Lieve L.,

Kan het zijn dat ik je afgelopen woensdagmiddag in de Pieter Baststraat zag fietsen? Als mij ter ore komt dat je in de stad bent zonder me te bellen, zwaait er wat voor je.

Ik begluurde je vanuit een piepklein melkwinkeltje, waar ik klem stond tussen buurvrouwen en buurmannen, die enge ziektes bespraken. Ik kon moeilijk over ze heen klimmen, anders was ik wel naar buiten gerend om je te beschreeuwen. Achteraf bezien misschien maar beter ook, dat me dat niet lukte. Ik zie er namelijk bespottelijk uit. Sinds een week word ik geplaagd door helse kiespijn. De rechterkant van m'n gezicht is monsterlijk opgezwollen, alsof ik met een biljartbal in mijn mond loop. Je denkt mij goed te kennen (zeg je vaak) dus ik weet wat je nu denkt. Maar je hebt 't mis, struise meid van me. Ik was er als de kippen bij. De eerste tandarts kon, na een half uur geklopt en gekrabd te hebben, niets meer voor me doen en stuurde me door naar een specialist. Deze hooggeleerde heer wil mijn kies redden, maar zit vol tot november! 't Gaat om een zenuwkanaal, dat lang geleden door een prutser schijnt te zijn dichtgemetseld. Ik word er gek van. Vanmiddag op pianoles kon ik door de pijn niet spelen, zelfs de lichtste aanslag dreunde door in mijn kaak. Toen zijn we maar gaan luisteren naar een tape van Art Tatum. Mijn leraar vindt zijn spel "rebundant'. Hij vergeleek Tatums improvisaties met de radiografisch gecoördineerde tankmanoeuvres in de Koreaanse oorlog. Het fijne begreep ik er niet van, ik kan me absoluut niet concentreren.

PS Ik laat hem trekken.