Noorwegen

Een nieuwe toetredingspoging van Noorwegen tot de Europese Gemeenschap zal op groot verzet van de bevolking stuiten, wanneer dit gebeurt vóórdat het "democratisch tekort' in de EG is opgelost.

Dat is de belangrijkste kanttekening bij de reportage over Noorwegen van redacteur Floris van Straaten (NRC Handelsblad, 18 september).

Er bestond in Noorwegen in 1972 een coalitie van boeren, vissers en radicale intellectuelen. Deze hield er een heel scala van nationaal-romantische argumenten op na, zoals de kleinschaligheid van de landbouw en visserij.

Maar de rode draad in het verzet vormde het begrip selvraderett, dat kan worden vertaald met "recht op zelfbestuur'. Men had geen vertrouwen in de manier waarop Brussel met de Noorse belangen zou omspringen, omdat rechtstreekse invloed van de bevolking op het beleid van de EG vrijwel ontbrak.

Het land had een hecht politiek systeem, gebaseerd op consensus door corporatief overleg tussen belangengroeperingen en de overheid. Daarin kwamen kernproblemen aan de orde op de gebieden van landbouw, visserij, industrie en sociale zorg. In plaats van daarvoor respect te tonen, besloot Brussel bijvoorbeeld aan de vooravond van de onderhandelingen met Noorwegen in 1970 om de interne visserijgrenzen op te heffen. Willy Brandt verweet de EG dat in zijn memoires: “Es waren grobe Fehler gemacht worden. In Brussel hatte mann beispielsweise noch rasch eine Fischereimarktordnung durchgepaukt; das kam einer Provokation recht nahe.”

Er is tussen 1972 en nu in de EG op het gebied van de democratie te weinig gebeurd wat de Noorse bevolking ervan zou kunnen overtuigen dat zij nu als EG-lid wel zouden kunnen meebeslissen. Een werkelijke democratische paragraaf in het verdrag van Maastricht schittert door afwezigheid.

Sommigen zeiden na september 1972 dat Noorwegen nog niet rijp was voor Europa. Daar staat tegenover dat de EG in democratisch opzicht nog niet rijp lijkt voor een kritisch land als Noorwegen.

    • Drs. Feico Houweling