Van de eenhoorn krijg je een punthoofd

De eenhoorn is een paard met een lange dunne witte hoorn die midden uit zijn voorhoofd groeit. Maar als je in het woordenboek kijkt, of in een encyclopedie, dan lees je dat dat dier helemaal niet bestaat. Het zou een fantasiedier zijn.

Hoe kan dat nou?

Een dier, een mens, een ding, kortom alles wat bestaat, dat kan je zien, of pakken, of horen of ruiken. Maar betekent dat dan ook dat alles wat je niet kan pakken of zien of ruiken of horen dus niet bestaat?

Volgens mij niet.

En bovendien waarom zou er een woord bestaan voor iets wat er helemaal niet is? Daar heb je toch niets aan?

Vroeger wisten de mensen heel zeker dat de eenhoorn bestond. Er waren altijd wel reizigers die er eentje in de verte hadden zien lopen. Of matrozen die meestal op een onbewoond eiland zo'n eenhoorn bijna te pakken hadden gehad. Maar net op tijd had het dier zich uit de voeten weten te maken. Er bestonden plaatjes van eenhoorns en wat nog meer was: af en toe kwam er een reiziger terug uit een ver land met een echte hoorn van een eenhoorn: een lange spiraalvormig gedraaide hoorn van ivoor. Meestal gevonden op het strand. Dat was mooi bewijsmateriaal.

Maar een hele eenhoorn, een levende of desnoods zijn geraamte, of voor mijn part alleen zijn kop met de hoorn er nog aan? Nee, dat had nog niemand ooit mee teruggebracht. Hoe goed ze ook hadden gezocht. Daarom begon men te twijfelen. Er waren knappe professoren die zich over het raadsel van de eenhoorn bogen. Ze maaken ruzie met elkaar en sommigen kregen er een punthoofd van. Dat was natuurlijk geen toeval. Het is een aanwijzing dat de eenhoorn over geheimzinnige krachten beschikt, die op afstand werken. Bovendien werden er telkens weer van die witte hoorns gevonden en die bestaan nog steeds. Zelf kan je er trouwens ook een zien. Hij hangt aan het plafond in het Amsterdams Historisch Museum op de tentoonstelling "De wereld binnen handbereik'. Wel opschieten want hij duurt nog maar tot 11 oktober.

Als je die eenhoornhoorn nu in het echt gezien hebt, dan zal er vast wel weer een of andere zeurpiet komen die vindt dat het onzin is en dat het tijdverspilling is om verder naar eenhoorns te zoeken en dat ze al lang hebben uitgezocht welke dieren wel en welke dieren niet bestaan. Alsof de dieren niet zelf mogen uitmaken of ze bestaan of niet.

Zo'n zeurpiet wijst dan altijd op zijn voorhoofd. Dat is het tweede bewijs dat de eenhoorn op afstand invloed heeft. En als diezelfde zeurpiet doorzeurt en zegt dat ze vroeger gewoon ontzettend dom waren met hun zoeken naar de eenhoorn, vraag dan maar eens hoe het komt dat er steeds weer verhalen opduiken over de Verschrikkelijke Sneeuwman ergens in Tibet. Daar wordt nog steeds naar gezocht. En waarom er elk jaar weer peperdure expedities worden uitgezonden naar Loch Ness om uit te vissen of er een monster in het meer zit.