Gedragskundige zoekt de "bijtdrempel' van honden

UTRECHT, 3 OKT. De testruimte van gedragskundige drs. ing. W. J. Netto biedt een lugubere aanblik. Her en der liggen kunsthanden, met afgerukte knokkels en met gapende scheuren in de handpalm. Een manshoge pop ligt ruggelings voor de deuropening, een gehavende babypop staat vastgespijkerd op een plank met wieltjes. Een cirkel op de vloer geeft aan hoever de kaken van proefhonden reiken wanneer ze zijn aangelijnd. Want in deze ruimte wordt de tolerantiedrempel van honden gemeten, en daarbij is het verstandig afstand te bewaren.

Netto en zijn medewerkers van het ethologisch (gedragskundig) station in Utrecht werken hier al enige maanden aan een agressietest voor hondenrassen. Oorspronkelijk was de test bedoeld om antwoord te geven op de vraag of het verantwoord is om de pitbull te fokken, maar na het voortplantingsverbod voor 'pitbull-achtigen', dat staatssecretaris Gabor (landbouw en visserij) onlangs afkondigde, is deze test voor de pitbull niet meer van belang.

In Nederland worden volgens een onderzoek van Consument en Veiligheid jaarlijks 50.000 mensen door honden gebeten. De grootste boosdoeners zijn de pitbull, de herder en de Rottweiler, maar het ministerie is voorlopig niet van plan iets tegen de laatste twee soorten te ondernemen. Wel heeft het ministerie het gemunt op de (in Nederland zeldzame) Dogo Argentino's, Fila Brasileiro's en Staffordshire terriers. Mevrouw P.C.M. van Egmond van de Multiraciale Molossersclub, een rasvereniging waaronder twee van de drie bedreigde rassen vallen, denkt dat Landbouw bang is dat gefrustreerde pitbullfokkers naar deze honden zullen uitwijken. Een woordvoerder van het ministerie is een andere mening toegedaan: “Het zijn vechthonden, een nurks karakter geldt als officieel raskenmerk.”

Twee jaar geleden wilde staatssecretaris Gabor (landbouw) de drie rassen verbieden, maar na stormachtige protesten uit de kynologische wereld werd besloten een andere strategie te volgen. Honden van de genoemde rassen moeten in de toekomst de agressietest ondergaan. Slagen ze, dan mogen ze zich voortplanten en krijgen ze een "stamboom'. Landbouw hoopt dat die methode ook andere rasverenigingen zal aanzetten agressietesten te introduceren. Netto onderschrijft die visie: “Een hondenras wordt nu alleen gedefinieerd op uiterlijke kenmerken. Daar wint een hond prijzen mee op een kampioenschap, en met winnaars wordt doorgefokt. Ook als het een buitengewoon agressieve reu is.”

Gedragstesten zijn in de kynologie niet onbekend. “De meeste zijn toegespitst op de geschiktheid van een hond voor een bepaalde functie: speurhond, jachthond of waakhond”, zegt Netto. Rasverenigingen maken nu al gebruik van gediplomeerde 'gedragskeurmeesters'. Volgens Netto zijn hun waarnemingen en methoden wisselend van kwaliteit en meestal fragmentarisch gearchiveerd. Ook bestaan er puppietesten, maar brave puppies blijken zich niet zelden tot valse honden te ontwikkelen, en omgekeerd.

Netto en zijn medewerkers hebben tot dusver tweehonderd honden getest, die elk goed waren voor drieduizend gegevens. Zij letten bij de proefhonden met name op dominantie agressie (waarmee de hond zijn plaats in de rangorde bevecht), territoriale agressie en "angst-geïnduceerde agressie'. Angst - door het plotseling binnenkomen van vreemdelingen, abrupte gebaren of lawaai - wordt volgens hem sterk onderschat als bron van agressie: “Angstbijters slaan snel toe en laten ook weer snel los. Ze zetten hun tanden in het eerste lichaamsdeel dat zich aanbiedt. Dominantiebijters hebben de neiging om vast te houden.”

“De onderzoeksvraag is of er rassen zijn, waarin exemplaren met een zeer lage bijtdrempel meer voorkomen dan andere. In de hondenwereld is bijten zeldzaam, want je kan altijd teruggebeten worden. Dreigen is veiliger. We staan met de test dus voor de opgave om iets zeldzaam in de korte testperiode zichtbaar te maken.” Daarbij moet de test zo zijn ingericht dat de hond en de keurmeester geen fysieke schade oplopen en dat de baas erbij kan blijven. Ook moet de test eenvoudig te herhalen zijn.

De meeste onderdelen van de agressietest staan op dit moment al vast. De eerste proef vindt plaats bij de auto van de baas. Bij aankomst wordt de baas verzocht uit te stappen, waarna Netto doet alsof hij zelf de auto willen opendoen. “Een situatie waarin een hond in de auto zit en spelende kinderen de autodeur opendoen, is heel goed denkbaar.” De baas moet vervolgens de hond uitlaten en zich daarbij onthouden van commando's. “Wie laat wie uit, daar letten we op.”

Bij binnenkomst in de testruimte wordt een manshoge pop plotseling omhoog getrokken. Na die proef gaat de hond aan de riem. In het volgende half uur wordt zijn baas schijnbaar bedreigd of onheus bejegend, sluiten andere honden of mensen hem in, wordt hij diep in de ogen gekeken en van zijn speeltjes en voederbak bestolen. Ook maakt hij kennis met de babypop.

Netto voelt zich niet geroepen om vast te stellen in hoeverre een hond van zich af mag bijten tijdens deze serie beproevingen. “Uiteindelijk is het te vergelijken met een APK-test. Deskundigen stellen vast welke onderdelen van de auto aandacht verdienen, het is aan de samenleving om te beoordelen of een beetje roest op de bodem een aanvaardbaar risico vormt.”

En over de toegestane agressiedrempel zal onder kynologen nog pittig worden gediscussieerd. Netto: “De vraag is bijvoorbeeld of een hond mag dreigen of bijten als je zijn voederbak afneemt. Er zijn kynologen die dat gezonde agressie vinden.”

    • Coen van Zwol