FAMILIEKRONIEK

De Berg en het Lam door S. Wijnberg en J. R. Wijnberg-Drievoet 137 blz., geïll., f 50,- Te bestellen bij dr. S. Wijnberg, Van Boshuizenstraat 659, 1082 AZ Amsterdam (tel. 020-6420959).

"Een mensenleven is niet genoeg om grip op het bestaan te krijgen. De zekerheid van het weten werd mij vroeger wel eens gegund, maar met het ouder worden bleef er weinig van over. En het geloof in God of iets anders, heel hoog en mooi, is bij mij nooit stevig aanwezig geweest en nu wel geheel verdwenen.'' Met deze regels begint de 64-jarige sociaal-psycholoog Sylvain Wijnberg zijn in eigen beheer uitgegeven boek De berg en het lam, een joodse familiekroniek. Hij vervolgt met de stelling dat vaste referentiepunten in de toekomst onmogelijk zijn en dat hij daarom in het verleden, bij zijn voorgeslacht, moest zoeken naar wat het dichtst bij zijn eigen leven ligt.

Het boek van Wijnberg en zijn vrouw Chawah Wijnberg-Drievoet geeft een fascinerend relaas van de geschiedenis van de joodse families Wijnberg, Van Saxen, Drievoet en Kleinkramer die tussen 1680 en 1780 Nederland zijn binnengekomen. In het begin van deze eeuw kwamen ze uiteindelijk in Amsterdam te wonen. Oorspronkelijk spraken zij het Jiddisj, meestal in de West-Jiddisje variant dat naast Germaanse en Hebreeuwse wortels veel romaanse elementen bevatte. De vier families oefenden eeuwenlang specifiek joodse beroepen uit; in het jargon van het vooroorlogse jodendom hak, pak en zak (slager, vilder en veehandelaar, textiel en marskramers). Meer sjieke beroepen zoals de geld- of de diamanthandel kwamen in deze families niet voor. Soms wel industriële activiteiten zoals de matze-fabriek die in 1840 door een van Wijnbergs voorvaderen in Hoogeveen werd opgericht.

De berg en het lam is niet het eerste boek van dr. Wijnberg. Eerder schreef hij De Joden van Amsterdam (1967), zijn dissertatie over attitude-verschuivingen onder Amsterdamse joden, en 350 jaar later (1985), een onderzoek over Nederlanders die niet lid waren van enig joods kerkgenootschap maar zich wel als joden beschouwden. Hun laatste boek schreef hij met zijn vrouw in de eerste plaats voor hun twee kinderen. Wijnberg wil er echter meer mee dan alleen zijn nageslacht aan de voorgeslachten herinneren. Zo wil hij met het familierelaas ook aantonen dat men de joodse religieuze tradities in Nederland niet te eenduidig moet opvatten. De joods-kerkelijke traditie laat naar zijn mening geen algemeen beeld zien. Met andere woorden: Nederlandse joden waren in vorige eeuwen niet altijd en overal trouw aan de joodse leer als velen dat nu willen doen voorkomen. Ook duidt Wijnberg op het relatief grote vertrouwen dat veel joden in de Republiek der Zeven Provinciën in plaatselijke niet-joodse autoriteiten hadden. Dat vertrouwen heeft er volgens hem, mogelijk toegeleid dat zoveel Nederlandse joden in de Tweede Wereldoorlog geloof hechtten aan wat hen door niet-joodse autoriteiten werd voorgehouden. Dat kan mede de oorzaak zijn geweest dat zovelen van hen de Holocaust niet hebben overleefd.

    • Frits Groeneveld