Over pensionaten en en Waaslandse slagers

Vlaamse literatuur. Oh, wat heb ik een afkeer van die twee woorden! Tientallen jaren van verwaandheid, van zelfingenomenheid gaan er achter schuil. Het is de literatuur van de helft van een klein landje, het is de literatuur van één derde van een middelgroot taalgebied. De Vlaming is o zo trots op zijn literatuurtje, zo verschrikkelijk trots dat hij nauwelijks een boek uitgeeft. En als liefderijke buitenlanders dan wel Vlaamse boeken bezorgen, koopt de Vlaming ze niet. Zo was het in het verleden, zo is het nu nog.

Wilfried Martens, de christendemocratische politicus die meer dan tien jaar België heeft opgestoten in de vaart der volkeren, las bij voorkeur de typisch Vlaamse auteurs Timmermans en Claes, dat staat in zijn gedenkschriften. Maar de romans van die toch zo Vlaamse Timmermans konden slechts verschijnen dank zij de goede zorgen van P.N. Kampen & Zoon in Amsterdam. Gerard Walschap werkte voor het Vlaamse tijdschrift Dietsche Warande & Belfort, maar zijn eerste echt belangrijke roman, die door rooms Vlaanderen werd uitgespuwd, Adelaïde, verscheen in het Nederlandse Elsevier's Maandschrift. Over Hugo Claus ontfermde zich De Bezige Bij, Amsterdam, Louis Paul Boon ging naar De Arbeiderspers, Amsterdam.

"En Angèle Manteau dan', hoor ik daar roepen. Hoe omstreden barones Manteau ook moge zijn, het is buiten kijf dat zij jarenlang de belangrijkste literaire uitgeverij van Vlaanderen heeft geleid. Alleen, Angèle Manteau is een Walin, ze heeft onze taal geleerd bij de Nederlander Jan Greshoff in de tweetalige stad Brussel en in dat door Vlamingen vaak gehate Brussel is ze met haar uitgeverij begonnen.

In 1983 had ik een dichtbundel klaar en ik stapte ermee naar De Arbeiderspers in Amsterdam. In Leuven en Antwerpen had ik al twee boekjes laten verschijnen, een klein beetje ervaring met Vlaamse uitgevers had ik dus. In Amsterdam, in 1983, kwam het me voor of ik van de kleuterschool recht de universiteit was binnengelopen. "Waarom blijft ge niet in uw eigen gemeenschap!' vroeg een teleurgestelde Vlaming me in die dagen. Ik peinsde er niet over. Ten eerste vond (en vind ik) dat die Vlaamse gemeenschap een onding is omdat het Nederlandse taalgebied van Groningen tot Brussel één geheel vormt en ten tweede bracht het in Amsterdam gebodene me bijkans aan het duizelen; bijvoorbeeld de beroepsernst, de kunde, de hoffelijkheid en de generositeit van iemand als Theo Sontrop. En dan was er nog Martin Ros. En later leerde ik Emile Brugman en Ellen Schalker kennen. En... en .... en... Het was allemaal zo vanzelfsprekend en goed geregeld. Dat vond je in Vlaanderen niet, nergens.

De laatste tien jaar is in de Vlaamse literaire wereld onnoemelijk veel veranderd ten goede. Tom Lanoye, Leonard Nolens, Kristien Hemmerechts, Eric de Kuyper, Dirk van Bastelaere, Brigitte Raskin, Patricia de Martelaere, Herman de Coninck, Paul de Wispelaere - bijna alles wat in Vlaanderen een pen kan vasthouden, wordt in Nederland uitgegeven. Het lijkt wel een Vlaamse invasie. En mij komt het soms voor of in Vlaanderen een hele generatie, die van achtenzestig en iets eerder, jaren heeft gezwegen. Het is opvallend hoeveel late debutanten de laatste jaren in Vlaanderen opgedoken zijn, bij voorbeeld Raskin, De Kuyper en Demeester. Een verklaring voor dat verschijnsel heb ik niet. Heeft onze generatie dan zo lang gelaboreerd aan de gevolgen van haar roomse opvoeding, aan experimenten met relaties? Heeft het zo lang geduurd voor ze haar draai kon vinden?

Nederlanders geven de boeken van al die Vlamingen niet zomaar uit. De Vlamingen schrijven in het Nederlands zeer onnederlandse dingen. Over Kortrijk, over Walen, over pensionaten, over Waaslandse slagers, over Brussel - denk aan de boeken van De Kuyper of Boudens. De Vlamingen zoeken binnen de Amsterdamse grachtengordel alleen maar een competente uitgever. En die wil hun boeken omdat hij die boeken goed vindt, niet omdat die Vlaming naar dezelfde kroeg gaat als hij. Dat is een hele vooruitgang. Maar er is veel meer aan de hand.

Er zijn weer Vlaamse tijdschriften. Er is het Nieuw Wereldtijdschrift bij voorbeeld, er is De Brakke Hond. Die willen stukken van goede kwaliteit. Die zijn niet meer katholiek of rood of liberaal zoals de Vlaamse tijdschriften dat vroeger waren. Dietsche Warande & Belfort bij voorbeeld is van zijn zuil weggelopen en gaat er zienderogen op vooruit. Een stuk wordt nu niet meer opgenomen omdat je het vriendje van een redacteur bent maar omdat een redactie het goed vindt en ook dat is een hele vooruitgang. Het serieuze, steengoede culturele informatietijdschrift Ons Erfdeel heeft eindelijk literair gezelschap gekregen.

Vlamingen geven weer uit. Houtekiet, Kritak en Dedalus maken natuurlijk deel uit van grote Nederlandse uitgeversgroepen maar ze hebben hun eigen literair beleid.

Eindelijk is er een krant waarin je elke week recensies kunt lezen die die naam waard zijn. De krant De Morgen is terecht trots op haar vrijdagse bijlage "Café des Arts'; de literaire bladzijden van de andere Vlaamse kranten kunnen daar niet aan tippen. Het verwondert me helemaal niet dat bij voorbeeld Jeroen Brouwers nu ook bijdragen schrijft voor "Café des Arts'. Even relativeren: de De Morgen wordt gedrukt in vijfentwintigduizend exemplaren.

Eindelijk is er een jongeman, Luc Coorevits, die het optreden van auteurs in Vlaanderen organiseert, uitstekend organiseert, mag ik wel zeggen.

Kortom, in Vlaanderen is in de jaren tachtig en negentig een literair leven ontstaan. Vlaanderen? Hier beland ik bij een pijnlijk punt. Bijna het hele literaire leven van Vlaanderen speelt zich af in Antwerpen. Alleen De Morgen verschijnt gelukkig in Brussel. De laatste jaren, de laatste maanden zelfs, verhuizen de Vlamingen die zich met literatuur bezig houden in drommen naar Antwerpen. Dat is een uiterst bedenkelijke evolutie. Antwerpen is diep provinciaals en wil dat niet weten. Ik heb er geen bezwaar tegen dat in Antwerpse kroegen als bij voorbeeld de Entrepôt literaire ruzies worden uitgevochten, literaire roddels woekeren, literaire liefde openbloeit. Ik ben er trots op dat Vlaamse schrijvers in Antwerpen mee de protestbeweging tegen extreem-rechts op gang hebben gebracht. Schrijven kan in Vlaanderen, meer dan in Nederland, dan toch een politieke betekenis hebben. Maar het Vlaamse literaire leven zal in Antwerpen fataal gekenmerkt worden door het zelfingenomen provincialisme waaraan die stad lijdt. Zou het toeval zijn dat de meest anarchistische, Europese, internationaal gerichte stroming die ooit in de Vlaamse literatuur opdook, Van Nu en Straks, niet uit Antwerpen, maar uit Brussel kwam? Dat de eveneens anarchistische, Europese, internationale groep Cobra thuis was in Brussel? Nee, ik verhuis niet naar Antwerpen. Ik, Vlaming, blijf Nederlandse boeken schrijven in mijn veeltalige, chaotische, onliteraire Brussel.

    • Geert van Istendael