Jeugdig elan bij Koninklijk Ballet van Vlaanderen; Enthousiasme voor Barocco

Gezelschap: Koninklijk Ballet van Vlaanderen. Programma: ß8ß8Carnaval. Choreografie: Ib Andersen; muziek: Robert Schumann; begeleiding: Patrick Hiketick. ß8Spent Passions. Choreografie en kostuums: Danny Rosseel; muziek: Paul Sculthorpe. ß8Concerto Barocco. Choreografie: George Balanchine; muziek: Johann Sebastian Bach. ß8ß8Swing Time. Choreografie: Peter Anastos; muziek: Jack Hylton Orchestra; toneelbeeld: Roger Bernard; kostuums: Patricia vander Stappen. Gezien: 1/10 Casino, Den Bosch. In Nederland nog te zien: 6/10 Hoogeveen, 7/10 Nijmegen, 15/10 Rotterdam, 16/10 Hengelo, 17/10 Stadskanaal, 19/11 Eindhoven, 26/11 Terneuzen, 28/11 Middelburg, 11/12 Veenendaal.

Het Koninklijk Ballet van Vlaanderen is een regelmatig terugkerende gast in Nederland waar het vooral met de avondvullende, op de klassieke leest geschoeide balletten een groot en enthousiast publiek trekt. Dat geldt voornamelijk de steden in de regio. De grote theaters in de Randstad hebben geen belangstelling voor de Belgische groep. Waarschijnlijk omdat men daar toch meer in het internationaal befaamde, grootschalige, dan wel in het vernieuwende meer moderne dansrepertoire geïnteresseerd is. Naast Giselle en Cinderella brengt het Ballet van Vlaanderen dit jaar ook een gemengd programma onder de titel Barocco, waarschijnlijk zo genoemd omdat Balanchines sublieme Concerto Barocco een van de onderdelen is. Dat werk wordt door de lichtvoetige dansers technisch zeer bekwaam en exact uitgevoerd, maar mist de abstractie en extravagantie in lijnen die bij Balanchines stijl horen. Het is te charmant, te liefelijk. Charmant en liefelijk is ook het door de Deense sterdanser Ib Andersen gemaakte Carnaval, een serie duetten en soli, gezet op Schumanns gelijknamige compositie voor piano. Andersen - jarenlang solist bij het New York City Ballet - is geen begenadigd choreograaf. Hij rijgt vakbekwaam traditionele bewegingen aan elkaar, lardeert ze met virtuose elementen en dat levert danswerk op dat plezierig is om naar te kijken, maar geen eigenheid of verrassingen toont. Interessanter, hoewel zeker niet wereldbestormend is Danny Rosseels nieuwe werk Spent Passions op muziek van de Australische componist Paul Sculthorpe. Thema is het ondergaan en de beheersing van passies, verleidingen die tot passies leiden en de invloed van maatschappelijke normen op het beleven ervan. Rosseel gebruikt voor dat thema één man, twee vrouwen (één in het wit en één in het zwart) en een "koor' van drie uitdagende meisjes die de verleiding symboliseren. Echt duidelijk en helder wordt het gegeven niet uitgewerkt, doch Rosseel weet wel spanning op te bouwen, geeft de twee vrouwen gevarieerde, fraai-lijnige bewegingsthema's en laat de man dansen met de armen gestoken in lange mouwen die in elkaar overlopen en hem soms letterlijk lijken in te binden en soms zijn bewegingen juist verlengen en vergroten.

Een verrukkelijke uitsmijter is Peter Anastos' Swing Time, een hommage aan de dansstijl uit de jaren dertig, zoals die geïntroduceerd werd door Fred Astaire en Ginger Rogers. Anastos heeft de essentie van de stijl uitstekend weten te treffen en zijn choreografie is inventief, heeft vaart en stelt pittige eisen aan het technisch kunnen van de dansers. Die wisten daar best raad mee, want een van de grootste troeven van het gezelschap is het jeugdige elan en de kwaliteit van die dansers, met opvallend zuiver en rap voetenwerk bij de meisjes, sprong- en draaikracht bij de mannen en trefzekere virtuositeit bij beide. Chris Roelandt, Jan Vandeloo, Hiroco Sakakibara en Lucinda Tallack-Garner zijn de uitblinkers.