Vrouwen bekneld tussen huwelijk en arbeidsplicht

Gemeenten hoeven niet met terugwerkende kracht tot 1 augustus 1992 bijstandsuitkeringen te verhalen op ex-partners. Staatssecretaris Ter veld van sociale zaken heeft de gemeenten, gezien de gebleken uitvoeringsproblemen, deze week een jaar uitstel gegeven. De maatregel zelf blijft echter gehandhaaft.

Het had zo mooi kunnen zijn ... de bijstandswet als vrouwenwet. Negentig procent van de bijstandsgerechtigden is vrouw. Wat lag er meer voor de hand dan dat de sociaal-democratische staatssecretaris, die zowel bijstand als emancipatie in haar portefeuille heeft en die zelf uit de vrouwenbeweging afkomstig is, de kans zou grijpen om voor eens en altijd de economische zelfstandigheid van vrouwen in een wet te garanderen.

Had minister Klomp é bij de behandeling van de Algemene Bijstandswet in 1962-1963 niet gezegd: “Ik wilde een wet maken, waarop iedere burger een beroep kon doen, met opgeheven hoofd, en waardoor hij niet in een atmosfeer zou worden geplaatst die in strijd zou zijn met de vrijheid en de waardigheid van zijn menselijke persoon”. Had niet in de Nota seksueel geweld tegen meisjes en vrouwen in 1984 de toenmalige bewindsvrouw gesteld, dat de economische onafhanklijkheid van vrouwen een onmisbare voorwaarde is bij het tegengaan van seksueel geweld.

Zei niet Nel Barendregt - partijgenote van de huidige staatssecretaris - in 1972 toen gescheiden vrouwen onderwerp van discussie vormden in de Tweede Kamer: “Wij kunnen echter niet van alle wallen tegelijk eten. Wij kunnen niet het stimuleren van betaalbare crèches achterwege laten, niet niets doen aan aangepaste opleidingsmogelijkheden voor vrouwen en tegelijkertijd laks zijn terzake van het maken van een goede uitkeringsregeling voor onvolledige gezinnen”.

Maar men zou wel degelijk van alle wallen tegelijk eten. Sterker nog, concrete veranderingen in de wetgeving die de economische zelfstandigheid van vrouwen betreffen, zijn de beperking van de alimentatieduur tot twaalf jaar, de voorgestelde arbeidsplicht ook voor vrouwen met jonge kinderen en dan nu de kroon op het handjeklap tussen christen- en sociaal-democratie: het verplichte bijstandsverhaal. Daarnaast is het accent op sociale zekerheid als gezinsuitkering voor kostwinners, en dus mannen, ondanks het gepretendeerde streven naar gelijkheid tussen de seksen, versterkt.

Gezien het relatief grote aantal gescheiden vrouwen in de bijstand is de jacht op onderhoudsplichtigen voortdurend geopend. Via het bijstandsverhaal moet de ex-partner het ontgelden, maar ook vermeende huidige partners zijn het doelwit van sociale recherche. Dat wordt heel wat gesluip in de bosjes, want niet alleen de Sociale Diensten hebben belang bij de vangst van een onderhoudsplichtige, maar ook de onderhoudsplichtigen zelf hebben belang bij het aanwijzen van andere onderhoudsplichtigen. De energie die gewezen partners, blijkens het grote aantal straat- en contactverboden dat wordt opgelegd door de rechter, tentoonspreiden - en dan nog zonder financieel belang als drijfveer - stemt niet optimistisch.

En daar ergens, temidden van deze belangenbotsingen, bevindt zich de bijstandsvrouw zonder recht of aanspraak, aan wie telkens de schuldvraag wordt opgedrongen: had ze maar niet moeten scheiden, zegt het CDA; had ze maar moeten gaan werken, meent de PvdA. De ex-partner verwijt haar dat ze niet in haar eigen inkomsten voorziet, de Sociale Dienst is bij wet verplicht haar doopceel te lichten teneinde ex-partners op te sporen.

Van de vrijheid en de waardigheid van de menselijke persoon blijft zo wel heel weinig over.

Om mij heen hoor ik slechts verbijstering over het verplichte bijstandsverhaal. Of men zich nu met de onderhoudsplichtige man of met de opnieuw afhankelijk gemaakte vrouw identificeert, de verontwaardiging is groot en is veelal gekoppeld aan verontrusting over de stilzwijgende manier waarop het wetsvoorstel tot wet is geworden. De tweeslachtige constructie van het verplichte bijstandsverhaal maakt eens te meer duidelijk dat de aanhangers van de arbeidsplicht die elkaar in het huidige kabinet hebben gevonden, weigeren onder ogen te zien welke inkomensderving door alimentatie of bijstand wordt gedekt. Is het direct aan de echtscheiding te wijten dat de vrouw geen inkomen heeft? Of heeft zij tijdens haar huwelijk niet kunnen werken, omdat zij haar handen al vol had en vond haar partner dat wel best zo? Of is zij door gebrek aan opleiding, de heersende werkloosheid of de discriminatie op de arbeidsmarkt niet in staat betaald werk te vinden?

Door het bijstandsverhaal, blijven man en vrouw nog twaalf jaar aan elkaar verbonden. Welke man en vrouw? De vrouw die is weggegaan, omdat zij werd mishandeld of omdat de man een vriendin had? De man die is verlaten? De vrouw die werkloos is door factoren die losstaan van de echtscheiding? De man die een nieuw gezin heeft opgebouwd? Wat te denken van de vrouwen in het onderwijs die volgens de nieuwe CAO bij een baan van achttien uur of meer een aanwezigheidsplicht van vijf dagen hebben opgelegd gekregen? Zij kunnen of hun baan of de zorg voor hun kinderen wel vergeten. Is het de bedoeling dat de gescheiden vrouwen onder hen nu via de Sociale Dienst bij hun partner van jaren her terechtkomen?

Rechters hebben de neiging bijstands- en alimentatiekwesties met de fijnweger te wegen. Persoonlijke omstandigheden, karakters, de omstandigheden van de echtscheiding, het belang bij rust van de ex-partners of de kinderen, het kan allemaal een rol spelen. Onlangs nog wees een rechter in Haarlem het verzoek van de gemeente om bijstandsverhaal bij een ex-partner af, omdat van enige onderhoudsplicht geen sprake was nu de werkloosheid en de echtscheiding geen verband hielden. De Hoge Raad deed in maart een poging de persoonlijke levenssfeer van een bijstandsvrouw te beschermen door te bepalen dat een onderzoek door de gemeente naar “de aard en inhoud van de relatie van samenwonenden in strijd is met het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.”

Van de rechterlijke macht kan geen medewerking worden verwacht aan verhaal op de ex-partner over de periode vóór de verhaalsbeschikking van de gemeente. In het kader van de privacy-bescherming zullen bijstandsvrouwen en hun ex-partners ook veelal de rechter aan hun kant vinden. De verplichting die de gemeenten aan vrouwen moeten opleggen om informatie over partners, voormalige partners en de vader van hun kinderen te geven, is een inbreuk op de privacy die door het doel van de wet niet wordt gerechtvaardigd. Het categorisch weigeren informatie te geven of te betalen en te procederen over iedere zaak zou een effectieve vorm van verzet tegen deze wet kunnen zijn. Maar hoelang zullen de vrouwen dat verzet kunnen volhouden als intussen hun uitkering wordt gekort.

Het ziet ernaar uit dat de menselijke waardigheid weer de vorm zal krijgen van het met opgeheven hoofd de armoede dragen.

    • Heikelien Verrijn Stuart
    • van Nemesis
    • Tijdschrift over Vrouwen