Irritatie binnen CDA-fractie over dienstplicht-discussie

DEN HAAG, 2 OKT. Binnen de CDA-Tweede Kamerfractie bestaat irritatie over de snelle afwijzing door de defensie-woordvoerders in de fractie van het voorstel van de commissie-Meijer om de dienstplicht voorlopig te handhaven. De defensie-specialisten Hillen en Frinking zeiden onmiddellijk na publikatie van het rapport van de commissie, dat zij de dienstplicht wèl zo snel mogelijk willen afschaffen. Een aantal fractieleden vindt dat men meer tijd had moeten nemen voor overleg.

“Je kunt toch niet het rapport van een commissie die een half jaar is bezig geweest en die in een reeks Europese hoofdsteden deskundigen heeft geconsulteerd, binnen een uur na publikatie naar de prullenmand verwijzen”, zegt een fractielid enigszins verstoord. Hij wil niet met name worden genoemd, “omdat defensie wel erg ver van mijn eigen portefeuille af staat”. Een ander fractielid vreest dat in de komende discussie over de dienstplicht de CDA-fractie “wellicht bakzeil zal moeten halen”.

In het rapport "Naar dienstplicht nieuwe stijl', dat de commissie onder voorzitterschap van de Drentse commissaris der koningin, Meijer, afgelopen maandag uitbracht, wordt voorgesteld de dienstplicht voorlopig te handhaven (weliswaar verkort van twaalf naar negen maanden), omdat men vreest dat er voor een beroepsleger te weinig animo bestaat en een beroepsleger bovendien erg duur is. Daarnaast wordt als beweegreden gegeven, dat er naast soldaten voor vredestaken ook nog strijdkrachten nodig blijven voor verdediging van het eigen territoir. De dreiging van een oorlog in Europa is weliswaar sterk afgenomen, maar niet geheel verdwenen, zo stelt de commissie.

Binnen enkele uren na publikatie lag er een door de Kamerleden Hillen en Frinking geïnspireerde schriftelijke reactie van de afdeling voorlichting van de fractie op tafel, waarin wordt gezegd “dat de CDA-fractie er de voorkeur aan geeft te werken aan het beëindigen op afzienbare termijn van de opkomstplicht en omvorming van de krijgsmacht naar een beroeps-vrijwilligersleger”. Bovendien wordt daarbij als “belangrijk argument” genoemd het “wegvallen van direct risico op massaal gewapend treffen, zodat minder behoefte is aan grote aantallen dienstplichtigen”. Fractievoorzitter Brinkman had het persbericht onder ogen gehad, voordat het werd verspreid. Tijdens het fractie-overleg gisteren ter voorbereiding van de algemene beschouwingen komende week, liet Brinkman ook weten achter de visie van Hillen en Frinking te staan de dienstplicht zo snel mogelijk af te bouwen.

“Het is niet onze bedoeling geweest de discussie over de dienstplicht in de fractie te blokkeren met een snel standpunt”, zegt defensie-woordvoerder Hillen in een reactie op de irritatie van een aantal collega's. “Dat kan ook helemaal niet, want dit is een onderwerp waarover door iedereen wordt meegepraat. We hebben in elk geval bereikt dat de discussie nu gaat over wel of niet afschaffing van de diensplicht en niet, wat even dreigde, over de vraag op welke wijze je de dienstplicht kunt handhaven.”

Naar Hillens opvatting was de opdracht die de commissie vorig jaar kreeg van de Kamer niet waardevrij. “De vraag aan hen was in feite: op welke wijze en hoe snel kunnen we de dienstplicht afschaffen. Toen ze eenmaal aan de gang was, draaide binnen de commissie de zaak om en koos men de lijn van handhaving dienstplicht”, aldus Hillen.

Minister Ter Beek, en met hem het kabinet, zal zijn standpunt ten aanzien van de dienstplicht eind dit jaar opnemen in de zgn "prioriteitennota'. Volgende week tijdens de algemene beschouwingen komt het thema echter zeker al in de Kamer aan de orde. In politieke kring worden inmiddels al kanttekeningen gemaakt bij sommige punten uit het rapport. Een daarvan betreft het voorstel van de commissie om de beschikbaarheid van Nederlandse VN-eenheden te garanderen door dienstplichtigen reeds bij hun keuring te vragen of zij eventueel bij VN-taken willen worden ingezet. Met hun handtekening zouden zij die bereidheid dan ook schriftelijk dienen te bevestigen.

Opgemerkt wordt dat het wellicht wat veel gevraagd is van een zeventienjarige om een definitief antwoord te geven op een dergelijke zwaarwegende vraag. “De commissie-Meijer wil daarmee de beschikbaarheid van voldoende VN-eenheden veilig stellen”, zegt een defensie-expert. Het is echter de vraag of dergelijke jongens na drie, vier of vijf jaar, als ze in werkelijke dienst worden opgeroepen, nog achter die handtekening staan. De onbevredigende situatie van dit moment blijft dan net zo goed bestaan.”

Een andere kanttekening wordt gemaakt bij de keuze van de commissie voor aparte eenheden voor VN-taken en voor gemeenschappelijke verdediging. Ter Beek heeft in zijn defensienota van vorig jaar juist de keuze gemaakt voor eenheden die zowel het ene als het andere ("double hattet') kunnen. “Dat maakt de beschikbaarheid voor VN-taken juist extra groot, omdat de VN elke keer andere soorten mensen nodig heeft. De ene keer mariniers, de andere keer verbindingstroepen of pantserinfanterie”, zegt een defensie-expert. “Met aparte eenheden voor VN-taken beperk je de flexibiliteit.”

    • Rob Meines