Jonge vluchteling verkiest kraakpand boven opvang; "We willen onszelf redden, niet in een kamp worden gestopt'

AMSTERDAM, 2 OKT. Davor (25) en Stephan (29) uit het Servische Novi Sad hadden tot een jaar geleden alleen verstand van architectuur en gereedschapmaken. Nu zijn ze experts in het leven van de wind in de hoofdstad van Nederland. Ze zwerven van de ene vage kennis naar de andere, of ze hokken voor een paar weken in één van de schaarse, lawaaiige, overbevolkte kraakpanden die de stad nog telt. Ze kunnen, als het moet, rondkomen van honderd gulden per maand en ze weten precies waar de goedkoopste pindakaas van de stad te koop is, en de goedkoopste margarine. 98 cent en 52 cent, de prijzen kennen ze uit hun hoofd. Wekenlang eten ze alleen maar brood en spaghetti met paneermeel, dan is er even een illegaal schilder- of schoonmaakklusje dat een paar honderd gulden oplevert, dan weer leven ze van verzamelde flessen, soms is het een paar dagen gewoon honger, totdat een vriend opduikt die nog wat geld heeft. Op 1 oktober staan ze voor de zoveelste maal op straat. Met zorg wachten ze de ontberingen af van een nieuwe winter in Amsterdam.

“We weten nu dat we drie, vier dagen zonder eten kunnen”, zegt Davor, die naar Nederland vluchtte omdat hij niet in deze oorlog wilde meevechten. “We willen onszelf redden, we willen niet in een van die kampen weggestopt worden. Moeten we onze vrijheid opgeven voor die vierhonderdvijftig gulden sociale steun? ”

Zoals Davor en Stephan zwerven er op dit moment honderden jongeren uit het voormalige Joegoslavië door de straten van de hoofdstad. Bij de Amsterdamse vreemdelingenpolitie zijn op dit moment 131 "ontheemden' uit het voormalige Joegoslavië geregisteerd, maar de betrokkenen zelf schatten de omvang van deze "loslopende' groep op zeker duizend personen. Vluchtelingenwerk Amsterdam spreekt van een ernstig probleem, dat steeds groter wordt. “We hebben de afgelopen maanden honderden van dit soort gevallen op de stoep gehad, soms meerdere gezinnen die op één kamer woonden, en toch konden we weinig of niets voor ze doen,” aldus een woordvoerster. “Steeds vaker horen we op straat totaal onbekende mensen tegen elkaar praten in een van onze talen,” zegt ook Nives Rebernak, voorzitter van de pacifistische vluchtelingenvereniging Mi Za Mir (Wij voor vrede). Onder de vleugels van Mi Za Mir zijn ongeveer honderd vluchtelingen uit het voormalige Joegoslavië aktief met het organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten, het geven van Nederlandse lessen, het zoeken naar huisvesting, het tolken en het bemiddelen bij conflicten binnen de asylzoekerscentra, de opvang van nieuwkomers en het opzetten van hulpprojecten in het voormalige Joegoslavië zelf. Ongeveer een kwart van de Mi Za Mir-mensen woont bij kennissen en vrienden, zestig leden zijn, met hulp van de lokale kraakbeweging, in kraakpanden terecht gekomen, en veertien leden hebben een slaapplaats gevonden tussen de computers en de vergadertafels in het propvolle Kattenburgse flatje van de voorzitster zelf, waar Mi Za Mir tevens kantoor houdt. Maar los van Mi Za Mir proberen nog honderden andere jongeren uit het voormalige Joegoslavië zo goed en kwaad als dat gaat in Amsterdam op eigen kracht het hoofd boven water te houden.

In een bouwvallig kraakpand aan de Sparrenweg in Amsterdam-Oost wonen op dit moment bijvoorbeeld zo'n dertig, merendeels jeugdige vluchtelingen uit Sarajevo, Zagreb, en Belgrado, gemiddeld vier personen op een kamer. De house-muziek van de naburige Engelse en Spaanse krakers klinkt als een mitrailleur door de muren, de wanden van de trap zijn overal bespat met dikke klodders rode verf. Een deel van het complex is al afgesloten van water en elektriciteit. Voor de hele groep is nog één toilet en één wasgelegenheid beschikbaar. Per 1 oktober wordt het pand ontruimd. De Amsterdamse krakers proberen nu bij de gemeente uitstel te krijgen tot het voorjaar, want niemand weet waar ze heen moeten als de kou invalt.

Toch prefereren alle betrokkenen dit bestaan boven een leven in één van de asylzoekerscentra. “Een leven als een plant, de hele dag tussen vier muren,” zo beschreef een jonge man die niet genoemd wilde worden zijn korte verblijf in Zeewolde. Een echtpaar wilde niet, omdat de kinderen in Amsterdam al op een school waren toegelaten. Twee anderen waren bang teruggestuurd te worden zodra de gevechten in hun omgeving iets zouden afnemen. Ze leidden dat af uit suggesties van de hulpverleners en de mensen van de vreemdelingenpolitie. “Wij wisten wel beter, maar die onzekerheid konden we niet aan.” Weer anderen spraken van gevangenissen zonder sloten en tralies: “Je kon er zo uitlopen, maar waar kun je heen als je letterlijk geen cent op zak hebt?”

“In Holland denkt de regering dat het probleem is opgelost als ze de mensen in een asylzoekerscentrum stopt,” zegt Renate (18) uit Sarajevo. “Maar ze vergeet dat in zo'n geïsoleerd kamp de problemen pas goed beginnen.” Renate vreest, net als veel anderen, dat ook binnen de centra de nationaliteitsproblemen al snel opnieuw de boventoon zullen voeren. “Mensen leren het daar af om gewoon samen te leven. Ik wil bij mijn Servische en Kroatische vrienden blijven.” Renate was zich dit voorjaar aan het voorbereiden voor haar toelatingsexamen aan het conservatorium van Sarajevo, eind april. Ze zou Pucchini zingen, en Mozart. Op 6 april werd begonnen met de beschieting van haar stad en haar huis. Op 10 april vluchtte ze halsoverkop de stad uit. Eind april zat ze al in een tent aan de Gaasperplas - samen met een nichtje en een kind van vijf maanden. Daarna belandde ze in een tweetal kraakpanden waar ze beide keren door de politie werd uitgezet. Nu heeft ze, samen met twee vrienden, via Mi Za Mir tijdelijk een huis in Amsterdam-Oost gevonden.'s Avonds, zo hebben ze ontdekt, kunnen ze daar soms radio Sarajevo ontvangen, één lange reeks oproepen en mededelingen over buurten waar geschoten wordt en waar het veilig is, over doden en gewonden, over voedsel- en wateruitdelingen. Op 1 december zijn ze opnieuw dakloos.

De woningbouwvereniging Dr. Schaepman en Vluchtelingenwerk Nederland hebben inmiddels aan Mi Za Mir, als éénmalige geste, vijf woningen in Slotervaart aangeboden voor de opvang van vluchtelingen. Bovendien hebben vluchtelingen uit het voormalige Joegoslavië vanaf 1 augustus recht op de zogenaamde ontheemdenstatus plus de daaraan verbonden bijstandsuitkering van ruim vierhonderdvijftig gulden per maand. Maar een aantal vluchtelingen die ik sprak aarzelden, ondanks hun problemen, van deze mogelijkheid gebruik te maken. Ze zijn bang om bij de politie bekend te raken en te zijner tijd alsnog teruggestuurd te worden.

Sommige Nederlanders weten ondertussen aardig gebruik te maken van de kwetsbare positie van de jonge illegalen uit het voormalige Joegoslavië. Op de zwarte arbeidsmarkt is het gemiddelde uurtarief voor deze groep ongeveer 7,50 à 10 gulden. Vorig najaar werkte Davor twee maanden in Haarlem en Amstelveen bij een schoonmaakbedrijf, maar toen het op uitbetalen aankwam stopte de koppelbaas hem slechts enkele briefjes van honderd in de hand. Hij had geen enkel verhaal. En toen hij afgelopen augustus samen met Stephan in Amsterdam-Noord een hele flat had geschilderd beloonde de knorrige bewoonster hen met vijftig gulden de man. Woedend hadden ze de vrouw de biljetten in het gezicht gesmeten. “Laten ze ons een werkvergunning geven en ons eigen geld verdienen,” zegt Davor. Hij gaat er prat op in al die barre maanden “nog geen knoop te hebben gestolen,” hij wil dat zo houden, maar hoe het verder moet weet hij ook niet.

    • Geert Mak