Koele kikker Van Dijk maakt gebruik van zijn kansen bij Dutch Open

DEN BOSCH, 3 OKT. De Nederlandse badmintonselectie is voor het eerst sinds jaren bij de mannen weer vertegenwoordigd in de halve finales van een internationale titelstrijd. Daarvoor zorgde bij de Dutch Open in Den Bosch Jeroen van Dijk, die sterker was dan de Indonesiër Budisantoso en de Maleisiër Yong Hock Kin.

In het gedevalueerde evenement waren Van Dijk en zijn grote concurrent Chris Bruil beiden getipt voor een plaats bij de beste vier. Bruil faalde tegen de Deen Espersen. Maar Van Dijk, de meest koele kikker van de twee, maakte wel gebruik van de hem geboden kansen. In de concurrentieslag tussen de twee leeftijdsgenoten (21 jaar) lijkt hij bezig een definitief gat te slaan.

De nationale titel ging al naar de Rotterdamse dienstplichtig militair en ook op de Nederlandse ranglijst houdt hij Bruil op afstand. De manier waarop Van Dijk bezig is, kan de vergelijking met Eline Coene doorstaan. Nederlands beste speelster van de laatste tien jaar heeft al geruime tijd geleden een voortreffelijk privébegeleiding opgebouwd. Van Dijk heeft dat model opgepikt en op zijn manier vormgegeven.

“Ik heb dankzij de Rotterdamse Sportstichting de beschikking over twee trainers. Met hen werk ik minstens twee dagen per week. Daarnaast maak ik gebruik van de trainingsfaciliteiten van de bond en van mijn club in Oosterhout”, zegt Van Dijk. Met Huub Franssen zegt hij een goed zakelijk contact te onderhouden, maar in de praktische uitvoering laat hij zich weinig gelegen liggen aan de nieuwe bondscoach: “Ik heb helemaal niets tegen Franssen, maar die staat in zijn eentje voor een trainingsgroep van twintig man. Individuele begeleiding is dus per definitie onmogelijk.”

Vandaar dat hij op elke centrale training verschijnt met in zijn ene hand zijn sporttas en in zijn andere hand een koffer met trainingsschema's. Op deze manier wil Van Dijk proberen de top te bereiken. Inmiddels is hij een geduchte subtopper in Europa. Hij drong afgelopen seizoen door tot de top-dertig van de wereld.

Bovendien kwalificeerde Van Dijk zich, samen met Bruil, voor de Olympische Spelen in Barcelona. De plaatsing werd echter niet gehonoreerd, vooral omdat de badmintonbond zonder slag of stoot akkoord was gegaan met een extreem hoge eis van het NOC. Van Dijk toont zich in de meeste opzichten een prof. Niet altijd echter waar het zijn inkomsten betreft. Hij kreeg immers een aantrekkelijke aanbieding van de Bundesligaclub Düsseldorf, maar legde dat naast zich neer. “Ik zie het niet zitten om naast de trainingen en wedstrijden ook nog eens regelmatig weekeinden naar Duitsland te moeten. Dat is toch slopend. Het is jammer van het geld, want ik kon er aardig verdienen, maar voor mijn carrière zie ik alleen maar nadelen.” Van Dijk trekt financieel zijn eigen plan: “Ik ga wel op eigen kosten naar de open kampioenschappen van Duitsland en Denemarken. Die toernooien wil ik toch spelen, en dan financieer ik dat maar zelf. De bond doet het niet.”Het succes in Den Bosch, waar hij vandaag aantreedt tegen de favoriete Indonesiër Suprianto, komt opvallend vroeg. Van Dijk had bij aanvang van de wedstrijdenreeks door enkele kleine blessures en zijn dienstplicht een fikse trainingsachterstand.

    • Ted van der Meer