Hollands Dagboek: PAUL SCHRADER

De Amerikaanse scenarioschrijver en filmregisseur Paul Schrader werd geboren op 22 juli 1946 in Grand Rapids, Michigan. Schrader studeerde aan de UCLA (University of California Los Angeles), was filmcriticus voor de "Free Press' in Los Angeles, hoofdredacteur van het blad "Cinema' en schrijver van de scenario's van ondermeer "Taxi Driver', "Raging Bull' en "The Last Temptation of Christ'. Hij regisseerde en schreef de films "American Gigolo', "Cat People' en "Mishima'. Op de gisteren afgesloten Nederlandse Filmdagen in Utrecht werd een retrospectief aan het werk van Schrader gewijd, afgelopen zondag hield hij de "Cinema Militans-lezing'. Deze week is zijn nieuwste film "Light Sleeper' in Nederland uitgebracht. Schrader is getrouwd en heeft twee kinderen.

Vrijdag 25 september

De uitnodiging om dit jaar de Cinema Militans-lezing te komen houden biedt mij en mijn gezin de gelegenheid een lang gekoesterd plan te realiseren: een tocht door het "Oude Land', want zo noemden ze Nederland toen ik klein was.

Leonard Visser, mijn grootvader van moederszijde, is omstreeks 1905 uit Leens in Groningen naar de Verenigde Staten geëmigreerd. Er was toen al een bloeiende Nederlandse gemeenschap in centraal westelijk Michigan - in plaatsen als Grand Rapids, Zeeland, Holland en Muskegon. In mijn kinderjaren ging het verhaal dat grootvader, die immers verstand had van dijken, drassige grond had ontgonnen en daar selderij was gaan verbouwen. Zijn naam werd geamerikaniseerd tot Fisher. Laatst las ik dat in de streek waar hij is weggetrokken later aardgas is ontdekt, zodat er geen armoede meer heerst. Dan heeft hij met zijn nazaten mooi aan het kortste eind getrokken, want met die selderij hield het niet over.

In deze emigrantenwereld draaide alles om de Christian Reformed Church, een afsplitsing van de Gereformeerde Kerk. Nog in de jaren vijftig, toen ik klein was, hadden we zondagmiddagdiensten in het Nederlands. We waren allemaal doordrongen van onze Nederlandse identiteit. Nederlandse gebruiken werden in ere gehouden, er kwam oudhollands eten op tafel, met de ""plaatselijke bevolking'' kon je je beter niet inlaten en bijna alle moppen gingen over van die echte Hollanders van vroeger, want onze voorouders waren de kit die de gemeenschap bijeen en het geloof sterk hield en die ons het gevoel gaf dat we iets bijzonders waren: een uitverkoren boerenvolk.

Mijn vader, Charles Schrader, van onbestemde Duitse komaf, is door mijn moeder, Johanna Fisher, tot de Christian Reformed Church bekeerd, waarna hij tot haar gemeenschap is toegetreden. Net als de bekeerde lichtekooi werd hij strenger in de leer dan de mensen die erin waren grootgebracht. De naam van Johannes Calvijn was ons thuis zeker zo vertrouwd als die van Mozes of Jezus.

Morgen verwacht ik mijn vrouw Mary Beth Hurt en onze kinderen Molly van acht en Sam van vier. Na de lezing in Utrecht op zondag maken we met een busje een rondreis door het noorden, over Arnhem, Apeldoorn, Kampen, Giethoorn, Steenwijk, Assen, Groningen, Leens, Beetsterzwaag, Workum, Enkhuizen, Volendam en Amsterdam.

Zaterdag

Ik wandel door Utrecht. Wat een vertrouwde koppen allemaal! Het ene gezicht na het andere roept een naam bij me op - Steensma, Terbraak, Van der Molen en ga zo maar door. Het is of ik in mijn oude schooljaarboek blader. Alleen weet ik nu hoe ze er allemaal over dertig jaar uit zullen zien. Ik voel me klein. Ik was vergeten hoe lang Hollanders zijn. Ik weet nog hoe klein ik me voelde toen ik jong was. Later is dat overgegaan.

Geen filmer vergeet ooit zijn eerste liefde. Filmers proberen vaak films te maken zoals de eerste films waarop ze verliefd werden. Zo vergaat het iedereen. Het is dus maar goed dat mijn vrouw en kinderen zijn aangekomen; ze halen me uit mijn dagdromen over de frisse jonge vrouwengezichten, die herinneringen wekken aan oude vlammen uit mijn puberjaren.

Bij aankomst gaven de organisatoren van de Nederlandse Filmdagen mijn vrouw een verjaardagstaart en mijn kinderen ieder drie cadeautjes. Ik krijg een kwaad geweten. Misschien moet ik mijn lezing wat langer maken.

Zondag

Vandaag is de Cinema Militans-lezing. Vanwege bepaalde dingen die ik heb geschreven en een paar films die ik heb gemaakt verwachten de meeste toehoorders dat ik zal spreken over ethiek en film, maar die weg mijd ik liever. Dat kunstenaars films maken over ethiek is prima, maar als ze erover praten gaat het fout. Het loopt er altijd op uit dat de kunstenaar iets verdedigt dat hij niet verdedigen kán - dat hij pleit voor inperking van de individuele expressie en de creatieve vrijheid. In morele kwesties kan een kunstenaar maar beter spreken via zijn werk.

In plaats daarvan praat ik over de technologische toekomst van de film. De film bestaat nu honderd jaar en het wordt tijd voor iets nieuws. In de toekomst zou volgens mij de traditionele ""romantische'' rol van de filmer weleens kunnen veranderen. Ik besef dat het merendeel van mijn gehoor - recensenten, archivarissen - belang heeft bij de status quo. Dat maakt me alleen maar feller. Misschien komen hier in het "Oude Land' mijn slechte kanten boven. Als ik echt stout was, zou ik hier niet eens komen opdagen, dan speelde ik met mijn kinderen in het park.

Lezing gehouden. Ik weet intussen dat applaus niet hetzelfde is als instemming. Na afloop gingen Mary Beth en ik eten met Johanna ter Steege, die we hadden leren kennen via Glenn Close. Ik werd voorgesteld aan een man aan het tafeltje naast ons, die ik voor Paul Verhoeven aanzag. Na een verward gesprekje ging ik weer zitten. ""Dat is niet Paul Verhoeven, maar Paul Cox'', zei Johanna. Ik liep weer naar Cox en bood mijn verontschuldigingen aan. ""Ik dacht dat ú Paul Verhoeven was'', zei hij. Morgen zitten we met z'n drieën in een panel.

Maandag

De panelleden Cox, Schrader en Verhoeven hadden zo te zien niets gemeen. Drie Paulen, elk op een andere weg. Ik vond het zo trouwens interessanter dan wanneer we een soort ""Nederlandsheid'' gemeen hadden gehad. Het is boeiend om te zien hoe drie leeftijdgenoten met een ""eendere'' achtergrond zo totaal verschillend tegen het verschijnsel film kunnen aankijken.

Van Utrecht reden we naar het Openluchtmuseum bij Arnhem en de Apenheul in Apeldoorn. Mijn dochter probeerde de apen te lokken; mijn zoontje bekogelde ze met stenen. Een vreemd oord, deze Zuidoostaziatische "apentempel', overgebracht naar een aardig park in de Lage Landen. Vanavond slapen we in hotel De Keizerskroon bij Het Loo.

Onze contanten vliegen erdoor. De dollar is hier weinig waard - ik vermoed dat ze die dollars thuis als toiletpapier gebruiken - en bovendien kun je in de meeste zaken niet met credit-cards betalen. Je zou zeggen dat het idee van krediet de Nederlanders tegenstaat.

Dinsdag

Zo'n uiterst zorgvuldig en smaakvol gepresenteerde vorstelijke residentie als Het Loo heb ik in Europa nog nergens gezien. Toch dringt zich het oordeel op dat ook Vaclav Havel velde toen hij zijn intrek nam in het koninklijk paleis in Praag, namelijk dat slechte regeringen een slechte smaak hebben. Ik moest mijn dochtertje, dat haar ogen uitkeek, erop wijzen dat wij, als we 200 jaar geleden hadden geleefd, in zo'n Openluchtmuseumschuur hadden gewoond en niet in Het Loo.

Na Giethoorn de weg kwijtgeraakt. Gelukkig is verdwalen in Nederland zoiets als verdwalen op de punt van Manhattan - het is vervelend maar het duurt nooit lang. Ik blijf het gevoel houden dat Nederland een kraakhelder speelgoedlandje is dat door brave kindertjes in elkaar is gezet. Iemand zei dat ik naar de miniatuurversie van Nederland moest gaan kijken, maar waarom zou ik? Ik zit er al middenin.

Vanavond logeren we in de Doelen in Groningen. We zijn met z'n vieren naar de Italiaan gegaan, in de hoop zo het twee uur durende Nederlandse eetritueel te vermijden, maar niks hoor. Probeer twee Amerikaanse kinderen, gewend aan schrokken-en-wegwezen, maar eens duidelijk te maken hoe fijn het is om uren aan tafel te zitten praten.

Woensdag 30 september

We hebben de hele dag kriskras door Noord-Groningen gereden, telkens zomaar een weg ingeslagen. Een volkomen plat landschap, onderbroken door omhoogpriemende torenspitsen. Een landschap waar het oog van de kerk je gemakkelijk vindt.

Ergens zijn we over een landweggetje naar de noordelijkste dijk gehobbeld. Van bovenaf zagen we achter een paar honderd meter slik de Noordzee. Het was doodstil. Op zulke ogenblikken wordt het heel duidelijk: de macht van de elementen, de broosheid van het land, de onverzettelijkheid van de overlevenden en hun behoefte aan een niet minder onverzettelijke godsdienst om hen te sterken.

In Leens hebben we drie uur doorgebracht. Op het kerkhof lagen heel wat Vissers (onder wie Johanna) en verscheidene Huizinga's (de meisjesnaam van mijn grootmoeder van moederszijde). De drogist gaf ons de sleutel van de oude kerk. Drie reformed kerken op een bevolking van 1800 zielen - dit is het "Oude Land'. Eén oud huis draagt het jaartal 1772, maar zo'n sjieke woning heeft mijn familie beslist niet gehad, dan waren ze nooit weggegaan. De plaatselijke VVV laat de bezoekers graag in de waan dat dit huis in hun verleden past. Zo moet het mijn tante dertig jaar geleden ook zijn vergaan, en tussen zien en doorvertellen is het bij onze familiegeschiedenis ingelijfd. Zei de redacteur in The Man Who Shot Liberty Valance niet ""Wanneer de mythe geschiedenis wordt, druk dan de mythe''?

Vanavond slapen we op landgoed Lauswolt. Graag dank ik mijn gastheren van de Nederlandse Filmdagen voor hun gastvrijheid.

    • Vertaling Jaap Engelsman
    • Paul Schrader