Winnen of iets anders

In het voormalige Joegoslavië keren de krijgskansen, zo tekende vorige week in deze krant Raymond van den Boogaard op uit de mond van Westerse militaire deskundigen in Belgrado.

Uit andere bronnen verluidt weliswaar dat de Servische strijders in Bosnië nog lang niet hun munitie van allerlei kaliber hebben verschoten, maar volgens experts in Belgrado wordt de mobiliteit en de vuurkracht van de Serviërs door de internationale sancties langzamerhand ernstig aangetast. Tegenover de demoralisering van het voormalige federale leger en de uitputting van de Serviërs in Bosnië staat een aanzienlijke versterking van het militaire vermogen van de Kroaten, in Kroatië zelf en in Bosnië-Herzegovina.

De Kroaten hebben bovendien met de Serviërs een rekening te vereffenen. Het Kroatische territoir dat de Serviërs etnisch hebben schoongemaakt en dat nu door troepen van de Verenigde Naties Kroatenvrij wordt gehouden, moet worden heroverd. Zagreb beschikt inmiddels over het militaire vermogen daartoe, maar de blauwhelmen zijn een sta-in-de-weg. Het ziet er naar uit dat de keuze zal gaan tussen alsnog een geslaagde VN-bemiddeling ten behoeve van normalisering van de betrekkingen tussen de twee volksgroepen of een gedwongen beëindiging komend voorjaar van het VN-mandaat in Kroatië (en dan ook in Bosnië) met een nieuwe fase in de oorlog als vervolg.

Iedere rondgang van de wijzers van de klok maakt de vraag dringender hoe de VN het doel van hun aanwezigheid, bevordering van vrede, denken te bereiken. Op het diplomatieke vlak wringt de Volkerenorganisatie zich in de merkwaardigste bochten. Koud is rest-Joegoslavië (Servië en Montenegro samen) uit de VN gezet of VN-vertegenwoordiger Vance schuift samen met EG-afgezant Owen aan tafel met de president van datzelfde rest-Joegoslavië, Cosic, en de president van Servië, Milosevic. Ook de militaire VN-aanwezigheid krijgt een bittere bijsmaak nu naar huis en haard terugkerende vluchtelingen door blauwhelmen worden tegengehouden. Hoe verhoudt een dergelijk beleid zich tot de politiek van de Europese staten om zoveel als mogelijk de vluchtelingenstromen binnen de grenzen van het voormalige Joegoslavië te houden?

De voorzitter van de verenigde chefs van staven van de Verenigde Staten, Colin Powell, heeft het probleem van de interventie in Bosnië onlangs helder omschreven. Sprekend over de voorwaarden voor militair optreden zegt de generaal, succesvol in Panama en in de Golf, volgens The New York Times: “Het gaat niet zozeer om een doctrine als wel om een benadering van enige crisis of toestand die zich voordoet. Dat wil niet zeggen dat je in iedere situatie een verpletterende overmacht moet inzetten. Wat het wel zegt is dat je moet beginnen met een helder idee van wat het politieke doel is dat moet worden bereikt.” Pas wanneer is besloten of het doel "winnen of iets anders is' kan volgens de generaal worden vastgesteld welke militaire middelen nodig zijn. Persoonlijk zegt Powell de voorkeur te geven aan "winnen' omdat dan vaststaat dat je je hebt verbonden tot het bereiken van beslissende resultaten.

Powell keert zich tegen iedere gewapende Amerikaanse interventie in Bosnië. Margaret Thatchers pleidooi voor beperkte luchtaanvallen om de Serviërs te weerhouden van verder artillerievuur op Sarajevo wijst de generaal beslist af. “Zodra ze me zeggen dat het beperkt is, betekent dat dat het hen niet kan schelen of je resultaten boekt of niet. Zodra ze me zeggen dat het "chirurgisch' is, haast ik me naar mijn bunker”, zegt de Vietnamveteraan.

De ongewisheid van de VN-interventie in voormalig Joegoslavië komt voort uit een gemis aan helderheid, niet zozeer omtrent het uiteindelijke doel, dat is vrede, maar omtrent de manier waarop dat doel moet worden bereikt. Hoofdoorzaak van de bestaande dubbelzinnigheid is dat de interventie nog steeds stoelt op het aloude axioma van vredebewaren (peace keeping) volgens hetwelk alle betrokken partijen zich met de voorwaarden van de operatie verenigen. Maar niets is minder waar. In Kroatië bijvoorbeeld worden de VN-eenheden geacht de wapens in te nemen van de lokale milities. In de praktijk komt daarvan niets terecht. In Bosnië is overeengekomen dat de VN de zware wapens onder hun controle brengen, in de praktijk betekent dat dat "monitors' het gebruik van een toevallig deel van die wapens registreren. Waar de VN zich beperken tot pure hulpacties, zijn zij geheel afhankelijk van de luimen van de milities in de directe omgeving. Dat geldt tenslotte ook voor de aanwezigheid van de VN als zodanig, want met de veiligheid van het VN-personeel is het slecht gesteld. UNPROFOR telde totdusver dertien doden en 267 gewonden.

Powell verwijst naar het lot van de 241 Amerikaanse mariniers die in Beiroet met een autobom om het leven werden gebracht. Nederland kent inmiddels de zaak van de twee blauwhelmen die weigerden zich opnieuw naar de onbeveiligde maarschalk Titokazerne in Sarajevo te begeven waaruit zij eerder hadden moeten vluchten. Het gaat niet aan om militairen in levensgevaarlijke situaties te plaatsen als weinig tot niets kan worden gedaan voor hun bescherming en als het resultaat van hun inzet volledig in het vage blijft. Het afwerpen van clusterbommen (op de burgerbevolking) is verwerpelijk, maar dat geldt ook voor het doden van Franse soldaten met een AK-47, meent Powell. Hij had eraan kunnen toevoegen dat VN-personeel, gezien de opgelegde militaire onmacht, praktisch in eenzelfde toestand verkeren als ongewapende burgers. Zij zijn verworden tot de "lame ducks' van de wereldvrede. Een streek blauwe of witte verf biedt hun geen veiligheid.

Hoeveel theorieën en strategieën er ook over en ten behoeve van humanitaire, vredebewarende en vrede-opleggende interventies zijn en nog kunnen worden bedacht, de verantwoordelijken voor de VN-operaties in het voormalige Joegoslavië hebben inmiddels alle kwaden weten te verenigen. Terwijl het doel, de vrede in dat gebied, steeds verder weg komt te liggen, nemen de gevaren en zwarigheden voor bevolking èn hulpverleners dagelijks toe. De voorstellen die zo hier en daar opduiken om de onverlaten nu eindelijk eens af te straffen, zullen vooral een boemerangeffect hebben. Zoals Powell zegt te vrezen, worden VN-troepen onmiddellijk tot doelwit van represailles zodra de Volkerenorganisatie de indruk wekt daadwerkelijk partij te kiezen. En die troepen, de cirkel sluit zich, bevinden zich doorgaans in niet of nauwelijks beveiligde posities.

De regeringen die in de Veiligheidsraad van de VN de opeenvolgende resoluties tot interventie in het voormalige Joegoslavië indienden en steunden alsmede de regeringen die troepen ter beschikking stellen, dienen aan een ingrijpende herwaardering van hun uitgangspunten, methoden en doelstellingen te beginnen. Meer van hetzelfde, waartoe nu is besloten, leidt slechts verder het moeras in. Misschien moet er wel tussen "winnen' of vertrekken worden gekozen.

De ongewisheid van de VN-interventie komt voort uit een gemis aan helderheid

    • J.H. Sampiemon