Woede over herdenking V-2 lancering; "Ontwikkeling V-2 betekende basis voor ruimtevaarttechniek'

Zaterdag 3 oktober is het vijfig jaar geleden dat vanaf het Duitse proefstation Peenemünde de eerste, succesvolle lancering plaatsvond van het vergeldingswapen, de V-2. Daarvan werden in 1944 en 1945 in totaal - vooral vanuit Nederland - zesduizend tegen Engeland gebruikt.

ROTTERDAM, 1 OKT. Aan de Oostzee, dichtbij de Duits-Poolse grens ligt het plaatsje Peenemünde. Hoewel het in Reiseführers van de voormalige DDR niet genoemd wordt, geniet het toch grote bekendheid. Vooral bij lucht- en ruimtevaartdeskundigen omdat in Peenemünde de V-2 , de voorloper van zowel Amerikaanse militaire en ruimtevaartraketten als van de Russische-Scud raket, werd ontwikkeld.

De V-2 was een ballistische raket met een zware springlading die een hoogte van 10.000 meter kon halen en een grote reikwijdte had. De Duitse vereniging voor lucht- en ruimtevaart had de ontwikkeling van de V-2-raket feestelijk willen herdenken. De Duitse parlementaire staatssecretaris van economische zaken, Erich Riedl stond aan haar kant omdat volgens hem de V-2 “de geboorte betekende van de techniek die ook vandaag nog de basis is voor de bemande en onbemande ruimtevaart”.

Dick de Zeeuw, een 68-jarige Amsterdammer, sloeg de schrik om het hart toen hij daarvan hoorde. Als politiek gevangene heeft hij in 1943 de voorbereidingen van het programma van de V-wapens, de Versuchs- en Vergeltungswaffen, van dichtbij meegemaakt.

“In 1943 ben ik op weg naar Engeland aan de Frans-Zwitserse grens gearresteerd. Ik werd naar het concentratiekamp Buchenwald en vervolgens naar Peenemünde gestuurd. Duizenden politieke gevangenen werkten daar aan de assemblage van zeer geheime wapens. We waren ondergronds, onder de fabriekshallen gehuisvest. Het was een soort dodenkamp. Vooral bij een Brits bombardement in augustus 1943 - de bommen vielen op vijf meter afstand, zijn er veel mensen omgekomen”.

De woede van dr.ir. D. de Zeeuw, voormalig voorzitter van de KVP als ook oud-voorzitter van het college van bestuur van de Landbouwuniversiteit Wageningen, is iets geluwd sinds bekend werd dat het V-2-feest als gevolg van bittere reacties van Britse parlementariers, onder wie de kleinzoon van Winston Churchill en onder druk van de Duitse ministers Kinkel (buitenlandse zaken) en Möllemann (economische zaken) niet doorgaat. Desondanks wordt er informeel wel een herdenkingsbijeenkomst gehouden.

Al in de jaren '20 waren in Duitsland plannen ontwikkeld voor de bouw van gigantische raketten. Hitler had daar toen hij in 1933 aan de macht kwam, nog weinig oren naar, maar de Duitse legerleiding des te meer. Zo kwam het, aldus L. de Jong in deel 7 van Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, dat er in 1936 nadere plannen klaarlagen voor de ontwikkeling van zware raketten, de A-4's, die later V-2's werden genoemd. Voor de ontwikkeling van dit wapen als ook van de V-1 (Vergeltung-Eins), werd in 1937 het Peenemünder proefstation opgericht met als technisch directeur Wernher Maximilian Freiherr Von Braun, die na de oorlog in Amerika als legerofficier - samen met veel Duitse collega's - in Nieuw Mexico de leiding kreeg over de militaire raketontwikkeling die geheel en al op de V-2 was gebaseerd.

In 1941 was het Von Braun duidelijk geworden dat de V-2 grootscheeps geproduceerd kon worden. In juni 1942 werd de eerste, mislukte V-2-proef genomen. De vierde lancering - op 3 oktober van hetzelfde jaar - was een succes. Toch duurde het nog tot 1943 voordat de produktie echt begon. Met zeshonderd bommenwerpers werd Peenemünde in augustus 1943 gebombardeerd. Hoewel daarbij geen vitale schade was aangericht, besloot de Führer toch dat de produktie naar het Harz-gebergte in Midden-Duitsland moest worden overgebracht. In dat gebergte was in 1938 bij Nordhausen een begin gemaakt met het graven 12,5 meter brede, 8,5 meter hoge en 1.800 meter lange tunnels om er olieprodukten in te kunnen opslaan. Toen de V-wapenproduktie daarheen - naar het kamp Mittelbau, dat meestal Dora wordt genoemd - kwam, was van de twee tunnels er pas één klaar.

Circa zestigduizend Russische, Poolse, Franse als ook Nederlandse gevangenen werden er te werk gesteld om het complex geschikt te maken voor de produktie van de vergeldingswapens en voor een, nooit gerealiseerde lange afstandsraket (de A-5) die New York zou moeten kunnen treffen.

De Nijmeegse oud-huisarts, dr. H.L. Groeneveld die eerst in het concentratiekamp Buchenwald gevangen zat, schreef vorig jaar in NRC Handelsblad (4 mei 1991) hoe hij en 106 anderen naar Dora werden overgebracht. “Om een nieuw Lager op te bouwen. Op een enorm stuk grasland naast een berg. In die berg een tunnel, Stollen genoemd, waar de fabricage gevestigd zou worden van de V-1 en de V-2. Wij sliepen en werkten in de Stollen, de fabriek moest nog grotendeels gemaakt, dat wil zeggen geboord worden. Het water druppelde langs de muren en het dikke stof van het boren maakte het zicht zeer beperkt. De toestand werd snel precair. Het boren werd dodelijk, altijd met een zware boormachine boven je macht werken in vocht en mist was slopend. Ik maakte twee broers mee, Nederlanders, blakend van gezondheid bij binnenkomst. Grote forse kerels. Na zes weken waren ze beiden dood (...) Na een half jaar kwamen enkele tientallen Nederlanders uit Peenemünde waar proeven werden gedaan met (naar ik meen) voorlopers van kernenergie. Platgebombardeerd door de Engelsen”.

Dick de Zeeuw was een van hen. “Dora was nog véél verschrikkelijker dan Peenemünde”, zegt hij. “Ik heb daar drie à vier maanden onder de grond gezeten”. Ook Albert van Dijk, de Nederlandse vertegenwoordiger bij het Comité Européenne Dora (...) pour la mémoire, herinnert zich hoe hij vanuit Buchenwald naar Dora werd gestuurd. “Die plaats had zo'n huiveringwekkende klank dat wij die naam niet eens durfden uitspreken. Overplaatsing daarheen was als de voltrekking van een doodvonnis. Vijf maanden heb ik er onafgebroken onder de grond gezeten. Vierentwintig uur per dag klonken er dynamiet-ontploffingen. Daar werden de veertien meter lange en 1.66 brede V-2's met twee brandstoftanks gemaakt. De neus met explosieve lading zat er toen nog niet op. Von Braun die twintigduizend gevangenen aan zijn ambitie heeft opgeofferd, is er een paar keer met zijn secretaresse komen kijken of alles wel goed ging. In april 1944 waren de eerste V-2's klaar. Op twee platte treinstellen met een zeil erover gingen ze toen richting Nederland”.

Op 13 juni 1944 werd de eerste V-1 op Engeland afgeschoten en op 8 september 1944, vier maanden nadat zij kamp Dora hadden verlaten, vanaf de lanceerinrichting Koekoeksduin in Wassenaar de eerste twee V-2's en later nog eens 3.600. De enige verdediging was de tegenaanval. Tussen september 1944 en eind maart 1945 werden daarom bijna dagelijks bombardementen uitgevoerd op V-2-stellingen die voor het grootste deel in Nederland lagen.

Over de vraag hoe effectief de zesduizend in kamp Dora gefabriceerde V-2-raketten waren, lopen de meningen uiteen. Volgens dr. L. de Jong was het wapen qua explosieve kracht betrekkelijk “ouderwets”, ook al omdat de Duitsers nog niet ver gevorderd waren op nucleair gebied.

Kolonel A.P. de Jong, vroeger werkzaam bij de sectie krijgsgeschiedenis van de Luchtmachtstaf in Den Haag, wijst er echter op dat de ballistische V-2-raket met zijn zware springlading eenvoudig niet te onderscheppen was. Ir. K.F. Wakker, hoogleraar ruimtevaart in Delft, vindt dat de V-2 - puur technologisch gezien - een “fantastische doorbraak” was, vooral ook omdat die raket “volgens een modern concept en een lopende bandsysteem werd vervaardigd”. Zou hij (wat niet het geval is) voor de herdenking in Peenemünde zijn uitgenodigd, “dan zou ik toch niet gegaan zijn”, aldus de Delftse hoogleraar.