Verzetsheld op de vlucht

De bunker. Regie: Gerard Soeteman. Met: Thom Hoffman, Huub van der Lubbe, Dolf de Vries, Geert Lageveen, Gijs de Lange, Peter Bos, Cas Enklaar, Jack Wouterse. Amsterdam, Tuschinski 3; Den Haag, Metropool 3; Utrecht, Movies.

Toen Gerard Soeteman in 1964 als dienstplichtig soldaat gelegerd was op de plaats waar de Duitse bezetter in de oorlogsjaren het concentratiekamp Amersfoort had ingericht, hoorde hij voor het eerst over Gerrit Kleinveld. Een moedig verzetsstrijder maar daarnaast de man die begin 1943 wist te ontsnappen uit het cellenblok dat vanwege de fort-achtige bouw en grimmige bewaking "de bunker' werd genoemd. Het maakte diepe indruk op Soeteman.

Gerard Soeteman trad in dienst van de NOS-televisie en werd scenarioschrijver. Hij schreef voor tientallen documentaires, maar zijn faam dankt hij aan de speelfilm-scenario's die hij maakte voor Paul Verhoeven (onder meer Turks Fruit en Spetters) en voor Fons Rademakers (bij voorbeeld Max Havelaar). Een autobiografie (van Erik Hazelhoff Roelfsema) en een roman (van Harry Mulisch) leverden hem speelfilmmateriaal over de Tweede Wereldoorlog: Soldaat van Oranje (Verhoeven) en De aanslag (Rademakers). Het verhaal van Kleinvelds ontsnapping heeft Soeteman nooit toevertrouwd aan een ander. Hij bewaarde het al die jaren voor zichzelf en schreef het ten slotte als filmverhaal om het zelf te regisseren. De bunker noemde hij zijn film en hij concentreerde hem op één gegeven: de macht van een man die over weinig meer hulpmiddelen kan beschikken dan over vindingrijkheid en wilskracht.

Deze man, die in de film ook Gerrit Kleinveld heet, zien we voornamelijk vastgeketend zitten in een donkere cel met een hoog tralieraam. Hij is in de weer met een verbogen soeplepel, een smal lapje, een steentje, weinig meer. Zijn adem dampt uit zijn mond, het is winter en koud. Het duurt een kleine drie maanden eer we zijn oogwit zien blinken in het vrieskoude maanlicht. Maar Soeteman laat je geen moment twijfelen aan zijn welslagen en dat maakt het niet meeslepender.

De bunker begint met een aantal cynische aantekeningen over Nederland in oorlogstijd. We zien enveloppen met onderduikadressen erop, er wordt gerefereerd aan de kwalijke rol van de Nederlandse politie en er marcheert een bataljon Nederlandse SS-ers langs. Dat is de wereld waar Kleinveld in terugkeert, maar die consequentie wordt gelaten voor wat hij is. Kleinveld is een held die ontsnapt, en dat zullen we weten ook. De rest heeft geen belang.

Soms treft de film ons buiten Kleinveld om, met het sadisme van de verveelde bewakers, met de gesprekken die Kleinvelds heterogene gezelschap medegevangenen schreeuwend voert, door de stalen deuren en betonnen muren heen. We zien ze in hun aparte cellen, nu en dan moeizaam gespeeld door acteurs die zich slecht op hun gemak lijken te voelen. Vaker toont een enkel lang shot de ijzige gang, met de stemmen als personages. Ze maken plannen en ruzie, ze kalmeren elkaar, dagen elkaar uit, spreken elkaar moed in. En ze praten over eten. Steeds in welsprekend geformuleerde volzinnen, hoe nijpend het onderwerp van gesprek ook is.

Soeteman wijdt echter het leeuwedeel van zijn aandacht aan Kleinveld en zijn gepriegel. Dat dwingt respect af, ontroering en nieuwsgierigheid, maar monotoon is het ook. Soeteman wist cameraman Edwin Verstegen noch acteur Thom Hoffman zo te inspireren dat ze Kleinvelds pijn en zijn moed der wanhoop werkelijk laten voelen. In een geschrift dat lijkt op een verantwoording schreef Soeteman over "het waarom' van zijn film: “Niks gepsychologiseer, niks verklaring. Leve het raadsel.” Maar een raadsel bestaat pas als het ons vermoedens ingeeft. Of huivering, bijvoorbeeld wanneer het aangeeft dat achter elke oplossing een nieuwe vraag schuilgaat.

Ook verklaart Soeteman niet te willen pronken met een bijzondere vormgeving, omdat die de aandacht van het verhaal zou afleiden. In de grauwe soberheid waar hij voor koos, gaat de kracht van zijn verhaal verloren. Bestudeerde aandacht voor vorm hoeft geen praalhanzerij te zijn. Soeteman had ook kunnen zoeken naar een bijzondere, even weinig opvallende vormgeving die het verhaal kon versterken.

    • Joyce Roodnat