Integere solo van Schuring

Voorstelling: Kangoeroes in Zeeland, solo door Job Schuring. Gezien: 1/10 in Klein Bellevue, A'dam, t/m 11/10, daarna elders.

In zijn eerste twee programma's vond ik Job Schuring een veelbelovend cabaretier die mooi verhalen kon vertellen. In zijn derde vond ik hem opeens danig irritant, omdat hij vooral koket de spot met zichzelf - maar niet heus - stond te drijven en daardoor telkens leek weg te glibberen in snoeverig ogende ijdelheid. Gisteren ging zijn vierde programma in première. En eindelijk valt alles op zijn plaats.

Ook deze voorstelling wordt gedragen door een verhaal, ditmaal over een echtpaar dat in 1950 naar Australië emigreert en hun zoon die vele jaren later terugkeert naar Nederland. Binnen dat raamwerk passen diverse andere verhalen en korte conférences. Er staan twee stoelen op het toneel, de één voor de cabareteske tirades en de ander voor een zalvend soort moralisme waarmee hij de draak steekt. Als altijd is er de piano waarbij hij zijn liedjes zingt - niet allemaal trefzeker, sommige wel. Zoals een sardonisch nummer over gehandicaptensport en een mooi ingeleefd lied over twee directeuren die ervaringen uitwisselen over de personeelsfeesten waar ze verplicht aanwezig zijn. In beide meen ik de hand van regisseur en mede-auteur George Groot te herkennen.

Datzelfde geldt voor de manier waarop Job Schuring in Kangoeroes in Zeeland in balans blijft. De ironie die voorheen vaak tot vermoeiens toe zijn stijlmiddel was, is nu veel spaarzamer - en dus effectiever - toegepast. Zijn aangeboren flair is in bedwang gehouden en werkt niet meer in zijn nadeel. De voorstelling is er weldadig helder en integer van geworden. En hij heel wat geestiger dan ik hem tot dusver vond.