Kaakbotontstekingen steeds vaker met antibiotica bestreden; Een pilletje van de tandarts

De Graaff J. en Van Winkelhoff A.J.: Microbiologische Diagnostiek in de Parodontologie. Ned. Tijdschrift. Tandheelkunde. 1992; 99:245-6.

De laatste jaren wordt steeds meer gewezen op de mogelijkheden die de microbiologie biedt bij de opsporing van ernstige kaakbot- en tandvleesontstekingen. Immers, deze zogenaamde parodontale afwijkingen, waaraan iedereen in meer of mindere mate lijdt, worden veroorzaakt door bacteriën in de tandplaque. Vooral in de plaatsen, net onder het tandvlees in de zogenaamde pockets, ziet men grote kolonies bacteriën en bacteriesoorten. Er blijken verschillende vormen van parodontitis te bestaan. Ieder type heeft een eigen specifieke microflora. Zo spelen bij kinderen andere bacteriën een hoofdrol dan bij volwassenen.

Deze, vrij nieuwe, inzichten houden in dat de diagnostiek met behulp van microbiologische methoden binnen de tandheelkundige praktijk in de toekomst steeds belangrijker gaat worden. Toch is de wetenschap nog niet zover dat de gemiddelde tandarts nu al met deze methodieken zal kunnen werken. Dit komt omdat er enkele factoren zijn die het onderzoek naar bacteriën in de tandplaque ernstig bemoeilijken. We zullen er enige noemen.

Van een bepaalde groep bacteriën is bekend dat ze zeer lastig zijn te kweken. Voorts blijkt de microflora in de mond zeer divers van samenstelling te zijn. Nu zijn er al 300 verschillende soorten bacteriën gedetermineerd. De identificatie van deze bacterie is dikwijls niet eenvoudig en in een aantal gevallen zijn de soorten alleen door middel van ingewikkelde technieken van elkaar te onderscheiden.

Dan zijn er nog problemen met de wijze van verzamelen van de bacteriën die van onder het tandvlees vandaan komen. Omdat ook op het tandvlees grote bacteriekolonies worden aangetroffen is de kans groot dat verontreiniging optreedt als men de dieper gelegen soorten probeert te verzamelen.

Verder is er nog een probleem met de houdbaarheid van het bacteriemonster. Omdat de meeste pathogene bacteriën anaeroob zijn en dus doodgaan als deze met zuurstof uit de lucht in contact komen is het van groot belang dat het transportmedium zuurtstof-reducerend werkt. Daarnaast mag het transport van de mondafname naar het onderzoekslaboratorium niet te lang duren.

Onder controle

Toch heeft men een aantal van deze problemen redelijk onder controle gekregen zodat de prognose voor sommige vormen van die akelige parodontale ontstekingen aanmerkelijk gunstiger is dan zo'n tien jaar geleden. Stond men in de beginjaren tachtig vaak machteloos als de basistherapie niet aansloeg - uitgebreide mondhygiëne-instructie, tandsteen- en plaque-verwijdering en soms zelfs chirurgie - thans kan men veel betere resultaten verwachten door ondersteuning met specifieke antibiotica.

Vooral bij ontstekingen met Actinobacillus actinomycetemcomitans (Aa) is het resultaat van de behandeling met twee antibiotica, metronidazol en amoxilline, ronduit veelbelovend. De reden van deze gunstige uitkomst moet waarschijnlijk worden gezocht in het feit dat deze twee antibiotica elkaars effect versterken. Opvallend is dat deze antibiotica niet lokaal worden toegediend, maar worden ingeslikt. Een reden hiervoor is dat bij een dergelijke toediening een betere concentratieverdeling wordt verkregen van het antibioticum in de parodontale weefsels en over de gehele mondholte. Omdat Aa ook in andere delen van de mond aanwezig is dan alleen in de pockets kan hij effectiever worden bestreden.

Vooral Nederlands onderzoek heeft er toe bijgedragen dat in deze problematiek meer helderheid is gekomen. Onderzoek dat er toe bijdraagt dat bij 5 tot 15 procent van onze bevolking gebitsverlies kan worden voorkomen.