De Leeuw van Soestdijk

Toen Louis Napoleon na een snelcursus Nederlands in 1806 in ons land arriveerde, verkondigde hij tot verbijstering der ministers: “Iek ben konijn van Olland.” De nieuwe koning van Holland, jongste broer van keizer Napoleon, vatte het koningschap serieus op en zou uiteindelijk van grote betekenis blijken voor het sociale, wetenschappelijke en culturele klimaat van Holland.

"Lamme Loetje' noemden ze hem in de omgeving van Soestdijk, omdat hij mank liep. Ook zijn ongelukkige huwelijk met de lijdzame Hortense de Beauharnais vormde een bron van spot. Louis Napoleon zocht troost bij zijn hondje Thiel en in een tomeloze regeringsijver.

In de zomer van 1808 bracht hij vanuit Soestdijk een werkbezoek aan Utrecht. Er bleef wat tijd over voor een wandeling over de jaarmarkt en daar stond hij stil bij de kermisattractie "Alpy's Beestenspel'. Een volwassen leeuw in een kooiwagen vormde de grote trekpleister. De koning was gefascineerd door het prachtige dier. Hij bedacht meteen een plan om achter Soestdijk een menagerie in te richten met daaraan verbonden een kabinet van natuurlijke historie en een botanische tuin. Tot onderricht van het volk wilde hij de tuinen openstellen voor het publiek. De leiding over het geheel werd opgedragen aan professor Reinwardt, lid 1e klasse van het door Louis Napoleon opgerichte Koninklijk Instituut van Wetenschappen. De kermisbaas Antoine Alpy kreeg een baan aangeboden als dierenverzorger tegen een salaris van 1600 gulden per jaar. “En waarlijk wierd de koop getroffen en het gansche boeltje wierd verkocht voor 2500 gulden. De jaarmarkt afgelopen zijnde, wierden zij directelijk vervoert op vier lange wagens na Soestdijk.”

De dierenverzameling bestond uit tweeënzestig uitheemse dieren waaronder de leeuw met zijn leeuwin, een tijger, een luipaard, een zebra, een beer, allerlei soorten apen en tropische vogels. De bewoners van het dorp Baarn waren eraan gewend gasten van diverse pluimage op Soestdijk te zien arriveren. Maar wat moeten ze raar hebben gekeken toen de koning met zijn struisvogel, mandrillen en grommende roofdieren kwam aanzetten. De schilder P.G. van Os werd uitgenodigd om een olieverfschilderij van de leeuw te komen maken. Nog voor de eerste bezoekers echter de menagerie hadden bezocht, besloot de grillige koning de dieren over te laten brengen naar Paleis Welgelegen in Haarlem. Op 26 november 1808 vond het transport plaats. In Haarlem kregen de dieren nog geen rust want in de lente moesten ze naar Amsterdam verhuizen, waar dan eindelijk de eerste openbare dierentuin van ons land werd geopend. De koning der dieren had het gereis niet overleefd; een bezoekster die de menagerie bekeek schreef over "Mevrouw Leeuwin, die sinds een jaar weduwe is'. Louis Napoleon kreeg het in deze tijd zwaar te verduren onder de kritiek van zijn keizerlijke broer. "De goede koning' werd uiteindelijk door de keizer tot troonsafstand gedwongen omdat hij Holland te zeer bevoordeelde. In de nacht van 2 juli 1810 verliet de koning in alle stilte ons land. Al zijn dieren moest hij achterlaten, behalve het hondje Thiel. Spoedig werd Holland een deel van het keizerrijk. Napoleon liet de menagerie overbrengen naar het "Musée national d'histoire naturelle' in Parijs. Alleen een schilderij in het Amsterdamse Rijksmuseum herinnert ons nog aan de leeuw van Soestdijk.

    • Thera Coppens