Birmese verzetsgroeperingen

Het Birmese verzet tegen het bewind in Rangoon (SLORC) is een amalgaam van 21 grotere en kleinere groeperingen; etnische minderheden, boeddhistische monniken en studenten, die samenwerken in de Democratische Alliantie van Birma (DAB) in Manerplaw. Het geschatte aantal guerrillastrijders van de gezamelijke groepen is 30.000. De alliantie is verre van een eenheid, groeperingen zijn regelmatig met elkaar gebrouilleerd.

De belangrijkste organisaties binnen de DAB zijn:

Karen Nationale Unie (KNU) en haar gewapende tak het Karen Nationale Bevrijdingsleger (KNLA);

Kachin Onafhankelijkheidsorganisatie (KIO);

Het Birmese Democratisch Front van Alle Studenten (ABSDF);

Nieuwe Staatspartij van de Mon (NMSP).

Sinds 1990 verblijven ook vertegenwoordigers van de Nationale Liga voor Democratie (NLD) in Manerplaw. De NLD is een politieke partij van voornamelijk Birmanen, die in mei 1990 de door de militairen uitgeschreven verkiezingen met grote meerderheid won. De uitslag werd naderhand ongeldig verklaard; NLD-leider Aung San Suu Kyi, de winnares van de Nobelprijs voor de Vrede in 1991, heeft al drie jaar huisarrest. In december 1990 richtte de NLD - die inmiddels in verschillende facties uiteen uiteengevallen was - met goedkeuring van de DAB in Manerplaw de Nationale Coalitieregering van de Unie van Birma (NCGUB) op, een schaduwregering.

De tegenstander van het verzet is de militaire junta in Rangoon, die sinds 1988 regeert onder de naam SLORC (Staatsraad voor Herstel van Wet en Gezag). Het leger telt 230.000 manschappen. De junta veranderde in '89 de officiële naam van het land in Myanmar en de hoofdstad in Rangoon, mutaties die nauwelijks zijn ingeburgerd.

De militairen kwamen al in 1962 via een staatsgreep aan de macht, maar tot 1988 had het land ook pro forma nog een regering. In dat jaar leek een massale, vreedzame opstand tegen de militairen succes te hebben, maar op 18 september 1988 maakte het leger hardhandig een einde aan de protesten. Daarbij kwamen ten minste duizend mensen om het leven. De huidige leider is generaal Than Shwe, die in april het roer overnam van Saw Maung. Naar algemeen wordt aangenomen is de man die in 1962 de militaire coup uitvoerde, Ne Win, achter de schermen nog altijd de sterke man.

Niet alle minderheden hebben zich gekeerd tegen het bewind. Het Maung Tai Leger, bestaande uit etnische Shan, heeft onder leiding van Khun Sa in de gouden driehoek van Thailand, Birma en Laos een eigen staatje dat drijft op de opiumhandel. Khun Sa, "de opiumkoning' werkt volgens waarnemers samen met de SLORC in het verhandelen van verdovende middelen. De Shan voeren op gezette tijden strijd met groepen van een andere minderheid die in verdovende middelen handelt, de Wa. Maar sommige groepen onder de Shan en de Wa staan weer sympathiek ten opzichte van de DAB.

In het uiterste westen van Birma, in de staat Arakan, speelt zich een ander conflict af, tussen de moslims (gewoonlijk rohingya's genoemd) en de SLORC, die zegt dat de rohingya's niet behoren tot de 137 "oorspronkelijke' etnische groepen in Birma. Begin dit jaar begonnen SLORC-troepen de rohingya's te vervolgen, waarna 300.000 van hen naar Bangladesh vluchtten.