De Britse positie

JOHN MAJOR, de Britse premier, heeft moed verzameld om doortastend op te treden. Hij heeft aangekondigd het Verdrag van Maastricht vòòr Kerstmis ter behandeling aan het Lagerhuis te zullen voorleggen. Britse ratificatie van het verdrag is volgens Major geboden om de geloofwaardigheid van Groot-Brittannië in Europa veilig te stellen.

Deze opmerking kan worden bijgezet als ultieme vorm van Britse zelfspot. Want dank zij de Nederlandse inspanningen op de top van Maastricht bevat het verdrag voor de Europese Unie een uitzonderingsregel voor Groot-Brittannië wat betreft deelname aan het sociale beleid en een ontsnappingsclausule voor het kernstuk, de monetaire unie. Westminster zal dus een verdrag ratificeren waaraan Groot-Brittannië zich goeddeels kan onttrekken.

De hoeksteen van het economische beleid van het kabinet-Major vormde de deelname van het pond aan het wisselkoersmechanisme van het Europese Monetaire Stelsel. Met het pond buiten het EMS blijkt de Britse economische politiek zo doorzichtig als de kleren van de keizer. Major heeft twee jaar geleden, als toenmalig minister van financiën, het pond zonder overleg op een spilkoers van 2,95 D-mark in het EMS gebracht. Aldus hoopte hij de inflatie te beteugelen, het pond te stabiliseren en toch de rente te kunnen verlagen. Dat was nodig voor het herstel van de Britse economie. Maar de overgang van een hoge naar een lage inflatie bleek een pijnlijk proces toen de prijzen van onroerend goed inzakten en de geldontwaarding niet langer de rentelasten verlichtte.

DE RECESSIE waarin Groot-Brittannië in 1990 belandde, heeft na twee jaar niets aan kracht ingeboet. De Britse regering had gehoopt op betere economische tijden waardoor het pond zich in het EMS zou kunnen stabiliseren en de economie zich zou herstellen. Maar wereldwijd bleef de groei haperen en het pond raakte bekneld tussen de Amerikaanse verwaarlozing van de dollar en de Duitse zorgen om de hardheid van de D-mark. Deze zomer was duidelijk dat Major verkeerd had gegokt en dat het pond moest worden aangepast. Bij gebrek aan een beleidsalternatief, volhardde Major in handhaving van de koers van het pond.

Wat volgde was een maand waarin de blunders in de economische politiek zich op elkaar stapelden. Als onervaren deelnemer in het EMS en met een centrale bank die politiek gestuurd wordt, wist de Britse regering zich geen raad toen de financiële markten het pond begonnen te testen. Misverstanden, verkeerd begrepen signalen van de overige EMS-landen en volharding in eigenzinnigheid mondden uit in de desastreuze "zwarte woensdag' 16 september toen het pond uit het wisselkoersmechanisme van het EMS werd teruggetrokken.

DE AFGANG was compleet. Als toegift ontspon zich een bittere ruzie over de schuldvraag tussen Londen en Frankfurt. Norman Lamont, de minister van financiën die als een Schotse terriër voor zijn politieke overleving vecht, probeerde de gewetensvolle president van de Duitse Bundesbank, Helmut Schlesinger, als bliksemafleider te gebruiken voor het Britse falen. Maar nadat bekend werd dat de Bundesbank méér deviezen heeft besteed om het pond binnen het EMS te houden dan om even later de Franse franc te ondersteunen, was duidelijk dat de Duitsers de beheerste partij in de sterling-tragedie zijn geweest.

Premier Major bereidt zich voor op het jaarlijkse congres van de Conservatieve partij en hij staat met lege handen. Zijn minister van financiën is aangeschoten, zijn economische beleid is vergruizeld, zijn Europa-politiek ligt in duigen. Zijn oproep tot Britse ratificatie van "Maastricht' is genoteerd, maar de zorg over de positie van Groot-Brittannië in de Europese Gemeenschap is daarmee niet weggenomen.