De mannelijke aanmatiging van het reine denken; Totenauberg, toneelstuk over Heidegger van Elfriede Jelinek

De kapitalistische samenleving en vooral de rol van de man daarin hebben het altijd moeten ontgelden in de toneelstukken van de Oostenrijkse schrijfster Elfriede Jelinek. Zaterdag ging Totenauberg, haar jongste en volgens eigen zeggen laatste stuk, in Wenen in première. Een van de hoofdfiguren is "Der alte Mann', voor wie de Duitse filosoof Martin Heidegger model heeft gestaan. “Totenauberg is een leesstuk, misschien een spreekstuk, waarin geen dialoog voorkomt, maar waarin lange monologen de thema's "Heimat' en cosmopolitisme, toeristengeilheid en vreemdelingenangst, natuurverheerlijking en onmenselijkheid omspelen.”

Elfriede Jelinek is een dwarse schrijfster. Deze 45-jarige Oostenrijkse auteur van romans, toneelstukken, gedichten en hoorspelen loopt niet graag in de pas van de gevestigde orde. Met "agressiviteit, woede en haat' (haar eigen woorden) heeft zij sinds het midden van de jaren zeventig laten weten wat zij van de westerse kapitalistische samenleving vindt en dan vooral van de rol van de man daarin. Na 1974 was zij jarenlang lid van de Oostenrijkse communistische partij. Tot op de dag van vandaag beschouwt zij zichzelf als een geharnast feministe, die vooral ten strijde trekt tegen de medeplichtigheid die vrouwen zich vaak in de patriarchale samenleving laten opdringen en die uiteindelijk alleen de machtspositie van de man ten goede komt.

Een citaat: “Ik heb de vrouwen zeer kritisch als slachtoffers van deze maatschappij getoond: alleen zien zij zichzelf niet als slachtoffer, maar geloven dat zij medeplichtigen kunnen zijn. Dat is eigenlijk mijn thema, of het nu seksualiteit is of economische macht, zo gauw de vrouwen zich tot medeplichtigen laten maken van de mannen, om zich daardoor een betere sociale positie te verwerven, moet het fout gaan.” Daarbij interesseert haar vooral hoe zich een Hegeliaanse meester-knecht-verhouding in taal manifesteert, wie de meester van het gesprek is en wie de verliezer. Elfriede Jelinek is ervan overtuigd dat de vrouw altijd de verliezer is.

In een serie toneelstukken heeft zij deze thematiek op de planken gebracht en dat heeft vaak tot spannend theater geleid. Haar eerste stuk Was geschah, nachdem Nora ihren Mann verlassen hatte oder Stützen der Gesellschaft, een voortzetting in de trant van het Brechtse leertheater van Ibsens Nora ofwel Het Poppenhuis, laat al meteen zien waar een vrouw in terechtkomt als zij is losgebroken uit het burgerlijke nestje van het huwelijk: in slaafse fabrieksarbeid en prostitutie.

Het volgende, Clara S. Musikalische Tragödie, toont hoe het fenomenale talent en de creativiteit van Clara Schumann-Wieck wordt fijngemalen tussen de compositorische ambities van haar krankzinnig geworden man Robert en de fascistoïde aanstellerij van de dichtervorst aan het Gardameer Gabriele D'Annunzio (de laatste leent zij voor haar in de negentiende eeuw spelende stuk uit de twintigste.)

Ook het filmscenario naar Ingeborg Bachmanns roman Malina kreeg van Elfriede Jelinek een overheersend feministische boodschap mee: als een vrouw zich verstaanbaar wil maken moet zij een mannelijk subject "lenen', maar ook dat werkt niet en uiteindelijk kan zij zich alleen maar onzichtbaar maken door in een spleet in de muur te verdwijnen.

In haar toneelstukken gaat in de jaren tachtig de taal als onderdrukkingsinstrument en als voertuig van een vals bewustzijn een steeds grotere rol spelen. In Burgtheater, Posse mit Gesang bijvoorbeeld zijn een aanbeden toneelspeelster met haar al even beroemde man en zwager de hoofdpersonen, die hun medewerking aan nazifilms met loze clichés verhullen. (Maar al te goed waren hierin de sterren van het Burgtheater Paula Wessely en de broers Hörbiger te herkennen.) Of in Präsident Abendwind, een minder vriendelijk spel over oud-president Waldheims woordgehaspel ter verdoezeling van zijn bezigheden in de oorlog.

Ongemakkelijk

Grote populariteit op de Oostenrijkse planken verwierf Elfriede Jelinek zich niet met deze hinderlijke, ongemakkelijke stukken. Haar eersteling Nora beleefde zijn wereldpremière nog in Graz, maar alle andere stukken gingen in Duitsland in première en werden voor het grootste deel zelfs nooit in Oostenrijk opgevoerd. Präsident Abendwind, vijf jaar geleden al in Berlijn te zien, wordt volgende maand - Waldheim is veilig afgetreden - eindelijk gebracht door het Landestheater in Tirol.

Burgtheater staat nog niet op het programma van het Burgtheater, ook al heeft de schrijfster nu al ettelijke malen gezegd dat het haar in dat stuk er niet om te doen is theaterreputaties te vernietigen, maar dat het alleen gaat over "taal, taalverbrijzeling, de uittocht van de taal uit het theater.' De leider van het Burgtheater, Claus Peymann, die geen groot bewonderaar is van Jelinek, lijkt er niet door overtuigd.

Wel heeft hij nu in het ook door hem geleide Akademietheater het podium beschikbaar gesteld voor het jongste stuk van Elfriede Jelinek, dat, als men haar mag geloven, ook haar laatste toneelspel zal zijn. Ze zegt genoeg te hebben van het theater en het gezeur om haar stukken opgevoerd te krijgen. Met Totenauberg (in boekvorm al vorig jaar bij Rowohlt verschenen) wil zij "Hello' en "Goodbye' tegelijk zeggen tegen het grote Weense toneel. Het stuk ging vorige week zaterdag in Wenen in première.

Dat het over taal, taalmanipulatie, taalverwording gaat behoeft ditmaal geen betoog. Totenauberg is een leesstuk, misschien een spreekstuk, waarin geen dialoog voorkomt, maar waarin lange monologen de thema's "Heimat' en cosmopolitisme, toeristengeilheid en vreemdelingenangst, natuurverheerlijking en onmenselijkheid, intellectuele zelfrechtvaardiging en meeloperdom omspelen. Hoofdfiguren zijn: "Der alte Mann', voor wie de Duitse filosoof Martin Heidegger model heeft gestaan (Heidegger, hoogleraar in Freiburg en van 1933 tot 1934 door de nazi's benoemde rector van de universiteit, bezat een "Hütte' voor het denken in het berggehucht Todtnauberg in het Zwarte Woud) en "Die Frau', getekend naar de joodse Hannah Arendt, een leerlinge en geliefde van Heidegger, later na haar emigratie in New York hoogleraar in de politicologie.

Elegante vrouwen, een jonge moeder, sportbeoefenaren, skiërs, een oude boer, kellners, toeristen en Oosteuropese vluchtelingen garneren de centrale figuren. Maar in de monden van deze laatsten legt Elfriede Jelinek haar belangrijkste teksten. In Heidegger en Hannah Arendt markeert ze het spanningsveld, waar het haar om te doen is: dat tussen "Heimat', verbondenheid met bloed en bodem, "natuur' aan de ene kant en vreemdheid en emigrantendom aan de andere. Maar zo schematisch als het wel eens was in het werk van Elfriede Jelinek is het allemaal niet meer. Ook Hannah Arendt laat zij "heideggeren' (“Der Tod ist das Wo des Daseins”) en haar Heidegger is niet zonder meer de vleesgeworden Boze.

Natuurlijk maakt Jelinek de filosoof, die ondanks de joodse geliefde in 1924-25 bij de machtsovername door de nazi's iets moois zag gloren en zijn leven lang intens verbonden bleef met zijn antisemitische en fanatiek nazistische vrouw, belachelijk. Zo laat zij hem zeggen: “Wir kommen als etwas Handfestes zu den Gebilden und kommen als Gebildete zurück. Doch eingebildet ist immer das sogenannte wirklich Vorhandene, hereingebildet zum Scheinen gebracht in die Lichtung. Wir sind das Da. Das Ent-Setzen unseres jähen Erscheinens hat sich in einer anscheinend beruhigten Welt schon lange vorbereitet.” Onvertaalbaar geheidegger.

Heimat

Toch ontbreekt de agressiviteit, de haat tegen de maatschappelijke werkelijkheid die Elfriede Jelineks romans en stukken vroeger kenmerkten in dit stuk. De tekst is bitter, hatelijk soms tegen het consumentendom, de slogan-taal, de prostituering van het Oostenrijkse land ten bate van toeristische inkomsten, de "groene' natuurverheerlijking die zij als een kind ziet van Heideggers "Behaustheit'- en "Heimat'-denken, de buitenlanderangst, de verdringing van het verleden en nog veel meer. Maar, zoals ze zelf in een gesprek met Riki Winter heeft toegegeven, haar tekst is terughoudender dan men van haar gewend is.

Ook met haar feminisme slaat zij lezer en publiek minder hard om de oren dan vroeger, ook al lijkt ze Heidegger als hoofdfiguur te hebben gekozen omdat hij voor haar de "mannelijke aanmatiging van het reine denken' symboliseert. Denken, waar Hannah Arendt tenslotte door haar verstoting uit de "Heimat' geen deel meer aan heeft kunnen hebben, waarmee voor Elfriede Jelinek opnieuw bevestigd is dat vrouwen tot dit domein niet worden toegelaten.

"Totenauberg', dat de schrijfster een requiem voor haar 49 joodse familieleden die in de nazikampen het leven hebben gelaten, heeft genoemd, is niet agressief, vol haat en woede. Het is eerder doortrokken van een gevoel van vertwijfeling. Door het ineenstorten van de Oosteuropese staten heeft Elfriede Jelinek naast haar afkeer van het kapitalistische materialisme en consumentisme met hun holle frasen en reclametaal nu ook het inzicht verworven dat de Oosteuropese "utopieën' geen echt maatschappelijk alternatief vormden voor de kapitalistische ellende.

Want onbegrijpelijk lang heeft zij toch nog gedacht dat de socialistische staten van Oost-Europa samenlevingen waren, "die wilden proberen een verantwoordelijk handelende individuele mens te propageren, in plaats van iemand die alleen op zijn eigen voordeel uit is.' Van die illusie is zij nu genezen: wel ziet zij nu nieuw fascisme opdoemen tegenover de paria's van onze tijd, de mensen met een gekleurde huid, de vrouwen, de gemarginaliseerden, zo zei ze in een vorig jaar gepubliceerd interview.

Manfred Karge, de huisregisseur van het Akademietheater die in Oost-Berlijn in Brechts traditie werd geschoold, heeft zijn best gedaan van de ontheatrale tekst van Totenauberg toneel te maken en rekening te houden met alle bovenbeschreven opvattingen van Elfriede Jelinek. Dat heeft een spektakel opgeleverd dat nu en dan amusant is, maar met de tekst op gespannen voet staat. Een kelnerballet uit de "Roaring Twenties' beeldt de beate verering voor de grote denker in klederdracht uit. Drie arme slokkers, in grauwe lompen en gedeeltelijk barrevoets (zij lijken zo uit een laat ballet van Kurt Jooss gesprongen) zetten de ongewenste vluchtelingen uit Oost-Europa op de planken. Een oude kale boer met rafelbaard hangt als woordeloos toeschouwer uit een knus raam met bloembak. Sportmaniakken hollen over het podium. Een karikaturaal herbergiersechtpaar uit de Tiroler bergen verft deuren groen, kwispelt naar echte toeristen, maar knabbelt met smaak aan de afgerukte arm van een van de verongelukte vluchtelingen.

Door dit alles stapt met een aan waanzin grenzende, maar toch ook overtuigende onverstoorbaarheid de filosoof Heidegger, bazelend over "Heimat' en oerverbondenheid, hoogstens even uit zijn evenwicht gebracht door Hannah Arendt, die uit de grote buitenwereld opdoemt. Martin Schwab en Cornelia Lippert maken er mooie rollen van. Zij spreken hun teksten, die geschikter zijn voor lezing dan voor declamatie, indringend en soms pakkend, ook al vliegt de betekenis van veel van het gesprokene door de humorloze zwaarwichtigheid meestal weg over de hoofden van de toehoorders.

Elfriede Jelinek ziet haar romans als het absolute tegendeel van de negentiende-eeuwse burgerlijke roman. En haar toneelstukken als antagonistisch tegenover een traditie waarin plot, dramatische ontwikkeling, psychologie en theatrale effecten centraal staan. Bewust zijn haar protagonisten spreekmachines die tekst voortbrengen, en geen karakters, ook al verwijst zij in Totenauberg bij "Der alte Mann' en "Die Frau' naar Martin Heidegger en Hannah Arendt. Dat men met zo'n aanpak theater kan maken dat een publiek een avond in de ban houdt, heeft in elk geval Totenauberg, ondanks het vaak komische spektakel dat Manfred Karge er om heen heeft geflanst, niet kunnen bewijzen.