Onbekommerd trippelt de muziekleraar door het krokodillenperk

De muziekleraar is een fijnbesnaarde man met hertjesogen en een beschaafd accent. Hij heeft een moeilijk bestaan op school, want hij kan hoofd- en bijzaken niet uit elkaar houden.

De eerste les ging alles nog goed. Toen hij de klas in kwam en verwelkomd werd met "Hallo en wie bent u', reageerde hij ad rem. "Je bent me voor', zei hij monter, "ik wilde juist beginnen met de kennismaking'.

Het is niet gemakkelijk 1L te overtroeven, maar dat was één nul voor de muziekleraar. Het tweede winstpunt haalde hij binnen door Kay's naam correct uit te spreken. Ze is de eerste naam op de leerlingenlijst en iedereen doet het verkeerd. "Het is Kéé', grauwt Kay als ze weer eens met Kai wordt aangesproken.

Maar sindsdien heeft de muziekleraar geen naam meer genoemd. Hij kent ze niet en dat is een ernstige nalatigheid. Als hij een leerling tot de orde roept - "hee, jij, doe eens een beetje rustig!' - haalt die zijn schouders op. Gooi maar in me pet, zie ik ze denken.

Ik wist niet dat namen kennen zo belangrijk is, ik ben erachter gekomen door de lerares Frans. Voor haar hebben de leerlingen eerbied. Ze is streng, zeggen ze. Toen ik haar de eerste keer zag, stond ik verbaasd over dat oordeel. De lerares Frans is een fragiel meisje met honingblond haar, een melodieuze hoge stem en haar scherpste vermaning is: ssst. Maar ze zegt nooit zomaar ssst, ze zegt "ssst, Bart' en dan is Bart stil.

Zo eenvoudig is dat, maar dat weet de muziekleraar niet. Bij hem hangt Bart de hele les de pias uit en hij is de enige niet. Ze slaan op de tafels, ze hebben overal iets op te zeggen en daarnet zag ik dat Pim een lange neus trok naar de muziekleraar, zomaar midden in zijn gezicht! Hij schrok er zelf van, maar de muziekleraar werd niet kwaad, hij deed of hij het niet zag. Dat kost maar tijd, dacht hij misschien, want er zijn al tien minuten verstreken en nog kan hij niet beginnen met zijn les. Joris wandelt door de klas en Dorothée heeft een vesting opgetrokken van kledingstukken en een tas. "Meneer de solist, gaat u eens zitten en hee jij daar, zet die tas eens op de grond, zo kun je niet werken.'

Terwijl de muziekleraar uitlegt wat de opdracht van vandaag is, hou ik mijn hart vast. Het is zo'n aardige man, maar hij ziet niet waar het gevaar loert. Hij vertelt een lang verhaal over een componist en ziet niet dat Suzanne nu voor de derde keer gaapt, dit keer onmiskenbaar dreigend. Onbekommerd trippelt hij door het krokodillenperk. Hij heeft een modern klassiek muziekstuk opgezet met veel pauken en dissonanten en hij heeft blaadjes uitgedeeld waarop de grafische voorstelling van die klanken getekend zijn. Daarmee gaan we een oefening doen. Omstandig legt hij uit wat "Promenade', de titel van weer een ander stuk betekent. Dat is een deftig woord voor wandeling, denk maar aan het promenadedek op een schip of aan een winkelgebied dat afgesloten is voor auto's en dan valt zomaar pardoes "partituur' uit zijn mond, zonder ondertitels.

Hij weet niet dat de gouden sleutel, die hem toegang zou kunnen geven tot hun muzikale hart al vanaf de eerste les in zijn bezit is. Want afgezien van hun voorkeur voor heavy metal hebben de leerlingen aardigheid in zingen en ze hebben zelf aan muziek gedaan. Merel heeft vijf jaar dwarsfluit gespeeld, Lailai twee jaar viool. Sarah speelt piano en Dolly heeft blokfluitles gehad. Gijs heeft ritmegevoel en Sacha ook! Waarom moeten brugklassers oefeningen doen die hen geen stap dichter bij de kunst brengen? Misschien kunnen ze niet zo heel mooi zingen, maar ze doen het graag. En hard kunnen ze wel, dat is zeker.

    • Yvonne Kroonenberg