Geen politieke oplossing voor Koerden-kwestie

ANKARA, 1 OKT. De Turkse premier, Süleyman Demirel, heeft een politieke oplossing van het Koerden-vraagstuk in Turkije volledig uitgesloten.

Demirel zei dit na de aanval door de extreem-linkse Koerdische Arbeiderspartij (PKK) op Turkse grensposten in de provincie Hakkari, waarvan het dodental inmiddels tot boven de 200 is gestegen. Onder hen zijn volgens Ankara 174 rebellen.

Op een bijeenkomst gisteren met parlementariërs van zijn conservatieve Partij van het Juiste Pad zei Demirel dat maar één oplossing - de militaire - in aanmerking komt. “Als het mogelijk was geweest om deze kwestie politiek op te lossen, dan was dat in de afgelopen negen jaren wel gebeurd”, aldus de geërgerde premier.

De aanval van de PKK van dinsdag op drie verschillende grensposten in Hakkari, in de Iraaks-Turkse grensstrook, was de grootste sinds de Koerdische rebellen in 1984 in Zuidoost-Turkije een guerrilla lanceerden. Turkse journalisten werden gisteren met legerhelikopters van de militaire vliegbasis in Diyarbakir naar Hakkari overgebracht om hen ervan te overtuigen dat het aantal doden onder de PKK inderdaad zo hoog is als officieel is gemeld. De Turkse staatstelevisie liet gisteravond eveneens minutenlang beelden zien van de rijen met stoffelijke resten en het buitgemaakte militaire materieel. Er werd eveneens melding gemaakt van 29 slachtoffers onder de militairen, maar het was duidelijk dat de Turkse staat de gemoederen in het land niet nog verder wil verhitten. Met name de ouders van dienstplichtige soldaten maken zich grote zorgen over de honderden militairen die alleen al in de afgelopen maanden de dood hebben gevonden in Zuidoost-Turkije.

De verwachting is dat het aantal doden aan PKK-zijde vandaag verder zal stijgen, tot boven de 200 wellicht. In het grensgebied worden nog steeds stoffelijke resten geborgen. Onduidelijk is bovendien of het Turkse leger nu wel of niet met grond- en luchttroepen een vergeldingsactie op Iraaks grondgebied uitvoert. Premier Demirel gaf hier gisteren geen uitsluitsel over.

Uit de getuigenverklaring van een PKK-strijder die zich overgaf aan het Turkse leger is wel duidelijk geworden dat bij de aanval zeker 500 Koerdische rebellen waren betrokken. De actie werd geleid door Osman Öcalan, de broer van PKK-leider Abdullah Öcalan. Osman Öcalan wordt gezien als het brein achter het opzetten van PKK-kampementen in Noord-Irak. Turkse kranten melden dat het aantal PKK-strijders in het Iraaks-Turkse grensgebied zeker al tot 10.000 is opgelopen.

Hoewel Turkije zijn grensposten in de afgelopen jaren heeft gemoderniseerd en de militairen met zwaardere wapens zijn uitgerust, heeft de PKK in de afgelopen maanden de strijd vanuit Noord-Irak aanzienlijk opgevoerd. Langs de 280 kilometer lange grens met Irak zijn door Turkije in de afgelopen tijd bovendien nog eens zo'n 90.000 landmijnen geplaatst.