie Dohuk teruggekeerd.

Het UNHCR heeft voor de repatriëringsoperatie ruim 3 miljoen gulden uitgetrokken. De vluchtelingen (overwegend Koerden) krijgen, afhankelijk van de omvang van het gezin, voor twee maanden voedsel en geld mee om zich in leven te houden en bouwmaterialen aan te schaffen. De internationale organisaties Shelter Now en Caritas ondersteunen hen bij de bouw van tijdelijke onderkomens, waarbij enige haast is geboden omdat de winter voor de de deur staat. Tussen 1985 en 1990 werden meer dan 4.000 Koerdische dorpen in Noord-Irak op last van het bewind in Bagdad verwoest.

Een delegatie van het Koerdische parlement in het de facto autonome Noord-Irak bezocht in augustus de drie opvangkampen in Zuidoost-Turkije om de vluchtelingen er toe te bewegen terug te keren. Ook de Koerdische leiders Jalal Talabani en Massoud Barzani hebben hen opgeroepen Turkije te verlaten nu de Koerden de controle over hun eigen gebied voeren. De hoop is dat als de repatriëringsoperatie in Turkije slaagt ook de Noordiraakse Koerden die nog in Iran bivakkeren, er toe kunnen worden overgehaald naar hun dorpen terug te keren.

Een medewerker van het UNHCR in Diyarbakir, in het Turkse Zuidoosten, verwacht dat er uiteindelijk maar enkele honderden Noordiraakse vluchtelingen in Turkije achter zullen blijven. De verwachting is dat deze grotendeels in Silopi (aan de Turks-Iraakse grens) worden ondergebracht, waar nog zo'n 2.500 Noordiraakse verblijven die na de Koerdische opstand in l991 naar Turkije uitweken en weigerden terug te keren nadat de geallieerden een "veilige thuishaven' hadden opgezet in Noord-Irak. Hun totale aantal (1.000 zitten in een kamp bij Sivas in Noord-Turkije en nog eens 4.000 hebben een tijdelijke verblijfsvergunning) bedraagt 7.500.

De achterblijvers gokken er op door Westerse landen te worden opgenomen. Nog geen 1.000 lukte dat in de afgelopen jaren. De Golfoorlog zette een streep door de plannen van verschillende landen, met name de VS, om grote groepen Noordiraakse Koerden een nieuw vaderland te bieden. Toezeggingen om de vluchtelingen alsnog op te nemen, blijven vaag omdat men eerst wil afwachten hoe de repatriëring verloopt.