DAF ontkent geldproblemen

ROTTERDAM, 2 OKT. DAF ontkent dat het bedrijf betalingsproblemen zou hebben en zelfs op het punt zou staan surséance van betaling aan te vragen. De vrachtautofabrikant verklaarde gisteren dat hardnekkige geruchten hierover op de Amsterdamse effectenbeurs “volstrekt ongegrond” zijn. De vrachtwagenfabrikant verwacht het de komende dagen eens te worden over in totaal 210 miljoen gulden aan leningen van de Nederlandse en de Vlaamse overheid.

Volgens een woordvoerder van DAF werd de vrij ongebruikelijke mededeling noodzakelijk door de beursgeruchten. Maar hij verwijst tevens naar uitlatingen die woordvoerder De Ranitz van de effectenbeurs deed in een vraaggesprek met Omroep Brabant. Op de vraag of geruchten over surséance van betaling voor een bedrijf niet “bijna dodelijk” zijn, antwoordde de beurswoordvoerder: “Dat kan ik niet beoordelen. Ik ken genoeg gevallen waarin een bedrijf surséance van betaling aanvraagt en dat het met het bedrijf, zij het dan in een andere vorm of afgeslankte vorm, toch weer goed komt...”

DAF legt samen met de Nationale Investeringsbank (NIB) de laatste hand aan een achtergestelde lening van ongeveer 100 miljoen gulden. Die lening zal een looptijd hebben van 6,5 jaar. De bank krijgt het recht de lening om te zetten in gewone aandelen. Op korte termijn zal DAF ook een overeenkomst sluiten met de Nationale Maatschappij voor Krediet aan de Nijverheid (NMKN) in België over een commerciële lening op langere termijn van ongeveer 110 miljoen gulden. DAF heeft in het Vlaamse Westerlo een fabriek voor truckcabines en voor voor- en achterassen.

DAF heeft de afgelopen tweeënhalfjaar 720 miljoen gulden verlies moeten incasseren. In de eerste helft van dit jaar was het verlies 97 miljoen. In augustus sprak de raad van bestuur de verwachting uit dat DAF het tweede halfjaar “quitte zou spelen”. Het bedrijf houdt vooralsnog vast aan deze voorspelling ook al geeft een woordvoerder desgevraagd toe dat het herstel op de Britse vrachtautomarkt “langer uitblijft dan iemand verwachtte” en dat ook de markten in Frankrijk, België en Spanje “erg zwak” zijn.