Amsterdamse zakkenrollers "zo link als een looien deur'; "Je staat er verbaasd van hoeveel mannen nog met een dikke achterzak rondlopen'

AMSTERDAM, 2 OKT. “Als we niet regelmatig omkijken rollen ze de handboeien nog van onze riem”, zeggen de agenten Ben en Hans. “Zo link als een looien deur”, is hun oordeel over de zakkenrollers die op de Amsterdamse Albert Cuyp-markt actief zijn. Veel kunnen ze er niet tegen doen. In hun uniformen zijn ze "puur preventief' - “Wat dus betekent dat ze nu vrolijk aan de andere kant van de markt staan te rollen”.

Breed en blauw lopen ze langs de kramen. Vrouwen verdringen zich om een "werkelijk echt koopje van maar vijftien guldentjes'. Een man buigt diep voorover om een verre tomaat te bevoelen. Het is voer voor snelle vingers. Schouder- en boodschappentassen van vrouwen zijn de meest geliefde rolplaatsen, vertellen Ben en Hans. “Toch zal je er verbaasd van staan hoeveel mannen nog met een dikke achterzak rondlopen”.

In Amsterdam worden meer zakken gerold dan in de rest van Nederland, zo blijkt uit een rapport dat gisteren door het ministerie van Justitie is gepresenteerd. Volgens het rapport is zakkenrollen een typisch "grote-stadsdelict', waarbij Amsterdam de kroon spant.

Halverwege de markt, boven de haarbanden en de knoflookvlechten, waait een bleek spandoek waarmee de marktgangers in vier talen worden gewaarschuwd: "Beware of pickpockets'. Ben en Hans halen hun schouders op. Die "preventie-achtige toestanden' richten wat hen betreft weinig uit. Vooral toeristen en dagjesmensen uit de provincie zijn het slachtoffer van zakkenrollers. “Als je die onschuldige dametjes uit Amersfoort met hun tassen ziet zwaaien!”, zegt Ben.

Een Amsterdammer zal zoiets niet overkomen. “Die weet waar hij voor staat”. Lachend wijst Ben op twee Surinaamse vrouwen die met zachte vingers de geborduurde lijfjes betasten die op de kleerhangers boven hun hoofd hangen. Met een natuurlijk gebaar van hun linker elleboog houden ze hun tas tegen buik en borsten geklemd. “Zie je hoe de Amsterdamse vrouwen weten hoe ze met een tas moeten rondlopen?”.

Volgens rechercheur H. Eigenman van wijkteam de Pijp zijn er in zijn buurt vooral Latijns-Amerikaanse en Joegoslavische zakkenrollers actief. Het zijn goed georganiseerde teams, met een hoge mate van professionaliteit. Deze groepen "werken' meestal in de zomermaanden in Amsterdam, daarna vertrekken ze naar een warmere bestemming. "Roltoeristen' worden ze wel genoemd. Drie jaar geleden heeft bureau de Pijp, in het kader van een preventieproject, video-opnamen gemaakt om de werkwijze van deze professionals te bestuderen.

Zakkenrollers werken altijd ten minste met z'n tweeën, zo bleek. Op de band kon men bijvoorbeeld zien hoe een zakkenroller een vrouw het instappen in de tram belemmerde door consequent andere passagiers voor te laten. “Die vrouw is op dat moment alleen gefixeerd op haar tram, waardoor de maat rustig haar tas leeg kan halen”. Door de video-opnamen besefte de politie pas goed hoe vlug zakkenrollers te werk gaan, en hoe moeilijk het voor zakkenrollersteams is om het misdrijf precies te beschrijven - wat nodig is om tot vervolging over te kunnen gaan.

Met een klap gooit hij zijn mountain-bike tegen een pui en drijft de vechtende junkies tegen de ruit. Het oudere echtpaar dat even verderop met de neus tegen de etalage van de sekswinkel staat geplakt, kijkt niet op of om. “Een buurt als deze is natuurlijk ideaal voor zakkenrollers”, zegt de agent als hij zijn wapenstok terugsteekt en de hoeren hun plaatsen achter de ramen weer hebben ingenomen. “Nauwe straatjes en veel afleiding”. Hoerenlopers en stonede hash-toeristen vormen op de wallen het belangrijkste doelwit. Anders dan men misschien zou verwachten zijn het niet de junks - “die pakken we zo” - maar de illegalen uit Noord-Afrika die zich op de wallen op het métier van zakkenrollen hebben gestort. Sinds de politie vorig jaar hard is opgetreden tegen het aantal berovingen met messen en ander bestek, is de zakkenrollerij flink toegenomen. “Ze hebben zich omgeschoold als het ware.”

Maar goed zakkenrollen is niet gemakkelijk. Misschien is dat wel de reden waarom er weinig autochtone Nederlanders in het vak zitten: “Wij zijn er op een of andere manier te log voor, denk ik”, zegt de agent terwijl hij stijfjes weer op zijn fiets stapt.

    • Marjon van Royen