Financial Times

De verklaring van de Britse premier John Major dat hij tegen het eind van het jaar het verdrag van Maastricht ter goedkeuring wil voorleggen aan het Lagerhuis is een welkome stap vooruit.

Iedereen weet dat het debat over de ratificatie de kans loopt een uitputtingsslag te worden tussen de regering en de Eurosceptici in de conservatieve partij: maar uiteindelijk heeft Major zich politiek verbonden aan het verdrag en is er geen manier waarop hij de confrontatie door uitstel kan vermijden. Om het verdrag te ratificeren, moeten de Eurosceptici worden uitgeschakeld en het is Majors taak om het leiderschap dat daarvoor nodig is over zijn partij uit te oefenen en voor de noodzakelijke meerderheid te zorgen.

In dit opzicht heeft Majors aankondiging het juiste signaal afgegeven aan de conservatieve partij, de Britse publieke opinie en de regeringen van de andere lidstaten van de Europese Gemeenschap. Als het er al op leek dat de regering zich in allerlei bochten wrong om af te komen van het verdrag van Maastricht, dan heeft Major nu duidelijk gemaakt dat hij van plan is stand te houden en te vechten voor een verdrag waarvan hij nog maar tien maanden geleden beweerde dat het een triomf voor Groot-Brittannië was.

Bovendien, zijn woorden van gisteravond kunnen hem tijdwinst opleveren. Geconfronteerd met de vermeende Britse vertragingstactieken, hebben andere Europese regeringen blijkbaar geflirt met de gedachte dat een harde kern van lidstaten wellicht door zou gaan zonder Groot-Brittannië. Als ze nu ervan overtuigd zijn dat Major werkelijk vastbesloten is om op te komen voor het verdrag, zullen ze mogelijk ook eerder bereid zijn met Groot-Brittannië te onderhandelen in plaats van het los te laten.