Laaglandse hymnen; Anthonis de Roovere

H.H. ter Balkt (1938) publiceerde onder meer Hemellichten (1983) en Aardes deuren (1987), en als Habakuk II de Balker Boerengedichten (1969) en De gloeilampen De varkens (1972). Vorig jaar verschenen in de Zeeuwse SLIBreeks de eerste 21 Laaglandse Hymnen. Zijn laatste bundel is Ode aan de Grote Kiezelval (De Bezige Bij 1992).

Duik op, Anthonis! bij 't Belfort, of daar ergens

bij 't kantoor van de Duitse Hanze, zware groten op

zak, in je hoofd rondtollende regels, als Die

geen pluymen en can strijkcken/ Die en doog ter wereldt

niet. Tes goet zwemmen bijden schepe. Vast liep je

vaak op het Beursplein, grommend tegen de Floren-

tijnen, altijd meedragend de beelden van de koggen

en galeien in het Zwin. Nietig je gestalte tegen

duizenden huiden, de stapels linnen, teer, kabeljauw,

koper, zilver, pelzen, lastertongen, stokvis, haring.

Je nam de paleizen van de mollen waar in de tuinen,

hoe hard de wijnvaten rolden. Dwalend langs de kramen

bij de muren, jij stadsdichter van Brugge, werd je

glimlach dunner en dunner als het dichtslibbend Zwin

groot: Brugse munt

    • H.H. ter Balkt