Jongensdroom kwam uit met donderslag bij heldere hemel; Op meteorietenjacht in Oeganda

Het was als in een spannend jongensboek. Al vijfentwintig jaar hield hij zich bezig met het waarnemen van meteoren: lichtsporen aan de hemel veroorzaakt door deeltjes uit de ruimte. Ook had hij wel eens restanten van grotere objecten in handen gehad en bestudeerd: meteorieten die door anderen waren gevonden (zoals de "Glanerbrug' in 1990).

Maar om zèlf als eerste en enige een gebied met pas gevallen meteorieten te onderzoeken, dat had hij nooit durven dromen. Dank zij de snelle reactie van broer Jan in Afrika, die toevallig vlak bij de plaats van zo'n inslag werkt, kon die droom werkelijkheid worden.

Hans Betlem, actief lid van de Dutch Meteor Society, verkeert nog steeds in een hoge staat van opwinding. Hij is net terug van een bezoek aan Oeganda, waar op 14 augustus een groot aantal meteorieten uit de hemel viel. "Daar is nog niets van naar buiten gekomen. Voor zover ik kan nagaan was ik één van de weinigen buiten dat land, zo niet de enige, die daarvan op de hoogte was'.

$ 1000 per kilogram

Op de tafel in de woonkamer in Leiden ligt een aantal van die stenen uit de kosmos als kostbaarheden uitgestald. En kostbaar zijn de stenen inderdaad, want in het zwarte circuit moet men er per kilogram soms wel duizend dollar voor neertellen. Maar geld wil deze amateur er niet mee maken: het is het onderzoek waar het om gaat.

Om die reden heeft Betlem tot nu toe ook niets over de val naar buiten laten lekken: "Ik heb wel wat berichten op de fax naar Amerika gezet, naar officiële instanties die dit soort zaken verzamelen, maar met het oog op de internationale mineralenmaffia heb ik het verder stil gehouden. Ik had geen zin om door de handelaren voor de voeten te worden gelopen en te zien hoe al het materiaal wordt weggestroopt nog voordat er onderzoek aan kan worden verricht'.

De meteorieten waren neergekomen in een dorp bij Mbale, aan de voet van Mount Elgon in het oosten van Oeganda. Om 15 uur 40 lokale tijd hoorde en zag de lokale bevolking een explosie in de lucht, waarbij men in eerste instantie dacht aan een bombardement of mitrailleurvuur. Enkele minuten later regenden er echter geen kogels maar meteorieten uit de hemel. Inslagen vonden onder meer plaats op het terrein van het station, het Shell-depot en de gevangenis. De katoenfabriek kreeg een voltreffer van 4 à 5 kilo, die enkele machines beschadigde en een jongetje zou een stukje van vier gram op zijn hoofd hebben gekregen.

Betlem: "Mijn broer werkt daar vier kilometer van het inslagpunt als technisch coördinator aan het Mount Elgon Conservations and Development Project, een bosbouwproject. Hij heeft me direct gefaxt en van de val op de hoogte gesteld. Na een korte periode van voorbereiding en met steun van de Leidse Sterrewacht ben ik er toen heengegaan om onderzoek te verrichten. Expertise was daar op dat moment niet. In heel korte tijd hebben we toen een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de afdeling geologie van de Makerere-universiteit in Kampala'.

Inslagpunten

Een week lang is Betlem met zijn broer en een geoloog bezig geweest met het uitkammen van het valgebied en het in kaart brengen van de inslagpunten. Aan mensen die meteorieten hadden gevonden, waaronder die van het leger en de politie, werd gevraagd de plaats van inslag aan te wijzen. Ook werd gevraagd of zij met behulp van een stok en kompas de richting van de explosiewolk aan de hemel konden aangeven.

Meteorieten werden gewogen en zo nodig gefotografeerd. In totaal werden er vijftig inslagpunten en bijbehorende gewichten gekarteerd. Volgens Betlem zou het daarmee één van de "vallen' in de geschiedenis zijn die het beste gedocumenteerd gaat worden: "ontzettend mooi materiaal en kakelvers in je handen gevallen'. Voor meteorietonderzoekers is het net als bij archeologen een ramp wanneer blijkt dat het gebied door schatgravers is verstoord.

De meteorieten waren neergekomen in een gebied van vijf kilometer lang en anderhalve kilometer breed. Betlem: "Een klassiek voorbeeld van een elliptisch strooiveld, zoals je dat maar eens in de 20 tot 30 jaar ergens op aarde tegenkomt'. Sommige fragmenten hadden een gat tot een meter diep in de bodem geslagen. In totaal werd ongeveer 150 kg aan meteorieten geregistreerd, maar omdat een deel van het gebied moerassig is zal er heel wat meer materiaal zijn neergekomen. De oorspronkelijke meteoriet moet enkele tonnen hebben gewogen.

De overgelukkige amateur is tenslotte met dertig meteorieten huiswaarts gekeerd en daar direct begonnen aan het uitwerken van alle gegevens. "Een gigantische partij werk', aldus Betlem.

Hoofdmeteoriet

Uit het gewicht en de ligging van de fragmenten kan worden afgeleid uit welke richting de hoofdmeteoriet is gekomen. De zwaarste fragmenten vliegen immers door hun traagheid het verste door. De "aanvliegrichting' blijkt het noorden tot noordwesten te zijn geweest. Opmerkelijk is echter dat de hoofdas van de strooi-ellips niet door het punt loopt waar men de explosie aan de hemel heeft gezien. Dit wijst er op dat de lichtste fragmenten door de wind naar het westen zijn afgedreven, waardoor een verwaaid strooiveld is ontstaan.

Om dit te kunnen verifiëren moet men echter de hoogtewinden kennen en dat eenvoudige gegeven is niet gemakkelijk te achterhalen. Ooit had Kampala een meteorologisch instituut, maar dat is tijdens het schrikbewind van Idi Amin van de aardbodem verdwenen. Misschien is de informatie af te leiden uit opnamen van weersatellieten; hiervoor is nu de hulp ingeroepen van het KNMI.

Als ook de snelheid en de "aanvlieghoek' ten opzichte van het aardoppervlak bekend zijn, kan de baan van de meteoriet in de ruimte worden berekend en kan men nagaan uit welk deel van het zonnestelsel hij is gekomen. Helaas hebben de mensen de explosiewolk ruwweg recht op hen af zien komen en bovendien ongeveer uit de richting van de zon, waardoor het traject in de dampkring moeilijk te bepalen is. Betlem hoopt nu dat er van elders nog waarnemingen zullen komen van mensen die de vuurbol "van opzij' hebben gezien.

Planetoïden

Betlem acht het uitgesloten dat de meteoriet iets te maken heeft gehad met de Perseïden, de meteoren die ieder jaar rond de 12e augustus aan de hemel verschijnen. Deze lichtsporen worden veroorzaakt door stofjes die afkomstig zijn van een komeet (Swift-Tuttle), terwijl meteorieten gewoonlijk fragmenten zijn van planetoïden: kleine hemellichamen tussen de banen van Mars en Jupiter.

De meteorieten hebben rondom een duidelijke smeltkorst en voelen voor hun grootte zwaar aan, wat er op wijst dat ze een flinke hoeveelheid ijzer bevatten. Toch zijn het geen gewone ijzermeteorieten. Hun inwendige is opmerkelijk homogeen, licht van kleur en zo hard als porcelein. In dat opzicht lijken ze ook weer niet op gewone steenmeteorieten. Verder komen er koolstofachtige banen in voor, waarvan de betekenis ook nog onduidelijk is.

Overigens had Betlem al tien dagen na de val, nog vóór zijn tocht naar Oeganda, de eerste meteorietfragmenten in huis. "Daar heb je zo je methoden voor, zelfs vanuit zo'n land'. Op het Max-Planck-Institut für Astronomie in Heidelberg en op de universiteit van Utrecht wordt er nu onderzoek aan verricht. Uit de (natuurlijke) radioactieve straling die de meteorieten uitzenden is af te leiden hoe oud ze zijn, maar het meten van deze uiterst zwakke straling vergt weken tijd.

Het mooie van alles is volgens Betlem "dat er nu door een Nederlandse amateurclub ter plekke met alle steun van de plaatselijke autoriteiten binnen een week een onderzoek kon worden opgestart en dat dit grandioze resultaten gaat opleveren'. Uit verschillende landen druppelen nu aanvragen voor onderzoek aan de meteorieten binnen.

Betlem benadrukt nogmaals dat zijn stenen niet in het zwarte circuit terecht zullen komen. Uitlenen voor onderzoek oké, maar dan weer retour aan afzender. "De hoofdonderzoeker ben ikzelf', aldus Betlem, die er aan toevoegt dat de hele zaak ook gunstige publiciteit betekent voor de Makerere-universiteit in Kampala.

    • George Beekman