Een teruggetrokken natuurschilder

Tentoonstelling: Barrie Cooke, Claocló - een overzichtstentoonstelling. T/m 25 okt. in het Haags Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Di t/m zo 11-17u. Catalogus ƒ 52.50.

Soms kunnen een paar regels biografische gegevens over een schilder waar je nooit eerder van gehoord hebt, sterk tot de verbeelding spreken: “Barrie Cooke, 1931 born in Knutsford, Cheshire, lives in Kilmactranny, Boyle Co. Sligo. 1953 B.A. Art History, Harvard University. 1955 Kokoschka's School of Seeing, Salzburg. 1987 Marten Toonder Award.” Vooral de Marten Toonder Award prikkelt de fantasie. Zou Cooke net zo'n natuurtalent zijn als Terpen Tijn? Een schilder die door zijn kunsthistorische achtergrond bovendien nog degelijk theoretisch onderlegd is? Een geleerde met gevoel voor vibraties in zijn bolle eh....dinges?

Onder de Keltisch titel Claocló - metamorfose - heeft het Haags Gemeentemuseum een overzichtstentoonstelling ingericht met ruim vijftig schilderijen en enkele schetsboeken van deze in Ierland wonende Engelsman.

Iets van Toonder's taalgebruik moet onbewust in de catalogustekst geslopen zijn. Zo merkt Rudi Fuchs op dat het oppervlak in al Cooke's schilderijen trilt, ritselt en beweegt.

Literair ingestelde naturen met een voorkeur voor Noordeuropese atmosferen kunnen in Den Haag hun hart ophalen. Cookes doeken, die het huiskamerformaat niet noemenswaardig overschrijden, getuigen van een ondubbelzinnige liefde voor schilderkunst en natuur. Daarbij passen ze mooi bij deze tijd van het jaar.

“Night Lake Yellow” is een lyrisch, bijna abstract doek waarin Cooke op eenvoudige wijze veel weet te suggereren door de verf voor een groot deel haar eigen gang te laten gaan. De horizon is aangegeven met een geel-oranje streep, aan weerszijden begrensd door donker groen. Het water is weergegeven in forse, licht golvende vegen. De weerspiegeling van de ondergaande zon - die vreemd genoeg aan de horizon zelf ontbreekt - vermengt zich hier en daar met het groen van het water tot herfstige tinten. Lichte en donkere partijen heeft Cooke zo tegen elkaar gezet dat het lijkt alsof er allerlei duistere monsters in deze poel rondspoken.

In een ander doek schilderde hij in veel vastere vormen een majestueuze eland op ranke poten. Zijn reusachtige gewei laat Cooke oplichtend contrasteren tegen een duistere achtergrond. Het dier kijkt je aan in een pose zoals roodwild gewend is te doen als het onraad ruikt: fier rechtop en de ogen op de belager gericht.

Een enkele keer zijn Cooke's kleurencombinaties mij iets te antroposofisch, bijvoorbeeld als hij aquagroen en blauwpaars in elkaar laat overvloeien. Met hier en daar een zondig likje zwart maakt hij het weer ruimschoots goed.

Soms roept zijn werk de sfeer op van de reclames voor herenkleding van Ralph Lauren. Zo is vooral het schilderij “Portrait of the Loungh Derg Pike, Life Size with Relics” (1980) wat genoegzaam en bezadigd. Een natuurgetrouw geschilderde twee meter grote snoek met een nogal kwaadaardige kop is als een trofee tegen een achtergrond van vloeiende groentonen gezet. Aan de onderkant van dit doek hangen kastjes waarin vissersbenodigdheden liggen uit grootvader's tijd.

Cooke leidt een teruggetrokken leven in de natuur. Hij vist, jaagt en schildert. Hij warmt zijn publiek op voor romantische gedachten over een harmonieus samengaan tussen mens en natuur. Het is de sfeer van guur, nevelig weer, zakflacons, groene jacks met capuchon, potloodstompjes tussen kruimels pijptabak, schetsboekjes en vloeiende lijnen. En een warme kachel in een atelier vol geurende schildersmaterialen.

In een belangrijk deel van Cooke's oeuvre lijkt het alsof Willem de Kooning met de jonge Piet Mondriaan - van zijn vroege periode -, samen de kwast vasthielden. Moeizame symboliek en toch lekker gekwast. Spontaan maar toch uitgekiend naar vormen zoekend verbeeldt Cooke thema's als bloeien, verwelken, geboorte en dood. Je hoeft Mondriaans “Stervende chrysant” (1908) slechts een slag met de klok mee te draaien om een frappante gelijkenis met Cooke's “Woman in the Burren” (1963) te ontdekken.

Cooke's meest recente schilderijen wijzen erop dat hij een laatbloeier is. Hoewel het niet direct is af te lezen aan zijn doeken, heeft Cooke zich laten inspireren door de milieuvervuiling in Ierland. De kleuren en vormen uit het verleden zijn van hun taak om sprookjes te vertellen ontslagen en hebben hun keurslijf afgeschud. Nu heerst de anarchie en toont de schilder een eigen gezicht. De romantische opvatting dat de vervaardiging van kunstwerken is voorbehouden aan mensen die ergens zwaar over in zitten heeft het hier uiteindelijk gewonnen.

    • Mark Peeters