'Tanner 88' toont verwording van presidentscampagnes

Tanner 88 wordt steeds uitgezonden op vrijdagavond op Ned.3, om 20.00u., met uitzondering van de laatste aflevering. Die is te zien op dinsdag 3 november (20.33u.), de dag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen.

De Amerikaanse cineast Robert Altman stelt al heel lang leven en werk in dienst van zijn minachtende adoratie, zijn liefdevolle haat voor de Verenigde Staten. Dat leverde, te beginnen met MASH in 1969, de ene briljante film na de andere op en zo langzamerhand zijn Altmans films een lappendeken gaan vormen die de Amerikaanse cultuur in brede zin dekt. Niet toedekt: zijn films spuwen vuur, ze geven geen warmte af. Natuurlijk is Altman nog lang niet klaar. Een opvallend gat in die deken stopte hij onlangs met veel succes dicht: sinds gisteren is ook in de Nederlandse bioscopen The Player te zien, de speelfilm waarmee hij geestig, venijnig en doeltreffend de leeghoofdig geleide filmindustrie in Hollywood, haar codes en haar mores onderuithaalt. Al in 1988 stopte hij een minstens zo voor de hand liggend gat in zijn oeuvre: met de zesdelige televisieserie Tanner 88 gaf hij zijn visie op de verwording van de campagnes die er in Amerika worden gevoerd voor presidentskandidaten. Altman maakte de serie ten tijde van de strijd om het Democratische presidentskandidaatschap in 1988, maar wat zijn film vertelt is algemener geldig. Michael Murphy speelde deels improviserend (en goed!) al in 1988 de hoofdrol, maar de kijker van 1992 ziet direct een Bill Clinton in hem. Zo is het meer dan passend dat de serie vanaf vanavond hier wordt uitgezonden ter opluistering van de laatste maand in de strijd om de Amerikaanse presidentsverkiezingen.

In Tanner 88 (geschreven door Pulitzer Prijs-winnaar Garry Trudeau) ging Altman op de beproefde manier te werk. Trudeau en Altman creeerden een presidentskandidaat, Jack Tanner, die ze tot in het absurde alle kenmerken gaven waar zo iemand zijn voordeel mee kan doen. Om te beginnen is hij een aantrekkelijke, op John F. Kennedy lijkende, man die het goed doet op de televisie. Verder kan hij bogen op een nederige afkomst, was hij een universitaire sportheld en als jongeman een onbezonnen maar ongevaarlijk sociaal activist. Ook is hij een bewezen trouwe vader voor zijn dochter. En hij is te aardig voor wie President van de VS wil worden, maar dat blijkt pas als het te laat is. Om hem heen zien we zich een amusant typerend gevolg verzamelen, van een keiharde campagneleidster en een al te ambitieuze dochter tot en met een officiele biograaf en een cynische journalist van een grote krant die beiden vooral uit zijn op schandalen. Met deze hofhouding gaat Jack Tanner op stap. Er worden hilarisch stupide (eigenlijk niet eens zo afwijkende) tv-spotjes gemaakt. Tanner zelf wil niet zo veel en denkt niet zo veel, maar in opdracht van zijn campagnevoerders gaat hij gaat in steden en stadjes in debat met iedereen, mits er een camera aanwezig is die zijn vermakelijk nietszeggende en altijd medelevende antwoorden door kan geven om weer een stem extra te winnen.

Altman liet Jack Tanner de route aanhouden die al zulke campagnes volgen , begeleid door historische journaalbeelden. Op die tour ontmoet de fictieve kandidaat onophoudelijk reele personen. Niet alleen zien we "echte' filmsterren, talkshowleiders en gespecialiseerde psychologische trainers, maar ook politici en enkele van de democratische kandidaten (onder meer Gary Hart en Pat Robertson) die destijds meestreden. Was de werkelijkheid weerbarstig dan schikte Altman haar soms op ingenieuze wijze naar zijn zin: wat dat betreft is het tv-debat dat Tanner aangaat met Jesse Jackson een hoogtepunt (in deel vier).

    • Joyce Roodnat