Overal tantes en ooms; Jeugdherinneringen van Michael Jenkins

Michael Jenkins: A House in Flanders. Uitg. Souvenir Press, 159 blz. Prijs ƒ 52,80. De Nederlandse vertaling verschijnt in oktober, bij uitg. Meulenhoff.

In the extreme north-eastern part of France . . ., zijn de eerste woorden van het boek van Michael Jenkins, die daarmee doelt op het uiterste noordwesten van Frankrijk. Hij is waarschijnlijk een van de mensen die ook moeten nadenken voordat zij weten aan welke kanten van Amerika de East Coast en de West Coast liggen. Veel lezers zullen met hem sympathiseren. Gelukkig dat noord en zuid makkelijker uit elkaar te houden zijn.

Daar in het noordwesten, in Frans Vlaanderen, mocht hij als veertienjarige in de zomer van 1951 komen logeren bij zijn tantes en oncles, zoals hij ze noemde al waren ze geen familie. Hoe zijn ouders aan die relaties gekomen waren hoorde hij van Oncle Auguste toen hij gevraagd had waarom Tante Yvonne nooit getrouwd was. In 1890 was zij zo goed als verloofd geweest met een Engelse officier, maar zij wilde dat hij drie jaar wachtte omdat zij voor haar jongere broers en zusjes moest zorgen; hij werd ongeduldig en trouwde met een Engels meisje. “What a shame!”, riep Michael uit, of het Franse equivalent daarvan. “Who was he?” Dat was jouw grootvader! zei Auguste.

De dialogen zijn niet van woord tot woord geloofwaardig, maar Michael Jenkins is dan ook geen schrijver die zijn tanden op elkaar klemt om de oude werkelijkheid te reconstrueren. Hij is Brits ambassadeur in Den Haag, en hij vertelt zijn herinneringen aan de vakantie in het huis dat Tante Yvonne deelde met twee zusters, twee schoonzusters en een broer, Auguste. De families waren bevriend gebleven na het mislukte huwelijk van 1890, en Michael was ontvangen als een neefje. De tantes hoefden er geen spijt van te hebben. Te oordelen naar zijn boek was hij een voorlijke scholier die al gauw door had wat er omging in ingewikkelde verhoudingen tussen volwassenen. Als hij om hoogst persoonlijke boodschappen gestuurd werd voerde hij ze in vloeiend Frans uit: hoewel hij niet eerder in Frankrijk geweest was klinken zijn gesprekken in Engelse vertaling ongedwongen.

Jenkins heeft bij het oproepen van het verleden niet de pijnlijkste werkelijkheidszin in acht genomen, maar hij vertelt levende verhalen over de inwoners van het huis en beeldt ze ieder met een eigen karakter uit. Tante Yvonne, de gezaghebbende oudste, had sinds de dood van haar ouders op haar twintigste de verantwoordelijkheid gehad voor de familie. Tante Thérèse was getrouwd geweest met een academicus in Tours en had drie kinderen met problemen. Tante Lise, die non geworden zou zijn als zij minder doof was geweest, sliep van haar jeugd af in een kamertje op de bovenste verdieping met niets dan een kruis op de wit gepleisterde muren. De schoonzusters waren Tante Florence, die meestal stil aan haar bezigheden zat, maar manische dagen had wanneer iedereen voor haar moest wijken, en Tante Alice die zo zuinig was dat zij overal in huis de lichten uitdraaide. De echtgenoot van Alice was Auguste; hij dronk te veel en had niet altijd zijn gedachten bij elkaar, maar soms weer wel.

De zomervakantie van 1951 werd voor de Engelse jongen een kleine versie van de grand tour die achttiende-eeuwers ondernamen naar Frankrijk en Italië om de ware beschaving te leren kennen; hij maakte een petit tour en deed ontdekkingen over ware mensen. Oncle Auguste nam hem mee naar het dorpscafé en stormde er na zijn tweede pastis woedend op een Duits echtpaar af onder het roepen van Vive la France!; op een paar meter afstand van hen viel hij voorover en bleef roerloos liggen en de Duitsers brachten hem in hun Mercedes naar huis. Toen er een oud zilveren horloge met de inscriptie A gevonden was in een weiland herkende Yvonne het; zij liet het opknappen en door Michael naar Christian brengen, de achterlijke onechte zoon van haar broer Antoine die gesneuveld was in de Eerste Wereldoorlog. Tante Thérèse kreeg een collega van haar overleden man op bezoek, een jurist uit Tours, die met voorbeelden ontleend aan de internationale politiek een grensgeschil beslechtte tussen twee pachters; zij aanvaardden zijn uitspraak met dank en gingen een paar dagen later op de oude voet verder.

De jonge Michael leerde een soort huis van binnen kennen dat de meeste toeristen in Frankrijk van buiten gezien hebben, gezeten in het gras op een helling met hun picknick: het huis in de Périgord, het huis in de Provence, het huis in Bourgondië - overal des tantes et des oncles, warme zomermiddagen, een pastoor op een brommer, en spanningen in het dorp. Hoe langer ik over dit boek nadacht, schrijft Jenkins, hoe meer the past and the present became one; en wij die er ons stokbrood met ham bij denken, ondervinden net zoiets.

    • J.J. Peereboom