De aardige wesp

Midden op straat stond een leunstoel en in die leunstoel zat een meisje de krant te lezen.

Het meisje had een Beiers pijpje met een barnstenen kop in haar hand en blies een rookwolk uit. Toen ik naderbij kwam, herkende ik het pijprokende meisje. Het was Joep. “Ben je pijp gaan roken?” vroeg ik aan Joep. “Ik rook alleen een pijp als mijn sigaren op zijn,” antwoordde Joep. Joep vouwde de krant dicht en stelde voor om een wandeling naar het park te maken. Joep heeft blond krulhaar en ze lijkt precies op een Barbie-pop. Het is een gek gezicht om een levende Barbie-pop een pijp te zien roken. Onderweg had Joep dan ook veel bekijks. Bij een sigarenwinkel stapte Joep naar binnen. Toen ze weer naar buiten kwam, had ze een sigaar in haar mond. “Er gaat niets boven een bolknak. Dat pijproken, vind ik maar niks,” zei ze.

De sigaar die Joep had opgestoken, was zo groot dat hij maar voor de helft was opgerookt toen we eindelijk bij de ingang van het park waren aangekomen. Joep gooide de halve sigaar weg en zei: “Ik stop met roken.” “Stop je met roken omdat het ongezond is?” vroeg ik. “Ik wilde naar het park omdat het nu wespentijd is en wespen houden niet van rook,” zei Joep. “Pas op! Er zit een wesp in je haar,” riep ik. “Wat voor wesp?” vroeg Joep. “Er zit gewoon een wesp in je haar,” zei ik nog eens. “Ach sukkel, ik bedoel wat voor soort wesp zit er in mijn haar? Een Sluipwesp, een Graafwesp, een Hoornaar, een Reuzenhoutwesp of een vespula vulgaris? De vespula vulgaris is dus de Gewone wesp.”

“Ik denk dat er een gewone wesp in je haar zit,” zei ik. “Beschrijf het exemplaar dat zich in mijn haar bevindt zo duidelijk mogelijk,” zei Joep streng. “Hij heeft een wespetaille. Hij draagt een zwart-geel gestreept broekje en hij heeft vier vleugels,” zei ik terwijl ik me over Joeps haardos boog.

“Afgezien van de reuzenhoutwesp hebben de genoemde soorten allemaal een wespe-taille. Aan die informatie heb ik dus niks. Maar als de wesp in mijn haar zwarte en gele banden heeft, zal het wel weer zo'n onbenullig vulgarisje zijn. Ik heb ook altijd pech. Waarom strijkt er nou nooit eens een zeldzame wesp op mijn hoofd neer?” zei Joep. In het park kwamen we langs een terras. “Laten we hier iets zoets gaan drinken, daar komen veel wespen op af,” zei Joep. “Ik wil een drankje waar geen suiker in zit,” zei ik tegen de ober. “Bah, wat flauw! Je bent zeker bang voor wespen,” zei Joep. “Geeft u mij maar een glas limonade met heel veel limonadesiroop en een klein beetje water,” zei ze tegen de ober.

Zodra de ober de bestellingen op tafel had gezet, verscheen er een zwerm wespen boven onze hoofden. Mijn glaasje mineraalwater lieten ze gelukkig al snel met rust, ze vonden de limonade van Joep veel lekkerder. Joep keek aandachtig hoe de wespen voorzichtig langs de binnenkant van het glas in het rode limonade-meertje afdaalden. “Kijk eens wat een leuke wesp! Hij heeft bruine en oranje streepjes in plaats van gele en zwarte,” riep Joep ineens. Het volgende moment zag ik de bruin-oranje wesp in het limonade-meertje spartelen. Joep haalde haar Beierse pijpje te voorschijn en dompelde het in haar glas. De pijpekop als een schepnet gebruikend, viste ze de wesp uit de limonade. Daarna plaatste ze de versufde drenkeling midden op de tafel om hem nog eens beter te bekijken. De vleugels van de wesp zaten aan elkaar geplakt en zijn bruin-oranje broekje zag er mottig uit. “Goed dat het zo heet is, dan droogt hij sneller,” zei Joep. “Ik heb het warm, ik ga nog een mineraalwater bestellen,” zei ik. “Ik wil ook een mineraalwater,” zei Joep zonder een oog van de wesp af te houden.

De ober had het ook warm. Het zette zijn dienblad op ons tafeltje neer om het zweet van zijn voorhoofd te wissen. “Kaffer, kan je niet uitkijken. Je hebt het dienblad boven op een wesp gezet,” hoorde ik Joep tegen de ober schreeuwen. De ober tilde het dienblad op en keek stomverbaasd naar de verpletterde wesp. “Opgeruimd staat netjes. Het sterft hier van de wespen. Ik wou dat ik ze allemaal kon verpletteren,” zei hij. Joep keek bedroefd naar het wespenlijkje. “Ik heb ook altijd pech. Vind ik eindelijk eens een keer een exclusieve wesp in mijn limonade wordt hij platgewalsd door een ober. Alles wat er van de wesp over is, is een vieze vlek op een tafel,” zei ze. “Wat was het voor een wesp?” vroeg ik. “Het was een volwassen Hoornaar. En een Hoornaar is nu juist een ontzettend aardige, handelbare wesp die zelden steekt,” antwoordde Joep zuchtend.

    • Betty van Garrel