Italiaanse partijen bang voor de kiezers; Verkiezingen uitgesteld na winst van protestpartijen in het noorden

ROME, 3 OKT. Hoe lang nog, Bettino Craxi, Arnaldo Forlani en andere protagonisten van een regime dat 45 jaar heeft geduurd? De oude leiders wankelen, onder kritiek van partijgenoten die zeggen dat ze hun tijd hebben gehad, onder kritiek van de kiezers die massaal weglopen.

Het weekblad L'Espresso zette ze vorige week op de voorpagina. Portretten met daaroverheen geschreven “Wanted” en de toelichting: “Degenen die de lire hebben vernietigd.” De financiële crisis heeft de rotte plekken in het politieke systeem onbarmhartig blootgelegd. De toch al gehavende en gebarsten pilaren staan nu volledig op instorten.

De socialistische leider Craxi heeft de afgelopen weken met een vaste regelmaat geklaagd: over een komplot tegen hem, een komplot tegen de partijen, een komplot tegen de democratie, een komplot tegen de lire. Heel de wereld zweert tegen hem samen.

Maar de wereld luistert niet meer. Door het corruptieschandaal in Milaan benadert zijn geloofwaardigheid het nulpunt. De ineenstorting van de lire, het gevolg van jaren vrolijk uitgeven door de staat, heeft er nog eens aan herinnerd dat Craxi in zijn gouden jaren als premier, 1983-87, nauwelijks iets heeft gedaan aan de structurele problemen die nu aan het licht komen. Voor de columnist Giorgio Bocca zijn de verklaringen van Craxi en van de christen-democratische leiders “stemmen uit het hiernamaals”.

Na maanden van aarzeling is Craxi's pupil Claudio Martelli, minister van justitie, begonnen aan de vadermoord. Hij is vorige maand voor het eerst openlijk in verzet gekomen tegen de man die al zestien jaar de partij met ijzeren hand bestuurt en ieder dissident geluid meteen bestraft met een politieke banvloek.

Gisteren hebben Martelli en zijn medestanders de handschoen op tafel geworpen. Zij willen een partijcongres, meteen, en het doel is duidelijk: Craxi moet weg, want hij heeft niet in de gaten dat het schip aan het zinken is.

Iets vergelijkbaars is aan de gang in de christen-democratische partij, al is het politieke drama hier minder groot, want de christen-democraten zijn gewend aan een fikse ruzie in eigen huis. Maar nu gaat de strijd niet tussen de verschillende stromingen, die van partijsecretaris Forlani, van Andreotti, van de machtige Gava, van partijvoorzitter Ciriaco De Mita. De strijd gaat tussen oud en nieuw.

Forlani heeft de handdoek al in de ring gegooid. Eind volgende week komt de nationale raad van de christen-democratische partij bijeen om zijn opvolger als partijsecretaris te kiezen. De beste kaarten heeft Mino Martinazzoli. Qua leeftijd, zestig jaar, hoort hij bij de oude garde, maar politiek gezien niet omdat hij altijd zijn eigen weg is gegaan en zich verre heeft gehouden van smeergeld en vriendjespolitiek. Mario Segni, leider van een beweging voor politieke vernieuwing die door de partijen heen loopt, zou vice-secretaris worden.

Een paar maanden geleden zouden deze veranderingen nog zijn begroet als een teken dat de partij serieus wil vernieuwen. Martinazzoli en de zo'n twintig jaar jongere Segni zijn alom gerespecteerde politici. Maar nu blijft de twijfel, want de partij heeft zichzelf niet uit vrije wil hervormd, maar omdat het niet anders kon. Handhaving van de huidige leiding zou politieke zelfmoord betekenen, zo diep is het vertrouwen in de regeringspartijen gedaald.

"Mantua' is het symbool van deze crisis. Bij de tussentijdse provinciale verkiezingen die daar afgelopen weekeinde zijn gehouden, keerde bijna de helft van de mensen die twee jaar terug op de christen-democraten of de socialisten hadden gestemd deze partijen de rug toe. En dat in een land waar tot voor een paar maanden geleden politieke beweging nog werd gemeten in tienden van een procent.

De kiezers in Mantua hebben massaal gekozen voor het protest. De Lega Nord en een vergelijkbare protestpartij die in de slipstream mee koerst, kregen samen veertig procent van de stemmen. Dat betekent dat die kiezers niet meer geloven in geleidelijke veranderingen, in aanpassingen of correcties, maar roepen om de bulldozer van de Lega. Dat die partij geen precies bouwplan heeft is niet zo belangrijk: het oude moet weg, zo snel mogelijk.

Als er nu verkiezingen zouden worden gehouden, zou de Lega onbedreigd de grootste partij worden in Noord-Italië, de economische motor van het land. De Lega is een partij zonder kader, met als enige bindmiddel wat slogans tegen "Rome' en voor regionale autonomie. Maar zij vormt een enorme bedreiging omdat zij een uitlaatklep biedt voor de rauwe, ongefilterde kreten van woede over jaren van wanbeleid, corruptie, vriendjespolitiek en persoonlijke verrijking.

In twee jaar tijd is de Lega in Mantua gestegen van tien naar 34 procent, en er is geen reden om te denken dat het elders in het noorden anders zou zijn. In een poging de partij te beteugelen, hebben christen-democraten, socialisten en ex-communisten in broederlijke vereniging gisteren in de Kamer besloten andere geplande lokale verkiezingen uit te stellen. Officieel is de reden dat eerst een wet moet worden aangenomen die de directe verkiezing van een burgemeester mogelijk maakt. Buiten het parlement stonden betogers “dieven, dieven” te roepen. Het is duidelijk dat de drie traditionele partijen bang zijn voor de kiezer.

Ook de ex-communistische Democratische Partij van Links PDS staat niet te springen om verkiezingen. In Mantua kon zij zich nog redelijk handhaven. Maar de PDS heeft veel krediet verloren: ook zij was betrokken bij het corruptieschandaal in Milaan, ook zij heeft meegewerkt aan en meegeprofiteerd van het uitgeeffestijn van de overheid. Als medeplichtige in de jaren van wanbeleid hoort volgens velen ook PDS-leider Achille Occhetto thuis in het rijtje "oude' politici dat weg moet.

Binnen de PDS is een groep jongere politici in opkomst rondom Massimo d'Alema, de tweede man van de partij. Veel van de oppositie van Occhetto tegen de bezuinigingsplannen van Amato is bedoeld om D'Alema wind uit de zeilen te nemen.

Maar Occhetto blijft er niet in slagen zich te presenteren als de man van de vernieuwing. D'Alema wel: die is een openlijke flirt begonnen met Martelli om te kijken of er niet toch gepraat kan worden over een linkse alliantie, iets wat hun politieke vaders steeds hebben gedwarsboomd.

Terwijl de kiezers in het noorden laten weten dat ze er genoeg van hebben, groeit de sociale onrust over de ingrijpende bezuinigingsplannen van premier Amato. Dezelfde partijen die hebben geprofiteerd van jaren van wanbeleid, vaak met grote persoonlijke fortuinen, presenteren nu de rekening aan het volk.

De bezuinigingen zouden heel wat makkelijker te verteren zijn als de machten achter de troon van Amato zouden worden weggehaald, en wel voor iedereen zichtbaar. Als wij moeten betalen, vinden veel Italianen, moeten de verantwoordelijke politici ook betalen, met hun vertrek.

Amato heeft geprobeerd enige afstand te nemen. In het verleden werden de belangrijkste kabinetsbesluiten genomen in onderhandelingen tussen de partijsecretariaten. De afgelopen weken heeft Amato wat macht terug weten te winnen en zich losser opgesteld tegenover de vier partijen die samen zijn kabinet dragen.

Maar uiteindelijk is Amato gestuurd door Craxi en Forlani. Hij zal zeker de steun krijgen van Martinazzoli en van Martelli, als die slagen met hun rebellie. Maar de kans is groot dat de roep om politieke vernieuwing niet ophoudt bij de partijleiders, maar ook het kabinet zal treffen.

    • Marc Leijendekker