Renesse bestrijdt iepziekte met de zaag; "Als we niets doen, hebben we straks geen iep meer over'

In Westerschouwen grijpt de iepziekte om zich heen. De gemeente heeft het rijk gevraagd de vorig jaar ingetrokken subsidie voor de bestrijding van de ziekte, opnieuw beschikbaar te stellen.

WESTERSCHOUWEN, 2 OKT. Het begint onheilspellend kaal te worden in het centrum van Renesse. Op het grasveld rond de oude hervormde kerk zijn vorig jaar al twaalf hoge iepen geveld die aangetast waren door de iepziekte. Weldra zullen er nog tien volgen. Ook deze bomen, ongeveer zeventig jaar oud, hebben voortijdig hun bladeren laten vallen. De levenssappen zijn opgedroogd en in dat stadium kan alleen de kettingzaag uitkomst brengen.

Wat aan de buitenkant niet te zien valt is de iepespintkever, een klein donker insekt dat de kwaal veroorzaakt en zich razendsnel voortplant. Niet alleen in Renesse, maar in heel Westerschouwen, waartoe deze Zeeuwse badplaats behoort, en ook elders in Nederland.

Bij elkaar bezit Westerschouwen enkele honderdduizenden iepen, die hier vooral op aarden wallen groeien. Daarvan zijn er volgens een recente telling meer dan 10.000 ziek, een fractie van het totaal, maar ruim vier keer zo veel als vorig jaar, toen 2.400 exemplaren aan de schimmelziekte bezweken. Wethouder ir. C.W. Veerhoek spreekt dan ook van een “explosieve toename van het aantal aangetaste bomen”, reden waarom hij en zijn collegegenoten alarm hebben geslagen bij staatssecretaris Gabor van natuurbeheer.

De bewindsman wordt dringend verzocht “alsnog en hernieuwd zijn verantwoordelijkheid te nemen”. Op 1 januari 1991 werd de rijkssubsidie bij het bestrijden van de iepziekte ingetrokken. Het probleem gold toen als "beheersbaar' of, in de woorden van Veerhoek: “Men dacht dat de ziekte bedwongen was en geen extra aandacht meer nodig had. Maar dat is een misvatting gebleken. De ziekte heeft zich juist geweldig verspreid.”

De komende maanden gaan in Westerschouwen alle 10.000 aangetaste iepen, inmiddels gemerkt met een gele stip, tegen de vlakte. Kleinere takken worden versnipperd, grotere takken en de stammen verhuizen naar een houtzagerij. Die haalt de bast eraf en verbrandt deze, waarna het hout nog dienst kan doen als grondstof voor meubelplaten.

De hele operatie kost de gemeente, die het werk grotendeels moet uitbesteden, naar schatting 400.000 gulden. Volgens wethouder Veerhoek kan Westerschouwen zo'n som slechts met de grootste moeite opbrengen. Financiële steun van de rijksoverheid zou uiterst welkom zijn. “En de zaak op zijn beloop laten is uitgesloten want als we niets doen, woekert de ziekte door en hebben we straks geen gezonde iep meer over.”

Ook andere badplaatsen, waaronder Schoorl en Bloemendaal, hebben met de ziekte te maken. Veerhoek: “De iep is een boom die van oudsher in het kustgebied floreert, want hij is goed bestand tegen de zilte zeewind. Maar ook in een stad als Amsterdam heeft de iep een hoge vlucht genomen, omdat de boom nogal wat luchtvervuiling en beschadigingen kan verdragen. Nu zie je dat links en rechts de bestanden worden uitgedund. Het is eigenlijk net als met polio. Die ziekte stopt ook niet bij een gemeentegrens. Als de temperatuur boven de achttien graden stijgt, vliegt de iepespintkever waarheen hij wil.”

In zijn werkkamer op het gemeentehuis in Haamstede heeft de wethouder een vitrine waarin de levenscyclus van de iepespintkever met natuurlijk materiaal wordt uitgebeeld. Doorgezaagde stukjes boomstam dragen opschriften als "larvegang', "popwieg' en "broedboom'. Veerhoek: “De kever brengt een schimmel, de iepespint, over op de iep en die reageert daarop door zijn sapstromen af te grendelen, wat onherroepelijk zijn dood betekent. Het wijfje legt haar eitjes onder de bast. Daarvoor kiest ze zwakkere bomen uit. Dat zijn de broedbomen, die we als eerste opruimen, omdat daar de ellende begint.”

Tegelijk is een actie onder de bevolking begonnen om te waarschuwen tegen het gebruik van ziek iepehout voor de open haard. “De vlam erin?”, luidt de vraag op een vuurrood stuk karton dat aan stervende bomen is geniet. Het antwoord: “Jazeker! En wel meteen, maar door bevoegde instanties. Want binnen de kortste keren verlaten nieuwe kevers het aangetaste iepehout, waarin zij zich honderdvoudig vermenigvuldigd hebben.” Het opslaan van het aangetaste hout om te drogen (vers gesnoeide stammetjes willen immers niet branden) is daarom nu verboden.

De brief naar Den Haag - een "brandbrief' - wijst op “het onschatbaar grote belang van boombeplanting voor ons aller ruimtelijk sociaal milieu”. Veerhoek: “We zijn als gemeentebestuur bezig met een nieuw recreatiebeleid, waarin natuur en milieu een sterk accent krijgen. We doen aan ecologisch groenbeheer. De gifspuit is opgeborgen en de bermen kunnen weer bloeien. Nu zien we tot ons verdriet hoe de iepziekte onze plannen doorkruist.”

De brief aan Gabor vraagt daarom ook “aandacht voor de demotiverende werking naar het publiek die uitgaat van een rijksoverheidsbeleid dat enerzijds nadrukkelijk appelleert aan burgerzin, fatsoen en verantwoordelijkheid (...) en anderzijds diezelfde burgers letterlijk kaal in de kou laat staan.”