WVC tegen elke vorm van besnijdenis bij vrouwen

LEIDEN, 2 OKT. Minister D'Ancona (WVC) wil alle vormen van vrouwenbesnijdenis tegengaan. Zij is er niet van overtuigd dat het nuttig is om onderscheid te maken tussen de verschillende ingrepen. Het huidige straf- en tuchtrecht biedt volgens haar voldoende mogelijkheden om tegen het besnijden van vrouwen op te treden.

Zij zei dit vandaag bij de opening van het symposium 'Vrouwenbesnijdenis wereldwijd en in Nederland' dat in Leiden wordt gehouden. Sinds enkele jaren wordt Nederland geconfronteerd met vrouwenbesnijdenis. Dat is het gevolg van de komst van vluchtelingen uit de "Hoorn van Afrika'.

Bij het besnijden van vrouwen kan de ingreep uiteenlopen van incisie, een sneetje in de clitoris, tot infibulatie waarbij eerst clitoris en kleine schaamlippen worden verwijderd en daarna de grote schaamlippen aan elkaar worden gehecht.

In het voorjaar verscheen, in opdracht van het ministerie, een advies van het Centrum gezondheidszorg vluchtelingen over vrouwenbesnijdenis en Somaliese vrouwen in Nederland. Daarin werd onder meer aanbevolen om in de wetgeving wel onderscheid te maken tussen verminkende (infibulatie) en niet verminkende (incisie) vormen van vrouwenbesnijdenis. Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) verklaarde in april zich over deze aanbeveling nader te willen beraden. Volgens d'Ancona is daaruit ten onrechte geconcludeerd dat WVC bepaalde vormen van vrouwenbesnijdenis wil toestaan. “Het zal duidelijk zijn dat het in beraad nemen van genoemde aanbeveling is geschied in het kader van het beleid om vrouwenbesnijdenis uit te bannen”, zo zei zij vanochtend.