Na Collors vertrek wacht Brazilië een nieuwe crisis

BRASILIA, 1 OKT. Na het carnaval volgt Aswoensdag en dan vragen de Brazilianen zich in hun langzaam wegebbende roes af hoe de rekening van het gelag moet worden betaald. Zo vergelijkt een Europese diplomaat in Brasilia de toestand waarin het land zich bevindt na de stormachtige maanden van Collorgate, die dinsdagavond culmineerden in de overweldigende meerderheid van stemmen in het parlement voor de impeachment van president Fernando Collor de Mello.

De president is zo goed als verdwenen; politiek stelt hij in elk geval niets meer voor. Het gezaghebbende dagblad Jornal do Brasil, dat gisteren op zijn voorpagina in grote letters het woord SIM ("ja') afdrukte, merkte op dat Collor in 1989 is gekozen met 35 miljoen stemmen en dat daar dinsdagavond nog maar 38 van waren overgebleven.

Vice-president Itamar Franco is de man naar wie nu alle belangstelling uitgaat en die de ondankbare taak heeft om in de resterende anderhalf jaar van het presidentiële mandaat een land te leiden dat weliswaar de negende industriële macht ter wereld is, maar vooral ook een van de grootste Derde-Wereldlanden. Itamar moet dat doen op basis van consensus tussen de belangrijkste politieke partijen in Brazilië, als hij niet net als Collor het risico wil lopen dat zijn beleid voortdurend wordt afgeschoten in het Congres.

De waarnemend president mag rekenen op de bekende politieke "wittebroodsweken' en mogelijk zelfs op een korte liefdesaffaire met het parlement, indien de grote partijen inderdaad een vertegenwoordiger krijgen in het kabinet, zoals de bedoeling is. Wàt het nieuwe beleid van Itamar zal zijn, en òf er wel een nieuw beleid komt, zijn vragen die zich niet makkelijk laten beantwoorden. Van de vice-president is bekend dat deze de grenzen van het "continent' Brazilië minder ver wil opengooien dan Collor. De open-marktpolitiek van Collor en diens laatste minister van economische zaken, Marcilio Márques Moreira, heeft weliswaar veel lof geoogst in het buitenland, maar de Brazilianen zelf zijn er niet beter van geworden.

De Braziliaanse economische crisis woedt in alle hevigheid verder. De strakke monetaire politiek van de Centrale Bank verhindert een verlichting van de recessie. De inflatie nadert de 25 procent per maand, de hoge reële rente weerhoudt bedrijven van investeringen. Weliswaar is er een overschot op de handelsbalans, maar dat moet onder de gegeven omstandigheden eerder als een zwakte dan als een sterkte worden uitgelegd.

De toegenomen Braziliaanse exporten hebben niet geleid tot meer werkgelegenheid. Integendeel; in de industriële metropool São Paulo zijn nu ruim 1,2 miljoen werklozen, ongeveer zestien procent van de beroepsbevolking. Een van de aanjagers van de chronische inflatie in Brazilië is het hoge overheidstekort, en met een nog steeds in het Congres geblokkeerd voorstel van Collor voor belastinghervorming is het enige alternatief het snijden in overheidsuitgaven. In de kosten van scholen en ziekenhuizen dus.

Onder die omstandigheden zal het voor de sociaal ingestelde president Itamar Franco - zelfs met een uit de zakenwereld van São Paulo gerecruteerde minister van economische zaken - uiterst moeilijk zijn weerstand te bieden aan de door de basis geeïste verlichting van het economische hervormingsprogramma. "Collor eruit, IMF eruit', was een van de veelgelezen slogans in de voorbije dagen van de grote anti-Collordemonstraties. De economische schokplannen van de afgelopen jaren hebben steeds korte verlichting van de nood gebracht; een finale oplossing van de problemen waren ze nooit. En een van de laatste redmiddelen, de volledige dollarisering van de economie, naar het - tot nu toe succesvolle - Argentijnse voorbeeld is vorige week met kracht door Itamar van de hand gewezen.

Zo mogelijk even urgent als de economische crisis is de imminente politieke crisis die interim-president Itamar te wachten staat. Beroepswaarnemers van politiek-Brazilië zeggen nu al de schijnbewegingen te zien van politici die vooruitblikken op de presidentsverkiezingen van 1994. Te veel steun voor Itamar maakt het profileren van een adequate oppositie - en dus van een kiesbaar alternatief - onmogelijk. En een jaar eerder, in april 1993, moeten de Brazilianen zich bij referendum uitspreken over een nieuwe bestuursvorm. De vraag is onder andere of Brazilië de terugkeer van de monarchie wil. Maar de kansen van de nabij Rio de Janeiro residerende troonpretendent Dom Luis de Orleans y Bragánca op een paleis in Brasilia lijken gering.

Belangrijker is of het huidige systeem van een sterke, veelal per decreet regerende president wordt ingeruild voor dat van een parlementaire democratie met een premier aan het hoofd van coalitieregeringen. De democratie functioneerde mooi de afgelopen tijd in Brazilië, maar het valt te betwijfelen of het veelvormige continent een maximum aan democratische besluitvorming aankan.

Met Itamar heeft Brazilië een president gekregen waarnaar het land zegt te verlangen: een gewetensvolle, eerlijke en, naar mag worden aangenomen, hardwerkende politicus die zijn tijd niet zal verdoen in straaljagers of op jet-ski's. Maar Itamar heeft met Brazilië geenszins het land gekregen dat ook op de langere termijn het traditionele graaien in de staatskas, het politieke gemarchandeer en vooral de zich steeds verder verdiepende sociale ongelijkheid aan de kant wil zetten. Navelstarend en ijdel volhardt Brazilië in de normen en waarden waarmee het bouwt aan een maatschappij die "Gods eigen akker' en "het land van de toekomst' wordt genoemd. In die samenleving slapen halfnaakte straatkinderen voor de ingang van luxe flatgebouwen, en lijkt voor politici de meest klemmende vraag nog altijd: hoe kan ik mijn mandaat gebruiken om zo snel mogelijk binnen te zijn.

De veelgeroemde "rijping' van Brazilië in de afgelopen maanden is voorshands niet veel meer dan een acuut geval van te veel weerzin tegen de endemische corruptie, en het is de vraag of de voorbeeldwerking van Collors afgestrafte normloosheid lang zal duren. De verdergaande conclusie dat de haast spreekwoordelijke welvaart van het land niet door 15.000 of 150.000 maar door 150 miljoen moet worden gedeeld, is hier nog niet getrokken.

    • Reinoud Roscam Abbing