"Ik ben partijlid, maar ik zal onafhankelijk functioneren'; Vice-voorzitter VVD over nieuwe baan als burgemeester:

DEN HAAG, 3 OKT. De nieuw benoemde burgemeester van Utrecht, mr. I.W. Opstelten, beschouwt zijn huidige functie als directeur-generaal Openbare Orde en Veiligheid bij het ministerie van binnenlandse zaken als een “caesuur in een burgemeesterscarrière”.

Toen hij in 1972 op 28-jarige leeftijd burgemeester werd van het Drentse Dalen was hij korte tijd de jongste burgemeester van Nederland. Daarna volgde in 1977 de benoeming tot burgemeester van Doorn en, drie jaar later tot burgemeester van Delfzijl. In 1987 week Opstelten af van het gebaande bestuurderspad: hij werd topambtenaar op het departement van binnenlandse zaken.

“Daar heb ik toen ook lang over moeten nadenken,” zegt Opstelten nu. Het burgemeesterschap heeft hij “altijd al zeer aantrekkelijk gevonden” wegens de veelzijdigheid van de functie en het veelvuldige contact met mensen. “Dat ligt ook in mijn aard. Iedereen zegt dat ik wat meer een bestuurder ben dan een politicus of ambtenaar. De functie van directeur-generaal heeft ook veel bestuurlijke kanten.” Al tijdens zijn studie Nederlands Recht aan de Leidse Universiteit, die hij in 1969 afronde, stond zijn besluit vast: hij wilde burgemeester worden. Op dat doel werd de hele studie ingericht.

Toch vertrekt u enigszins onverwachts. U bent een van de hoofdverantwoordelijken voor de reorganisatie van de politie en die is volgend jaar pas klaar.

“De vacature Utrecht was er ook heel plotseling. Eigenlijk vind ik het iets te snel. Maar ik vind Utrecht een aantrekkelijke stad. Groot en met veel problemen. Als ik nu niet de kans greep, wist ik zeker dat ik het nooit zou worden. Het zou me beter zijn uitgekomen als die post pas over anderhalf jaar was vrijgekomen na afronding van de politie-reorganisatie. Aan de andere kant liggen de hoofdlijnen nu wel vast. Veel komt nu aan op de regiokorpsen zelf.”

Hoe denkt u als vice-voorzitter van de VVD politiek te gaan functioneren. Uw partij vormt in de Utrechtse raad en in het college een kleine minderheid.

“Zeker, ik ben VVD'er én burgemeester, maar ik zal volstrekt onafhankelijk functioneren. Als burgemeester heb ik mijn eigen onafhankelijke positie boven de partijen. Dat is ook de reden waarom ik tegen een gekozen burgemeesterschap ben. Als voorzitter van de gemeenteraadsvergadering heb ik ervoor te zorgen dat die raad functioneert. Daar mogen partijpolitieke belangen niet tussen zitten. Natuurlijk zal uit een aantal keuzen die ik straks maak duidelijk blijken dat ik VVD'er ben. Daar ben ik altijd al voor uitgekomen en daar ben ik ook trots op. Maar mijn partijlidmaatschap heeft me bijvoorbeeld ook nooit verhinderd loyaal te dienen onder PvdA-minister Dales. Mijn burgemeesterschap beschouw ik als hoofdfunctie. Als de partij dingen van mij zou vragen die daarmee in strijd zijn, doe ik ze niet. Overigens loopt mijn termijn als vice-voorzitter volgend jaar in mei af.”

De Groen Links-fractie in de Utrechtse gemeenteraad is uit de vertrouwenscommissie gestapt toen zij zagen aankomen dat er louter uit VVD-mannen gekozen kon worden. Wat gaat u tegen hen zeggen?

“Tot Groen Links zou ik zeggen dat ik niet verantwoordelijk ben voor mijn eigen benoeming. En ik ben inderdaad geen vrouw. Daar kan ik allemaal niets aan doen. In de profielschets voor de vacature stond dat bij gelijke geschiktheid de voorkeur zou worden gegeven aan een vrouw. Maar er was geen vrouw die meedeed.”

De schijn kan makkelijk ontstaan dat u invloed hebt kunnen uitoefenen op uw benoeming. U bent topambtenaar op het departement waar over burgemeestersbenoemingen wordt beslist. En als vice-partijvoorzitter zou u wellicht de VVD-lobbyist in de Tweede Kamer, Jorritsma, en Bolkestein hebben kunnen beïnvloeden.

“Geen sprake van. De vice-voorzitter van de VVD kent een aantal mensen, waaronder ook Jorritsma en Bolkestein. Maar datzelfde geldt voor de andere kandidaten. Ik heb zelf het initiatief genomen om te solliciteren. Daar is geen lobby aan te pas gekomen. Bovendien gaat zo'n benoeming via de commissaris der koningin, de vertrouwenscommissie van de gemeenteraad, de minister van binnenlandse zaken en de ministerraad. Ik zie daarbij weinig VVD'ers zitten.

“In mijn functie als directeur-generaal Openbare Orde en Veiligheid heb ik verder geen enkele bemoeienis met burgemeestersbenoemingen. Mijn collega Jansen, die gaat over het openbaar bestuur, doet dat en dat zijn strikt gescheiden circuits. Ik ben zelfs roomser dan de paus in die zin dat ik ook niet in de afgelopen periode heb geïnformeerd naar de stand van zaken. Wel ben ik af en toe opgeschrikt door kranteberichten. Pas afgelopen dinsdag kreeg ik van de Utrechtse commissaris der koningin bericht dat ik op de voordracht stond. En donderdagmiddag hoorde ik pas van de minister dat zij van plan was mij voor te dragen in de ministerraad. Je weet niets en je vraagt daar ook niet naar. Zo gaat dat.”

    • Frank Vermeulen