Treurnis

Jaak Dreesen: Van over de bergen komt de maan. Met tekeningen van Annemie Heymans. Uitg. Altiora. ƒ 24,95. Vanaf 8 jaar.

Marita de Sterck: Red de meester. Met tekeningen van Klaas Verplancke. Uitg. Altiora. ƒ 21,95. Vanaf ca. 6 jaar.

(Kus me en Aan de overkant van de rivier zijn eveneens uitgegeven door Altiora; Voor altijd, altijd is een uitgave van Zwijsen en En Appels aan de overkant is een uitgave van Lannoo/Tirion.)

Behalve Gouden en Zilveren Griffels en Penselen heeft de Griffeljury elk jaar ook een aantal "Vlag en Wimpels' (eervolle vermeldingen) te vergeven. Een daarvan gaat dit jaar naar de Vlaamse auteur Henri Van Daele voor En Appels aan de overkant (1991), waarin hij herinneringen ophaalt aan zijn jeugd in het België van de jaren vijftig.

Opvallend, deze Vlag en Wimpel, want over het algemeen dringt er van de Vlaamse jeugdliteratuur zo goed als niets door in Nederland (we laten Suske en Wiske c.s. hier even buiten beschouwing). Vlaamse coryfeeën als Johan Ballegeer of Gerda van Cleemput krijgen hier geen poot aan de grond: het idee 't-komt-uit-België-dus-het- zal-wel-weer-niks-wezen is hardnekkig en beperkt zich blijkbaar niet tot de volwassenenliteratuur. Van huldeblijken uit het arrogante Noorden moeten de Vlamingen het dan ook niet hebben, maar daarom niet getreurd: ze hebben hun eigen prijzen. Zoals de zogeheten Boekenleeuw, de Boekenpauw en een viertal Boekenwelpen, die elk voorjaar tijdens de Vlaamse Jeugdboekenweek worden uitgereikt.

De Boekenleeuw (voor het allerbeste boek) ging dit jaar naar de vorig jaar al met een Welp bekroonde Bart Moeyaert (1964) voor zijn novelle Kus me (1991). In dit ingetogen verhaal, bestemd voor lezers vanaf ongeveer dertien jaar, zien we in enkele uren tijd de verhoudingen tussen vier jongeren veranderen. Een genadeloze pestkop blijkt een Geheim met zich mee te dragen, waardoor ze in de ogen van haar favoriete slachtoffer menselijker wordt. "Tot de rand toe gevuld met spanning', oordeelde deze krant een jaar geleden.

Een van de Boekenwelpen (zoiets als de Zilveren Griffels) van 1992 ging naar Jaak Dreesen, voor Aan de overkant van de rivier (overkanten schijnen het goed te doen in de Vlaamse jeugdliteratuur). Dreesen snijdt in dit boek een gevoelig onderwerp aan: zijn hoofdpersoon, de veertienjarige Mirjam, ligt in coma en dat niet alleen - naarmate ze langer blijft slapen rijst in haar omgeving het vermoeden dat ze misschien ook niet wil bijkomen, omdat ze het leven niet goed aankan. Het is haar joodse grootmoeder die, hoewel zijzelf door haar ervaringen in Auschwitz is "getekend' en om die reden Mirjams depressiviteit als erfelijk beschouwt, haar uiteindelijk over haar verdriet heen tilt.

Voor jongere lezers schreef Dreesen zijn nieuwste boek Van over de bergen komt de maan, waarin een meisje van tien een periode van grote eenzaamheid doormaakt. Hoe kan het ook anders: haar moeder is dood en haar vader, die in het buitenland werkt, heeft haar - enig kind, ook dat nog - tijdelijk aan haar grootouders toevertrouwd. Tot overmaat van ramp is de grootmoeder langzaam maar zeker aan het dementeren. Het leven wordt er niet gemakkelijker op als het meisje begint te begrijpen dat de vrouw met wie haar vader in Engeland bevriend is geraakt, haar "nieuwe moeder' moet gaan worden.

Het is geen klein leed waar Dreesen en ook Moeyaert over schrijven, maar ze benaderen het wel als zodanig. Allebei schuwen ze de dramatiek, hun toon is bijna luchtig te noemen, hoewel vooral Dreesen zichzelf wel erg serieus lijkt te nemen. Hij toont weinig gevoel voor het tragikomische, dit in tegenstelling tot Moeyaert. Overigens hebben ze beiden in Annemie Heymans de ideale illustratrice gevonden: zij verzorgde voor zowel Van over de bergen komt de maan als voor Moeyaerts meest recente werkje Voor altijd, altijd (dat zeker zo geslaagd is als Kus me) het omslag en de illustraties. Het zijn poëtische miniaturen die dezelfde melancholieke sfeer ademen als de tekst.

Treurigheid mag dan hoog scoren in de Vlaamse jeugdliteratuur, zo nu en dan komt er ook nog wel eens een vrolijk boek uit. Marita de Sterck, een autoriteit in de Vlaamse kinderboekenwereld, schreef Red de meester, een pretentieloos verhaal over een klassiek misverstand: de schoolmeester die in de klas zo wanhopig zit te zuchten, is ontslagen, constateert zijn klas, die vervolgens uitgebreid actie gaat voeren om de ongelukkige op school te houden. Uiteindelijk blijkt de man alleen maar verliefd te zijn, of, zoals zijn argeloze leerlingen eerder hebben geregistreerd: "Hij ziet er afgrijselijk dom uit, voor een meester.'