Frico Domo reageerde laat op superheffing

ROTTERDAM, 1 OKT. De aangekondigde reorganisatie bij de zuivelcoöperatie Friesland Frico Domo is voor niemand een verassing. Vorig jaar maakte de coöperatie al bekend dat er 550 arbeidsplaatsen moesten verdwijnen. Nu blijkt echter dat er minstens 1200 werknemers door de reorganisatie worden getroffen en dat gedwongen ontslagen niet kunnen worden uitgesloten, reageren de bonden verbaasd en geschokt.

Toch hadden zij deze ontwikkelingen kunnen zien aankomen. De grote Nederlandse zuivelverwerkende coöperaties kampen immers al een aantal jaren met het probleem van overcapaciteit. Het landbouwbeleid van de Europese Gemeenschap is er sinds 1984 op gericht om de melkproduktie bij de boeren drastisch te beperken. Door de invoering van de superheffing, waarbij boeren een boete moeten betalen voor iedere overschrijding van hun produktiequotum, is de EG er in geslaagd om de melkproduktie in Nederland met ongeveer een kwart te verminderen.

De coöperaties, die dankzij eerdere subsidieregelingen van de EG, in de jaren zeventig juist enorm genvesteerd hadden in uitbreiding van de verwerkingscapaciteit, reageerden te traag op de veranderende marktomstandigheden en kregen te maken met een toenemende onderbezetting van de machines en zagen hun winstmarges slinken.

Een grootscheepse sanering werd ingezet. In de tweede helft van de jaren tachtig kondigde de ene na de andere coöperatie fusieplannen aan, waarna er uiteindelijk drie grote coöperaties overbleven: Campina Melkunie in het zuiden, Friesland Frico Domo in het noorden en Coberco in het oosten. Begin dit jaar kondigden Coberco en Friesland Frico Domo opnieuw een fusie aan, maar die besprekingen werden ruim drie maanden geleden afgebroken.

Beide ondernemingen zeiden op dat moment overtuigd te zijn van het nut van de fusie op lange termijn, maar op korte termijn zouden de kosten om de organisaties in elkaar te vlechten te hoog zijn. Externe financiering van de reorganisatie was volgens de bestuurders van Coberco en Friesland Frico Domo niet mogelijk, zodat de kosten gedragen moesten worden door de leden, in de vorm van een lagere melkprijs.

De beide coöperaties vreesden een een verdere uittocht van de aangesloten boeren. Vooral Friesland Frico Domo heeft de afgelopen jaren veel Friese boeren zien overstappen naar kleinere kaasfabrieken, omdat zij daar een hogere prijs voor hun melk krijgen. Het voorbeeld van de fusie tussen Campina en Melkunie in 1989 stond de bestuurders nog duidelijk voor ogen. Na die fusie waren honderden boeren vertrokken naar kleinere coöperaties, waardoor de nieuwe combinatie met een enorme overcapaciteit bleef zitten, die bovenop de de voorziene reorganisatie moest worden weggesaneerd.

Toen de fusie met Coberco werd afgeblazen, bleef Friesland Frico Domo met de brokstukken zitten. De coöperatie, eind 1990 ontstaan uit een fusie tussen CCFriesland en Noord-Nederland, kampte met een verouderd produktie-apparaat. De bestuurders van de beide coöperaties hadden het beleid in de jaren daarvoor laten versloffen: er was nauwelijks aandacht besteed aan het creëren van produkten met toegevoegde waarde ofwel merken. Ook het terugdringen van de overcapaciteit had bij deze coöperaties geen prioriteit.

De aangekondigde reorganisatie bij Friesland Frico Domo heeft vooral als doel om de melkprijs voor de boeren te kunnen verhogen en zo de ledenuittocht te stoppen. Om toch een behoorlijke winstmarge te kunnen halen, moet de coöperatie andere kostenposten verlagen of meer produkten met toegevoegde waarde gaan maken. Dat kost echter veel tijd - tijd die Friesland Frico Domo misschien niet meer heeft.