Amerikanen en Mexicanen verwelkomen vrijhandelszone

De Verenigde Staten, Canada en Mexico willen de grootste vrijhandelszone ter wereld vormen. Activiteiten die nu direct gebonden zijn aan de Amerikaans-Mexicaanse grens zullen veranderen, maar onduidelijk is hoe. Voorlopig overheerst optimisme.

Bij binnenkomst om 8.05 uur lacht douane-expediteur Al Roser uitbundig. “Wij beginnen altijd vroeg hier in Brownsville.” Bij het afscheid anderhalf uur later is hij nog steeds niet uitgelachen. In de tussentijd heeft hij zich gepresenteerd met een visitekaartje waarop Roser zich afficheert als "een man van actie' die "maagden bekeert', "opstanden neerslaat' en "zelfgebakken tortillas' verkoopt. Maar het is gedaan met de grappen en grollen als Nafta ter sprake komt, het vorige maand gesloten akkoord tussen VS, Canada en Mexico dat van het gebied de grootste vrijhandelszone ter wereld moet maken. “Ik ben beslist niet optimistisch”, zegt hij. “Nu moet alles nog stoppen aan de grens, maar na Nafta zal dat niet meer nodig zijn. De Amerikaanse banken krijgen filialen in Mexico, de Mexicaanse trucks mogen gewoon doorrijden tot Canada aan toe en alle arbeidsintensieve oogsten verhuizen naar Mexico. We kunnen alleen overleven door joint ventures, samenwerking met de Mexicanen en door handel, meer handel.”

De goedlachse Roser is een van de weinige critici van Nafta in het zuidwestelijke deel van Texas dat The Valley wordt genoemd, de vallei van de Rio Grande met als belangrijkste plaatsen de stadjes McAllen, Harlingen, en Brownsville, waar Roser al meer dan veertig jaar woont. Hij heeft de katoenproduktie naar het zuiden zien verdwijnen, en vreest nu meer verhuizingen naar Mexico. Over zijn eigen negotie is hij niet bezorgd. “Toen drie jaar geleden het vrijhandelsakkoord met Canada werd gesloten, dachten alle douane-agenten dat dit het einde zou zijn. Het tegendeel is gebleken. Alleen al het vaststellen of een bepaald produkt een zeker percentage Noordamerikaanse componenten bezit om voor een nultarief in aanmerking te komen en daarvoor de documenten in orde maken, bezorgt ons genoeg werk.”

De analyse van Roser, niet diens conclusie, wordt gedeeld door hereboer en brugeigenaar Sam Sparks, een Texaanse ondernemer van het zuiverste water. Terwijl het vrachtverkeer langsdendert over de smalle, internationale tolbrug die voor de helft Sparks' eigendom is (de Mexicaanse overheid bezit de andere helft), zegt hij: “Natuurlijk, het wordt een probleem voor de kleine ondernemingen hier. De Mexicanen kunnen de inkopen waarvoor ze nu nog naar Texas komen straks in eigen land doen, als Walmart en de andere grote jongens hun filialen daar hebben. En de uienteelt zal naar Mexico verdwijnen. Maar alles wat machinaal wordt geoogst, gebeurt hier in Texas efficiënter en beter en dat zal blijven. By and large, zijn er voordelen voor beide landen.” Uienboer Sparks wacht niet op de dingen die komen gaan na Nafta. Nu al heeft hij zijn zoon erop uitgestuurd - “ik ben zelf te oud voor al dat gereis” - om investeringsmogelijkheden in het buurland te bekijken. Ook hij rept van joint ventures.

Sam Sparks is best tevreden met het rendement van zijn tussen de stadjes Progreso (Texas) en Nuevo Progreso (Tamaulipas, Mexico) gelegen brug, waar maandelijks gemiddeld 120.000 personenauto's, 5.000 vrachtwagens en 70.000 voetgangers de oversteek maken tussen de VS en Mexico à raison van één dollar of bijna het dubbele als de reis van zuid naar noord gaat. Hij vreest de concurrentie niet van de twee nieuwe bruggen over de Rio Grande die mede met het vooruitzicht op Nafta gepland zijn naast de drie reeds bestaande bruggen in The Valley. Sparks lacht als hij zich bedenkt dat de Mexicanen bij de bouw van de internationale brug van Progreso, in 1951, er nog op stonden explosievenkamers te bouwen voor het geval de buurlanden in een gewapend conflict zouden raken. Nu de nieuwe brug bij Los Indios wordt gebouwd en met de aanhoudende verbetering van de betrekkingen, heeft de Mexicaanse overheid die eis laten vallen.

Bruggen, vaargeulen, vliegvelden, het zit allemaal in de portefeuille van Jim Ebersole, directeur industriële ontwikkeling van de Port of Brownsville. Uitkijkend op het zeventien mijl lange kanaal dat de haven van Brownsville verbindt met de Golf van Mexico, antwoordt Ebersole desgevraagd: “Ik hoop dat we, door Nafta, de vervaardiging van elektronische componenten weer kunnen terughalen uit het Verre Oosten. In de VS, waar notabene de transistorradio is uitgevonden, is sinds 1965 geen enkele radio meer vervaardigd.”

Ebersole voorspelt na Nafta een verdere forse stijging van de nu al jaarlijks met dertig procent toenemende handel tussen de VS en Mexico. Hij twijfelt er niet aan, dat ook het Texaans-Mexicaanse grensgebied van die groei zal profiteren en dat de infrastructuur van Brownsville danig zal moeten worden uitgebreid.

Pag.10: Kans voor agressieve ondernemer; Manager die bij wil zijn, betrekt Mexico in zijn overwegingen

De redding van Brownsville en de andere stadjes in The Valley, een van de armste gebieden van de Verenigde Staten, kwam na de teloorgang van de katoenindustrie - eind jaren zestig, begin jaren zeventig - met de komst van de assemblage-industrie ten zuiden van de grens. Het door de Mexicaanse overheid in het leven geroepen programma van maquiladoras beoogde aan Mexicaanse kant werkgelegenheid te bieden in een sterk verarmde streek.

Buitenlandse bedrijven mochten zich in een strook langs de Mexicaanse kant van de grens vestigen, belastingvrij materialen invoeren en die na bewerking door Mexicaanse arbeiders belastingvrij weer uitvoeren. Alleen over de toegevoegde waarde, de arbeid, berekent de Mexicaanse fiscus een geringe heffing.

In de afgelopen twintig jaar hebben zich honderden bedrijven uit de VS, Canada en sommige Aziatische landen gevestigd in Mexicaanse grenssteden als Ciudad Juarez, Nuevo Leon en Reynosa. In Matamoros, direct tegenover Brownsville, zijn nu zo'n honderd maquila-bedrijven gevestigd. Twaalf ervan hebben zowel vestigingen in Brownsville als Matamoros. “Alleen al in Brownsville zijn vijfduizend banen direct gemoeid met de maquiladoras in Matamoros”, zegt Jim Ebersole van Port of Brownsville om het door de Amerikaanse vakbonden gebruikte argument te bestrijden dat de assemblage in Mexico Amerikaanse banen kost.

Op zichzelf is de bezorgdheid van de Amerikaanse vakcentrale AFL/CIO, en van de vooral Democratische en conservatief-Republikeinse tegenstanders van Nafta begrijpelijk. De aanvangslonen in de maquiladoras van Matamoros liggen op 87 dollarcent per uur; een achtste tot een tiende van het loon dat voor gelijkwaardige arbeid in de VS moet worden betaald. Van vakbonden zoals de strijdbare United Auto Workers heeft een bedrijf als General Motors met zijn vestiging in Matamoros geen last. Aan Mexicaanse kant wordt dat als een verkoopargument gebruikt.

Luis Elizondo, algemeen directeur van het Comité voor de Industriële Ontwikkeling van Matamoros: “Matamoros heeft het geringste personeelsverloop van de grensstreek. De vakbond beheert een wachtlijst waarop iedereen die in de maquila wil werken, zich moet laten registreren. Heeft een bedrijf, zeg, honderd man nodig, dan is één telefoontje naar de bond voldoende. Wil je als werknemer echter overstappen naar een ander bedrijf, dan moet je onderaan de wachtlijst plaatsnemen.”

De aldus bereikte "arbeidsrust' in Matamoros is evenwel iets van de laatste tijd. De afgelopen jaren bereikten de relaties tussen werkgevers en werknemers in Matamoros een dieptepunt door voortdurende vakbondsacties onder leiding van de vermaarde voorman Agapito González. Toen uiteindelijk een delegatie ondernemers uit Matamoros zijn nood ging klagen in Mexico-Stad, werd González door federale agenten opgepakt en in de gevangenis gezet wegens vermeende belastingfraude. “González heeft een enorme schade aangericht”, zegt een bestuurslid van de Kamer van Koophandel. “Door hem zijn vele bedrijven naar andere delen van de grensstreek verhuisd.”

Maar de achterblijvers lijken tevreden met de gang van zaken nu, en kijken reikhalzend uit naar de mogelijkheden die Nafta volgens hen zal bieden. Bill Wolfe is zo iemand, een maquila-ondernemer van het eerste uur met het voorkomen van een veteraan-commando. In zijn naast de produktiehallen gelegen kantoor van het bedrijf Nova Link in Matamoros wrijft Wolfe zich over de kale schedel en constateert: “Mexico is niet langer onbekend terrein. Iedere manager die bij wil zijn, betrekt Mexico in zijn overwegingen. De maquiladoras hebben zich ontwikkeld van een aanvankelijk primitief geheel van assemblagebedrijven tot een sophisticated industrie. Mexico heeft een technologische ontwikkeling ondergaan en er is een compleet nieuwe middenklasse ontstaan.”

Wolfe kwam dertien jaar geleden naar Matamoros als bedrijfsleider van de General Motors-fabriek. Een paar jaar geleden zette hij zijn eigen bedrijf op volgens het zogenoemde shelter-concept. Wolfe huurt de grond, de gebouwen en de veelal vrouwelijke arbeiders. Firma's als Fruit of the Loom en Walmart laten bij Wolfe's Nova Link hun ondergoed en honkbalhandschoenen in elkaar zetten. “Nafta gaat niet ten koste van de maquiladoras”, zegt Wolfe. Misschien zullen de loonverschillen met de VS wat kleiner worden, maar, zegt hij, “het maquila-concept is evolutionair en zal zich aanpassen aan de nieuwe omstandigheden. Sommige voordelen zullen verdwijnen, andere zullen ervoor in de plaats komen. Ik zie kansen voor agressieve ondernemers, zowel in de VS als in Mexico.”

Hoe die toekomst er precies zal uitzien, is nog onduidelijk. Sinds de drie betrokken landen vorige maand de onderhandelingen over Nafta hebben afgerond, is het stil geworden rondom het vrijhandelsakkoord. Zowel in de VS, Mexico als Canada is er nog steeds geen complete tekst van het akkoord vrijgegeven. Boze tongen willen dat het verdrag op tal van punten nog niet is afgerond. Niemand weet precies waar hij aan toe is.

Wel zijn de verwachtingen over het algemeen hooggespannen. Aan de Texaanse kant van de grens wordt zonder uitzondering het economische beleid geroemd van meer openheid, minder barrières en vooral meer wederzijdse handel zoals de Mexicaanse president Carlos Salinas de Gortari dat de afgelopen vier jaar gestalte heeft gegeven. Dat kan alleen maar nog beter worden, zo meent men. Pablo Noriega, vice-president van de Economische Ontwikkelingsraad van Brownsville: “Nu wordt heel Mexico één grote maquiladora, hoewel dat anders zal gaan heten. Ik ben ook niet bang voor de gevolgen voor de grensstreek. Wij behouden onze bevoorrechte geografische positie: de nabijheid tot Mexico.”

Geografisch is Matamoros in de Mexicaanse staat Tamaulipas slechts een bruglengte verwijderd van Brownsville, Texas. Maar er is een wereld van verschil tussen de twee plaatsen. Rijdend van noord naar zuid is de brug het laatste stukje fatsoenlijk wegdek voor Mexico. In Matamoros begint de Derde wereld met z'n krottenwijken, gebrekkige nutsvoorzieningen en een algemene indruk van armoede. Ondernemer Wolfe erkent het gebrek aan een adequate infrastructuur, maar roemt de “enorme vorderingen” die de afgelopen tien jaar zijn gemaakt. “Nu zijn er ten minste wegen. Dat was tien jaar geleden nog niet zo.”

Critici van de maquila-industrie wijzen erop, dat de Mexicaanse overheid zoveel in de ontwikkeling van de infrastructuur moet steken dat het netto rendement van de buitenlandse vestigingen nul of minder is. Het dagblad El Bravo in Matamoros kopt enthousiast: "12,5 Miljard voor Riolering 15 Wijken'. Maar 12,5 miljard pesos (een kleine vier miljoen dollar) is van een andere orde dan de 5,5 miljard dollar die volgens een studie van de Board of Trade Alliance nodig is voor het op peil brengen van de infrastructuur in de Mexicaanse grensstreek. En de critici geloven dat dit bedrag eigenlijk het dubbele zou moeten zijn.

De in vele opzichten zo succesvolle maquila-industrie heeft zeker niet iedereen de instant-rijkdom gebracht die met de assemblagebedrijven wordt geassocieerd. In de ontvangstruimte van Nova Link in Matamoros zeggen twee vrouwen die vanaf de vakbondswachtlijst op sollicitatiegesprek zijn gestuurd, dat de lonen weliswaar beter zijn dan in de rest van Mexico, maar de prijzen navenant hoger. “Mijn man en ik moeten beiden werken, want anders is het leven met twee kinderen hier onbetaalbaar.”

Ze vergelijken de lonen in Matamoros (zo'n 240.000 tot 300.000 pesos per week, oftewel tussen de 125 en 155 gulden) met die in het verderop gelegen Reynosa, ook een centrum van maquiladoras. “Daar krijg je de helft, en moet je ook nog twaalf uur per dag werken.” In Reynosa is dan ook niet zoals in Matamoros een wachtlijst, van, zo zeggen de vrouwen, drieduizend potentiële arbeiders. Of een "wachtlijst' van miljoenen anderen zoals in de rest van Mexico, waar de komst van nieuwe bedrijven in het kielzog van Nafta en een herhaling van het "maquila-wonder' niet snel genoeg kan gebeuren.

    • Reinoud Roscam Abbing