De juf

Het is de eerste keer dat ik naar een crematie ga. Toen mijn oma dood ging was ik er nog te jong voor. En bij de begrafenis van mijn oom bleven de kleinere kinderen ook thuis. Ik ben dus best zenuwachtig als ik het pad van het crematorium oprijd. Wat moet ik nu doen? Wat moet ik zeggen? Je moet zeggen wat je voelt, zegt mijn moeder. Maar wat voel ik eigenlijk?

Mijn juf van de basisschool. Zij is (was) iemand met wie je kon lachen. Een juffrouw die streng was, maar altijd eerlijk. Heel lief maar af en toe ook ongeduldig. Die mij meestal goed begreep. Maar soms ook helemaal verkeerd. Ze kon prachtig vertellen over Griekenland. Bij haar kreeg ik voor het eerst geschiedenis. En vanaf dat moment vond ik dat een leuk vak.

Er staan al veel mensen te wachten. Van onze school, maar ook vreemden. Ze kijken bedroefd en niemand praat hard. En als we naar binnen gaan is het akelig stil.

Dan gaat er een mevrouw praten. Ze heeft tranen in haar stem. En dan een andere mevrouw. En een meneer die iets opleest van een papier. Ze praten tegen ons over de juf. En soms draaien ze zich om naar een lange houten kist met een deksel erop. Dan zeggen ze de juf goedendag en bedanken haar. Zou ze alles horen? En als ze nu eens nog niet helemaal dood is? Misschien was ze wel alleen maar flauwgevallen. Ik kijk of ik de deksel van de kist ook een beetje zie bewegen.

Is er nog iemand die wat wil zeggen? vraag een meneer met een zwarte pet. Hij kijkt naar mij. Mijn keel bonst.

Dan klinkt er gelukkig muziek door de zaal. We gaan in een lange rij naar voren. Op de grond liggen zonnebloemen. En bloemstukken met witte linten eraan. De mensen staan stil en huilen. En daarna lopen ze naar een grote kamer. We moeten de moeder van de juf een hand geven. En ik wil zeggen wat ik voel. Maar dat weet ik nog niet zo goed. Dus zeg ik alleen maar: ze was een goede lerares. En haar moeder zegt: o, ben jij nu Michiel. Nou mijn dochter vindt het vast heel fijn dat jij bent gekomen.

Dat vind ik heel lief van haar. Ik wil ook wat aardigs aan haar vertellen. Maar er gaan al andere mensen met haar praten. Iemand duwt een schaal met cake onder mijn neus. Kun je hier zomaar een stuk gaan eten? Hoe zou de juf dat vinden?

Maar de juf is nu in as veranderd. En zij ligt in een vaas.