Vrijdag 2; Geen tapijten

De voorhal van het Rijksmuseum op de eerste verdieping is een verkeersplein.

De bezoekers arriveren hier vanuit de twee vleugels van het gebouw, kopen er hun ansichtkaarten, dia's en catalogi, vervoegen zich bij de informatiebalie en verplaatsen zich naar de eregalerij, die loodrecht op deze hal staat. In de verte lokt daar de Nachtwacht. Deze bewegingen vinden tegelijk ook plaats in omgekeerde volgorde. In deze voorhal is het dus altijd onrustig. Bij de renovatie van dit deel van het museum een aantal jaren geleden is deze hal heel sober opgeleverd, zonder dat hij een kloostersfeer kreeg. Het altijd aanwezige menselijke verkeer en de glas-in-loodramen zorgden voor voldoende drukte. Maar zie, de filosofie van de terughoudende voorhal werd al bij voorbaat verloochend. Sinds een paar weken hangen in deze hal vier tapijten. Geen Vlaamse tapijten uit de zestiende of zeventiende eeuw, waarvan het museum er een aantal in het depot heeft, nee, hedendaagse geweven tapijten. Twee hele grote die de toegang vanuit de voorhal naar de eregalerij flankeren en daarnaast nog twee kleinere. De compositie van die grote tapijten is opgebouwd uit vlakken en lijnen. De kleuren zijn geïnspireerd op die van de glas in loodramen er tegenover. De kunstenaar, Harry Boom, heeft in 1988 de opdracht gekregen deze tapijten te maken. Dat gebeurde in het kader van de eenprocentsregeling: één procent van de verbouwingskosten moest besteed worden aan een hedendaags kunstwerk.

De vraag is: waarom tapijten en waarom hier? Dat ze niet vlak hangen en dat de routeborden van het museum het oog afleiden is nog tot daar aan toe. Erger is de volkomen overbodigheid van deze tapijten. Ze voegen niets toe, integendeel ze storen. Ik vermoed dat ze "een dialoog met de ruimte' bedoelen aan te gaan, maar daar zijn ze gewoon niet krachtig genoeg voor. De glas-in-lood-ramen zelf kunnen in hun vervelende statische symboliek al niet op tegen de kunst van de zeventiende eeuw, maar zijn tenminste nog een geïntegreerd deel van het gebouw. De tapijten leggen het af tegen architectuur en schilderkunst. Het is neutrale kunst die past in een moderne kerk, een bezinningscentrum, of in de hal van een grote bank, waar iemand bedacht heeft dat de omgeving mensvriendelijker zou moeten zijn.

In hun volkomen overbodigheid hangen ze daar maar een beetje te hangen. In het beste geval is de aandacht van de bezoekers voor de ansichtkaarten enerzijds en de zuigkracht van de Nachtwacht anderzijds zo sterk dat ze niet opvallen. In dat geval kunnen ze met een gerust hart weer worden verwijderd.

    • Roelof van Gelder