Lloyd's, de tol van eeuwen traditie

Voor verzekeraar Lloyd's of London was het zojuist afgesloten verzekeringsjaar 1989 net zo'n ramp als voor z'n klanten. Reorganisaties moeten het instituut weer perspectief geven. Maar sommigen beschouwen het als een hopeloos anachronisme.

Wat hebben Luciano Pavarotti's stembanden, Dolly Partons borsten, de veiligheid van Zijne Heiligheid de Paus, de benen van reeksen stervoetballers en het voortbestaan van talrijke olieplatforms of ruimtesatellieten met elkaar van doen? Dat zij zijn verzekerd bij Lloyd's of London, de grootste en oudste verzekeringsmarkt ter wereld. En wat hebben 5.000 van de ruim 20.000 Lloyd's-leden of Names gemeen, die met hun privévermogens garant staan voor schadeclaims? Dat zij over het zojuist "gesloten' verzekeringsjaar 1989 ieder met 100.000 pond of meer over de brug moeten komen.

“Lloyd's was dit jaar een minder prettige plaats om te werken”, vertelt vice-president John Greig met ruimbemeten gevoel voor understatement in het hoofdkwartier van Lloyd's aan de Londense Lime Street. “Er waren nogal wat trauma's.” Na 21 jaar van winstmaken belandde Lloyd's of London in 1988 voor het eerst weer in het rood. Toen de afgelopen zomer het verzekeringsjaar 1989 - met de gebruikelijke vertraging van drie jaar in verband met het afwikkelen van claims - werd "gesloten', keek de verbijsterde verzekeringsmarkt tegen een recordverlies aan van 2,06 miljard pond. Wat zijn de vooruitzichten?

Op de topverdieping van het futuristische Lloyd's-gebouw antwoordt de vice-president, verzonken in een diepe bloemetjes-fauteuil: “Wij moeten voor 1990 helaas rekenen op een nieuw verlies van ongeveer een miljard pond, in 1991 spelen we hopelijk quitte, en 1992 zal weer een winstjaar worden.”

Tijd dus om opnieuw in de Lloyd's-arena te springen en een goede slag te slaan? “Je moet een behoorlijk contracyclisch persoon zijn om nu name van Lloyd's te worden”, erkent John Greig. “Maar ik verzeker u dat onze business na alle reorganisaties en premiestijgingen van de laatste tijd in potentie zeer winstgevend is geworden.” Toch verdringen de sollicitanten zich nog niet bij de poort van Lloyd's. Twee maanden geleden hielden bankroete Names er nog de bolhoeden op onder het uitroepen van de smeekbede: “Slachtoffers van Lloyd's - geef genereus”. Slechts 105 nieuwe Names hebben zich dit jaar aangemeld. Maar na een paar erbarmelijke jaren tonen zich tenminste weer wat avontuurlijke geesten.

Feit blijft dat Lloyd's of London voor velen een hopeloos anachronisme is geworden. Het ultramoderne, door Richard Rogers ontworpen hoofdkantoor van Lloyd's lijkt met al zijn buizen, leidingen, doorgangen en glas op een dependance van het Parijse Centre Pompidou. Maar bezoekers worden er verwelkomd door portiers met hoge hoeden en rode, negentiende-eeuwse mantels. Binnen, in The Room, die lijkt op het binnenste van een groot warenhuis, wemelt het van de computers. Maar als ergens ter wereld een schip vergaat, wordt dat met een ganzeveer genoteerd in een antiek grootboek met leren omslag. Kritisch analist Charles Sturge van het bureau Chatset oordeelt: “Ondanks Lloyd's high tech-façade zijn hart en ziel van z'n business in 300 jaar nauwelijks veranderd - een stel kerels die zaken doen in een koffiehuis.”

Het was inderdaad Edward Lloyd's' koffiehuis in Tower Street waar vanaf 1688 reders en kooplieden bijeenkwamen om er verzekeringen voor hun schepen en ladingen te sluiten en te slijten. Lloyd's ontwikkelde zich in de loop van de daarop volgende eeuwen tot dè maatschappij op het gebied van maritieme verzekering en hielp zo de positie van Londen als wereldcentrum van financiële diensten vestigen. Later kwamen er tal van niet-maritieme verzekeringsmogelijkheden bij die vaak één kenmerk gemeen hadden: andere verzekeringsbedrijven lieten ze links liggen wegens hun hoge risicogehalte. Kortom, Lloyd's of London stelde er een eer in alles, hoe riskant of uitzinnig ook, te verzekeren. Tegen gepeperde premies uiteraard.

Pag.20: Onbezorgd op weg naar de moderne wereld

Behalve door zijn specialiteit in de high risk-sectoren valt Lloyd's ook op door zijn structuur. Het is geen gewone onderneming maar een markt, een soort vereniging van verzekeraars die haar fondsen betrekt van de "names'. Dat zijn redelijk tot zeer welgestelde burgers die zich met eigen bezit ter waarde van minimaal 250.000 pond garant stellen om tot één of meer verzekeringssyndicaten te worden toegelaten.

Gegroepeerd om een enorm atrium opereren enkele honderden van die syndicaten op de eerste vier verdiepingen van het Lloyd's-gebouw. Zij werken vanuit nogal simpel ogende boxes, lange tafels waarop de administratie over de verzekerde risico's vaak hoog ligt opgetast en waar - in de woorden van historicus Godfrey Hodgson - “alle ellende van de wereld wordt gereduceerd tot beheersbare risico's”. De boxes worden geflankeerd door banken waarop de agenten van de syndicaten namens hun "names' met passerende makelaars onderhandelen over risicodekking en bijpassende premies. Gaan de zaken goed, dan delen de "names' elk jaar de winst van hun syndicaat, zo niet dan zijn ze verantwoordelijk voor de verliezen “tot en met hun laatste manchetknoop”.

Het aantrekkelijke voor een "name' is dat hij zijn geld twee keer kan laten werken. Als hij bij voorbeeld geld of aandelen bij Lloyd's parkeert, blijft hij er tezelfdertijd rente en dividenden over ontvangen. “Dat is verdomd aantrekkelijk”, verzekert Paul Archard van Lloyd's associatie van assuradeuren. “In goede jaren kan je rendement zo oplopen tot 35 procent.” Deze spectaculaire winstkans, alsmede het feit dat Lloyd's na 1967 (orkaan Betsy) langdurig gespaard bleef voor grote rampen, leidde in de jaren tachtig tot een massale toeloop van nieuwe "names'. Hun aantal verdubbelde van 1967 tot 1987 tot zo'n 34.000 en ze waren lang niet allemaal even vermogend.

Vooral met London Market Excess (LMX)-rampenverzekeringen en vooral ook herverzekeringen dachten de duizenden nieuwkomers gemakkelijk veel geld te verdienen. “Names accepteerden LMX-verzekeringen alsof de grote knal nooit meer zou komen,” herinnert zich een assuradeur in The Room van het Lloyd's-gebouw. “Maar vanaf 1987 waren de knallen niet van de lucht.”

Boven Lockerbie explodeerde een Jumbo van PanAm en in de Noordzee ging het Piper Alpha platform de lucht in; San Francisco beleefde een aardbeving en Alaska raakte vervuild door de Exxon Valdez; orkaan Hugo teisterde het Caraïbisch gebied en verscheidene naamloze superstormen veroorzaakten enorme schade in West-Europa.

Toen bleek op uiterst pijnlijke wijze dat de LMX-rampenverzekeringen niet hadden geleid tot de beoogde spreiding van risico's. Integendeel, er was een sinistere "LMX-spiraal' ontstaan, waardoor de risico's zich juist concentreerden in een relatief beperkt deel van Lloyd's' markt. Van de deze zomer gepubliceerde recordverliezen van ruim twee miljard pond over 1989 kregen vijftien van de 401 syndicaten ruim de helft op hun dak. Daar kwam voor veel "names' nog een ramp bovenop. Langlopende aansprakelijkheidsverzekeringen in de VS mondden de laatste jaren uit in kostbare claims wegens milieuschade en de gevolgen van asbestgebruik. Dat waren risico's die in de jaren vijftig en zestig, toen Lloyd's de polissen opmaakte, niet als zodanig werden herkend en ook niet in de premies werden doorberekend.

Toen eind vorig jaar 4.000 gedesillusioneerde "names' Lloyd's de rug toekeerden en eerder dit jaar nog eens 5.000 furieuze collega's Lloyd's aanklaagden, schudde de grootste verzekeringsmarkt van de wereld op zijn grondvesten. Sommige analisten in de Londense City voorspelden zelfs dat Lloyd's' financiële capaciteit temidden van desertie en schandaal zou wegsmelten en betwijfelden of de markt als onafhankelijk instituut zou overleven. Lloyd's ging ijlings in het tegenoffensief, beloofde alom beterschap en riep twee onpartijdige onderzoekscommissies in het leven: de commissie-Walker die fraudeklachten ging bekijken en de commissie-Morse die moest nagaan hoe Lloyd's door een drastische reorganisatie van zijn managementstructuur een ontsnappingsmogelijkheid naar de moderne wereld kon worden geboden.

Als wij vice-president John Greig van Lloyd's mogen geloven - de weldra vertrekkende president David Coleridge blijkt niet meer aanspreekbaar - is de ergste pijn nu geleden. Hij zegt: “Het is waar dat de commissie-Walker sommigen binnen Lloyd's heeft beticht van laksheid en nonchalance. Maar van fraude of samenzwering tegen gedupeerde "names' was geen sprake. Parallel daarmee zijn vrijwel alle klachten die "names' tegen ons indienden, afgewezen door de rechter. Verder nemen wij aanbevelingen van de commissie-Morse ter verbetering van onze managementstructuur per 1 januari aanstaande over. Vanaf die datum zal onze verkleinde bestuursraad worden bijgestaan door een regulaire raad en een marktraad. De eerste moet toezien op een striktere handhaving van regels en de tweede moet de commerciële activiteiten van Lloyd's coördineren en onze marktpositie versterken.”

Er is dit jaar nogal eens getwijfeld aan de solvabiliteit van Lloyd's. Terecht?

Een felle Greig: “Wij kennen die twijfels in het geheel niet. Na een geheime stemming bleek eind augustus dat vier op de vijf "names' de schouders onder een gereorganiseerd Lloyd's willen zetten. En door een hoofdelijke omslag van 20.000 pond over alle "names' hebben we ons centrale fonds, een soort stroppenpot, kunnen verdubbelen tot een miljard pond. Met ruim 20.000 "names' ligt onze capaciteit in 1993 op negen miljard pond en dat is ruim boven de kritische grens van zeven miljard. Bovendien zitten er maatregelen in de pijplijn om onze capaciteit te vergroten. Zo zal het de syndicaten van Lloyd's gemakkelijker worden gemaakt consortia te vormen met externe verzekeringsmaatschappijen. Verder willen wij vanaf 1994 behalve geld van particuliere "names' ook kapitaal van bedrijven en vennootschappen gaan aantrekken.”

Functionarissen van Lloyd's zijn door de commissie-Walker beschuldigd van laksheid en nonchalance. Geeft u dat niet de morele plicht de 5.000 zwaar gedupeerde "names' tegemoet te komen?

Lloyd's' vice-president op onbewogen toon: “De wereld is hard en Lloyd's maakt daarop zeker geen uitzondering. Wij zijn nu eenmaal een vereniging en de overige "names' voelen niets voor grote steunoperaties. Vergeet ook niet dat er in de jaren tachtig te veel "names' met te weinig geld naar Lloyd's kwamen in de hoop op snelle en gemakkelijke winsten. De huidige sanering veroorzaakt veel menselijk leed, maar de betrokkenen zijn daar in eerste instantie zelf voor verantwoordelijk.”

Heeft u een advies voor de slachtoffers?

“Wij raden ze aan een schuldenregeling te treffen met ons ontberingencomité. Een getroffen "name' mag dan tot zijn dood in zijn huis blijven wonen, mits het natuurlijk geen kasteel is. Verder gunnen we hem een eenvoudige auto en een jaarinkomen van maximaal 14.000 pond. Een gedupeerde hoeft anno 1992 niet met de bedelnap op Victoria Station te zitten.”

Wat gebeurt er met de syndicaten, hun assuradeuren en agenten, die zich schuldig maakten aan laksheid en nonchalance ten opzichte van "names'?

John Greig, beslist: “Dat wordt prompt geregeld door de werking van de markt die op weinig plaatsen zo sterk is als bij Lloyd's. Syndicaten bestaan formeel maar een jaar en moeten dan opnieuw om de gunsten van de "names' dingen. Wie verliezen veroorzaakt, maakt geen kans en vliegt er onverbiddelijk uit. In 1989 opereerden er nog 401 syndicaten bij Lloyd's, nu zijn het er door liquidaties en fusies nog zo'n 250 en ik denk dat we volgend jaar bij de 200 zitten. Minder syndicaten die dus beter functioneren, daarmee kunnen we de kostenexplosie van de laatste jaren terugdringen.”

Hoe kunt u nu mensen adviseren om "name' van Lloyd's of London te worden, terwijl eerder dit jaar zeker 5.000 names hun bezit verloren?

Greig schudt het hoofd over zoveel onbegrip en zegt: “Ik kan niet anders doen dan wijzen op de kwaliteit van onze huidige business en vaststellen dat wij het dieptepunt zijn gepasseerd. Door de marktuitval van de laatste moeilijke jaren kunnen onze verzekeraars van schepen, olieplatforms, vliegtuigen en rampen vandaag twee tot drie keer zoveel premie vragen. Daarbij komen maatregelen om de positie van "names' vanaf 1 januari beter te beschermen. Zij hebben voortaan recht op alle relevante informatie die bij Lloyd's beschikbaar is. Verder bieden wij ze nieuwe pooling arrangements waardoor hun risico's over meer syndicaten worden verspreid. En wij stellen maxima aan de verliezen die een "name' kan leiden: tachtig procent van zijn premie-inkomensgrens over een periode van vier jaar. Dus een "name' die voor een miljoen pond aan risico accepteert, kan over een vierjarige periode maximaal 800.000 pond verliezen.”

U voorziet voor 1992 weer winst voor Lloyd's, maar hoe moeten wij dat begrijpen? Richtte de orkaan Andrew zojuist niet voor zeven miljard dollar schade aan in Florida en Louisiana?

“Het is nog veel te vroeg voor definitieve uitspraken”, zegt Lloyd's' vice-president John Greig. “Maar één ding staat vast. Omdat onze LMX-herverzekeringsmarkt voor rampenschade door de recente problemen goeddeels is weggevaagd, zullen dit keer Amerikaanse verzekeraars voor het grootste deel van de schade opdraaien. Wij schatten dat een kwart van Andrews schade in Londen is verzekerd en daarvan de helft bij ons. Wij hebben tot nu toe voor veertig miljoen dollar aan schade vergoed, wat ongeveer gelijk staat aan een dag premie-inkomsten. Wij maken ons dus niet bezorgd.”