Het Cultuurtje van de Fitness

Op bodybuilding kijkt men in de fitness-branche tegenwoordig een beetje neer.

De getatoueerde krachtpatser met een kast vol hormoonpreparaten jaagt de gewone burger maar uit de sportschool. Dubbelgespierde mannen en krachtapparatuur zijn dan ook bij de FIB (Fitness Industry Benelux) Fit! Vakdagen, een driedaagse beurs en congres voor de fitness-branche in Eindhoven, opvallend afwezig. Wat in de reclame overheerst is het atletische figuur: een pezig lichaam, maar net niet tè.

Wat niet wil zeggen dat het "anabole circuit' zich helemaal van de fitness-cultuur heeft losgemaakt. Een sportschoolhouder spreekt met veel waardering over een initiatief van een Californisch health centre. Een 19-jarige klant, die na drie jaar anabolengebruik leed aan leverkanker en impotentie, had de hand aan zichzelf geslagen en zijn verschrompelde penis en scrotum testamentair aan zijn club nagelaten. Bezoekers kunnen zijn legaat nu in een weckfles bezichtigen, ter lering en vermaak.

Fitness bestaat uit "soft-krachttraining', die vaak gecombineerd wordt met "aerobic-workouts'. Bij die laatste trainingen wordt het "anaerobe omslagpunt' vermeden, het punt waar men buiten adem raakt en melkzuur op de spieren wordt afgezet.

Het aantal beoefenaren van fitness in Nederland is naar schatting in vijf jaar verdubbeld: van 500.000 in 1985 tot een miljoen in 1990. Maar sommige doelgroepen zijn nog nauwelijks aangeboord, meent T. Vollering, directeur van de Bodytrend Club, een vereniging van 130 "aerobic, fitness en health centres'. Zo is de huisvrouwenmarkt nog onvoldoende gepenetreerd, “'s Avonds zitten we wel vol, maar in de middaguren hebben we nog vaak lege zalen.” Groei zit ook in de seniorenmarkt; de branche heeft in de 77-jarige Dini ten Wolde een vurig evangeliste voor bejaarden-fitness gevonden. Een potentiële goudmijn vormt ook de bedrijvenfitness. Hier kan worden ingespeeld op de behoefte van bedrijven het ziekteverzuim te drukken.

Een onstuimige groeimarkt leidt onvermijdelijk tot wildgroei. Zoals de videotheken in het begin van de jaren tachtig leden onder een louche imago, zo is dat nu het geval met de circa 1800 sportscholen die Nederland rijk is. Aan de bedrijfsvoering valt nog veel te verbeteren. Volgens een sportschoolhouder doen de meeste sportscholen nog steeds “eenderde zwart en tweederde wit”. Het opleidingsniveau van fitness-docenten loopt sterk uiteen. Voor ongetrainde bezoekers eindigt een bezoek aan de sportschool niet zelden met ontwrichte spieren en ontstoken pezen.

Dat er in de fitness een goede boterham is te verdienen zal iedere ondernemer op de beurs beamen. Voor sportschoolhouders en leraren, maar vooral ook voor de industrie van trainingsmachines, diagnostische apparatuur, sportmode en krachtvoeding. Want de ware fitnesser is dol op hi-tech, en wil het liefst elke wisseling in polsslagritme of huidplooidikte op een monitor kunnen volgen.

Fitness is in de eerste plaats een cultuurtje met eigen mode, voeding en taalgebruik. Voeding bijvoorbeeld luistert zeer nauw. Na de workout kan een fitnesser aan de bar van het "health centre' niet volstaan met suikervrije cola. Het minste is een "Sport-Energy' dorstlesser of een of andere proteïnerijke drank vol melkeiwit. Thuis kan dat nog worden aangevuld met een ampul Pyro-force (reguleert de hormonen), een schep pro-lady afslank (vetverbrander), anti-honger of flow-down (vochtafdrijver). Of met kauwtabletten "Banana-Wham' met hooggedoseerde koolhydraten.

Aan het begin van de "workout' worden de spieren ingewreven met "opwarmingslotion' of bespoten met "cool spray'. Na de workout volgt "muscle tonic' of "cool gel'. Mode is, met name voor dames, van eminent belang. Een verkoopster van Casall Sportswear ziet dit jaar de leggings korter worden, terwijl de invloed vanuit de house-cultuur - verstevigde bustières, glitterstof en felle motieven - blijft toenemen.

Hoe ongetrainder de deelnemers, des te belangrijker een diagnose van de algemene conditie. Er bestaat al een ware diagnostische industrie: computers waarmee aan de hand van pols en ademhaling het anaerobe omslagpunt wordt gemeten en het trainingprogramma individueel wordt afgestemd. De echte liefhebber heeft natuurlijk zelf een hartslagmeter, dehydratiemeter, huidplooidiktemeter en condylen-meter (ter meting van de knieomvang).

Intussen groeit ook het aantal mogelijke "workouts'. Springen en huppelen is niet meer genoeg; op de FIB-vakbeurs organiseren specialisten werkgroepen in Body Contour, Sweat Moves, Hi-Lo Combo en Power Stop. Ook is aerobic in "Aerobic Defense' een vruchtbaar huwelijk aangegaan met de oosterse krijgskunst: veel geschop en felle elleboogstoten, omlijst met rauwe strijdkreten. “Je agressie en woede over de alsmaar toenemende dreiging door criminaliteit komt boven”, schrijft Body Trend Club, die een cursus aanbiedt.

"Step' is nu de grote mode - een soort traplopen zonder trap. Bijkomend voordeel van deze techniek is dat het een geheel nieuwe lijn van speciale step-schoenen met verstevigde hiel en de zogeheten "bodybench' in het leven heeft geroepen. De body bench is een soort voetenbankje, waaraan men ook rubberen ringen kan bevestigen voor gevarieerde rek- en trekoefeningen. Ook wateraerobics is in opkomst. Vroeger heette het watertrappen, nu is er een uitgekiende lijn van Wet Belts en Wet Vests (om te blijven drijven) en Wet Dumbells (om juist zwaarder te worden) in de handel.

In sportscholen maken de halters en gewichten in toenemende mate plaats voor apparatuur voor duurtrainingen. "Pumping Iron' stimuleert de spierontwikkeling, loopbanden, fiets- en roeiapparaten prikkelen hart en longen en zorgen voor een betere algemene conditie. De apparatuur raakt steeds verder gecomputeriseerd. Roeiapparaten zijn nu bijna allemaal voorzien van een monitor, waarin men een eigen trainingsprogramma kan intoetsen. Op het beeldscherm moet men dan opboksen tegen een roeiboot die bestuurd wordt door de computer, eventueel met juichend publiek langs de oevers. Virtual reality in het health centre. “Ik vind het stuk goedkoper om gewoon op een echte fiets of roeiboot te gaan zitten of een eindje te lopen”, meent een bezoekende duursporter. “Maar het is maar wat de gek ervoor geeft.”

    • Coen van Zwol