Nachtelijke oogst

Het is de toon van het stukje die de brieven uitlokt. Slaat men een besliste toon aan, zoals vorige week bij de speurtocht naar het koekje dat ook buiten de trommel goed blijft, dan zwijgt de lezer in alle talen. Houdt men een onzekere verhandeling over giftige bessen dan heeft de PTT overwerk.

Drie weken geleden (10/9) werd hier de vraag gesteld of niet van veel meer wilde vruchten jam is te maken dan nu gebeurt en of uit de waarneming dat vogels een bepaalde bes verdragen mag worden afgeleid dat deze ook voor de mens ongevaarlijk is. De slotsom was dat er veel tegenstrijdige uitspraken over de giftigheid van bessen worden gedaan. De voornaamste bron voor de verwarring is dat er nogal wat vruchten bestaan waarvan het vruchtvlees eetbaar is maar het zaad niet: zie de appel met zijn pitjes die cyanide bevatten. Omdat vogels niet kauwen worden ze vaak niet blootgesteld aan het gif van de zaden. Dat schijnt ook het geval te zijn met de rode schijnbessen van de taxus. Een lezeres in Rotterdam heeft jarenlang in goed vertrouwen en zonder klachten van taxus-bessen gesnoept ("flauw zoet') tot ze te horen kreeg dat deze "zwaar giftig' zijn. Onduidelijk is of ze de zaadjes doorbeet en inslikte. We leren eruit dat het zeven van de vruchtenpulp waaruit men jam gaat maken in het uiterste geval bepalend kan zijn voor de overleving van de consumptie. Een lezeres in 's Gravenhage maakt altijd jam van vlierbessen zonder die te zeven en heeft nooit last.

Veel vruchten zijn alleen in een deel van hun levenscyclus eetbaar en vogels bezitten daarvoor een fijne neus. Sommige bessen zijn alleen in onrijpe toestand giftig, andere zouden hun giftigheid pas verliezen na een stevige nachtvorst. Hulst en Gelderse roos werden als voorbeeld genoemd. Ten onrechte meent een lezer in Bussum die zijn hulstboom nu al krachtig door merels geplunderd ziet en de kerstdagen nog ver weg weet. Hij vraagt zich af hoe handelaren in hulst-met-bessen dat oplossen.

Vast staat nu wel dat de temperatuur een grote invloed op de eetbaarheid van bessen heeft. Vorst verlost de pruimpjes van de sleedoorn van hun ergste wrangheid en verzoet de cranberries (lepeltjesheide) van de waddeneilanden. Een lezer in Rotterdam heeft in Zweden geleerd dat ook lijsterbessen van een nachtje in de diepvries flink opknappen. Hij vindt lijsterbessenjam lang niet zo vies als ze hier beschreven is, maar misschien komt dat door de honing die hij toevoegt. (Een lezer in Enschede mengt vlier- en lijsterbesbes in verhouding 100 : 37,5 zonder te zeven en verkrijgt nochtans een jam waaraan "gasten geen groot genoegen beleven'.)

Het Instituut vooor Agro-technologisch Onderzoek (ATO) wijst erop dat ook aardappels bij lage temperatuur zoet worden, daarvoor hoeft het niet eens te vriezen. Omgekeerd is natuurlijk ook van het koken van vruchten veel heil te verwachten. De lezer in Rotterdam las dat lijsterbessen pas bij verhitting hun giftigheid verliezen: parasorbinezuur zou dan in ongevaarlijk sorbinezuur overgaan. Ook bacteriën beïnvloeden de samenstelling van de lijsterbes, schrijft de Encyclopaedia Britannica. De bes is een case-study waard.

Nog onzekerder was de toon van het artikel (17/9) over de "oogstmaan', de aanduiding voor de volle maan van september die enige avonden achtereen vrijwel op hetzelfde moment opkomt (waar de vuistregel is dat hij elke avond ongeveer 50 minuten later opkomt). In Engeland is harvest moon nog een levend begrip.

Omdat het fenomeen in augustus, zoals de Sterrengids leert, eigenlijk meer uitgesproken is en er, afgezien van suikerbieten, snijmaïs, aardappelen en fruit niet veel in september geoogst wordt dat tot folkloristische gebruiken heeft geleid, was de vraag: op wat voor oogst slaat het "oogst' van de oogstmaan eigenlijk? Was de oogstmaan misschien de volle maan van augustus, waaraan "oogst' immers etymologisch verwant is, of werd er vroeger een in folklore ingebed gewas gekweekt dat in september geoogst werd dat inmiddels is verdwenen?

De etymologische aanpak mag achteraf wel lichtzinnig genoemd worden. Een keur van lezers wijst er met meer of mindere vinnigheid op dat "harvest' etymologisch te koppelen valt aan "herfst' en dat het hier een heel wat oudere, want Germaanse, stam betreft dan "Augustus'.

Daar staat tegenover dat de losse suggestie, van AW-zijde, dat het ontbrekende gewas wel eens boekweit zou kunnen heten een schot in de roos was. Vanuit het Zuivelbureau liet A. Vernooy weten dat de september-volle maan vroeger boekweitmaan heette (hij werkt het thema deze week uit in "Boerderij') en oud-rijkslandbouwconsulent W.D.J. Tuinzing in Bennekom verwijst in een uitvoerige brief naar literatuur van de Achterhoekse onderwijzer H.W. Heuvel die duidelijk maakt waaròm dat zo was.

Inderdaad werd boekweit pas in september geoogst. Dat kwam enerzijds doordat het vorstgevoelige gewas laat gezaaid werd (soms na de langste dag), anderzijds doordat het nog lang bloeide en zaad zette. Kenmerkend voor boekweit, en trouwens ook voor karwij, was, schrijft Tuinzing, de oogst in de nacht. Die hield verband met de geringe zaadvastheid van het gewas. De halmen dreigden hun korrels te verliezen voor het dorsen begon. Daarom werd gewacht met het opbinden tot schoven tot de avondnevel de nootjes enigszins in de bloem had vastgezet: tot na zonsondergang. Het licht van de boekweitmaan kwam daarbij goed van pas.

De boekweitcultuur is in de laatste decennia van de vorige eeuw ingestort. Het gewas met zijn wisselvallige opbrengst had een zware grondbewerking nodig en kon de concurrentie van Amerikaans graan en de opkomende aardappelen niet aan.

    • Karel Knip