Er is niets om trots op te zijn

Tatjana Zaslavskaja, de Russische sociologe die in de jaren tachtig veel stof deed opwaaien met haar analyse van het gedegenereerde Sovjet-systeem, heeft de hoop nog niet opgegeven: “Er mag in Rusland niet veel ten goede zijn gekeerd, maar het communisme is weg, er is vrijheid en in de economie zijn nieuwe mogelijkheden geschapen.”

AMSTERDAM, 1 OKT. “Of ons volk nog levensvatbaar is?” Het is het eerste moment in het gesprek dat Tatjana Zaslavskaja stil valt. “Ik wil het hopen, al is zijn toestand kritiek. Er zijn te veel experimenten op ons uitgevoerd. De afgronddiepe morele crisis verdriet me zeer. Stel, je wilt een misdrijf aangeven. Je gaat naar de politie, die is corrupt, je gaat naar de rechtbank, je ontmoet dezelfde corruptie, je wendt je tot de staatsinstellingen, ze vragen om steekpenningen. Zo kun je niet leven, en tegelijkertijd heb je geen keuze. Onze hervormingen waren berekend op een normale mensenmaatschappij, maar helaas hebben we die niet. Als mensen op het woord "geweten' alleen nog maar met een holle lach kunnen reageren, ben je ver heen. Dat is heel angstaanjagend.”

De sociologe Tatjana Zaslavskaja (65) zette vijf jaar geleden met warme steun van Gorbatsjov in Moskou het eerste serieuze opinieonderzoeksbureau op. Maar ze deed al ver voor de perestrojka van zich spreken. Tien jaar geleden gaf ze op een besloten wetenschappelijk seminar in Novosibirsk een vernietigend oordeel over de Sovjet-economie. Dat kwam haar toen op een ernstige reprimande te staan. De komst van Gorbatsjov was voor haar een verademing en met heel intellectueel Moskou stortte ze zich met hart en ziel in de perestrojka. We waren naïef, zegt ze nu, “ik herinner me dat ik tegen journalisten zei dat we drie, misschien vijf jaar nodig hadden om er bovenop te komen. Nu weten we dat het generaties gaat duren”.

Met een groep Russische, Oekraïense, Baltische en Westerse demografen, sociologen en statistici neemt Zaslavskaja deze week deel aan een colloquium over de "Bevolking van de voormalige Sovjet-Unie in de 21ste eeuw', georganiseerd door de Akademie van Wetenschappen en het Population Research Centre van de Universiteit van Groningen. Migratie, bevolkingsgroei, gemengde huwelijken, brain drain, vluchtelingenproblemen en de homo sovieticus passeren de revue in het Amsterdamse Trippenhuis. “Een trage geestelijke revolutie,” zo noemt Zaslavskaja de ontwikkelingen in Rusland, een trage revolutie die schoksgewijs en ongelijkmatig verloopt. Maar hoe traag die revolutie ook verloopt, de gebeurtenissen zijn zo ingrijpend en zo alomvattend, dat een wetenschapper nauwelijks tijd heeft om tot enige analyse te komen. In een volstrekt gelijkgeschakeld land ontstaan van de ene dag op de andere enorme nationale, regionale, economische en sociale verschillen. Gekoppeld aan het ontstane ideologische vacuüm leidt dat tot een schier eindeloze rij onoplosbaar lijkende problemen. De Rus is aan opperste verwarring ten prooi.

“Een gelukkige tijd”, zo mijmert Zaslavskaja over het begin van de perestrojka en ondanks de ontgoocheling behoort ze beslist niet tot het kamp dat langzaam begint terug te verlangen naar oude tijden. “In dat stinkende, rottende moeras zitten en zachtjes verzuipen, nee, dat was geen toekomstperspectief.” Gorbatsjov noemt ze een "werktuig van de geschiedenis', maar geen politiek genie. Haar aanvankelijke enthousiasme ("hij straalde een enorme energie en daadkracht uit') is in de loop der jaren bekoeld. “Gorbatsjov bleek kleiner te zijn dan de rol die de geschiedenis hem heeft opgelegd. Hij heeft zich niet kunnen verheffen tot het niveau van zijn historische betekenis.” Jeltsin heeft bij haar nooit hetzelfde enthousiasme opgewekt, maar toch heeft ze groot respect voor zijn moed, zijn kracht en zijn eerlijkheid. “Helaas heeft hij noch van politiek, noch van economie verstand.”

En dat heeft eigenlijk niemand in Rusland, want zelfs de economisch goed onderlegde Zaslavskaja kan de hervormingen niet meer volgen. “Premier Jegor Gaidar bedacht een strak programma om de roebel te stabiliseren, maar in het voorjaar eisten de bankroete kolchozen miljarden roebels subsidie om te kunnen zaaien. Anders, dreigden ze, komt er geen oogst dit jaar. Wat doe je dan? Betalen! En nu zitten we met een hollende inflatie. Zo wordt elk politiek beleid voortdurend door het leven doorkruist. Alles gaat in den blinde, maar betere economen dan Gaidar hebben we niet.”

De definitieve teleurstelling voor de bevolking kwam volgens Zaslavskaja na de augustuscoup. Vroeger was er een alternatief voor Gorbatsjov in de persoon van Jeltsin. Nu is Jeltsin aan de macht en er blijkt niets veranderd. “De democraten zijn geverniste autoritairen gebleken. De corruptie onder de nieuwe nomenklatoera is gigantisch. De oude nomenklatoera dacht voor het leven in het zadel te zitten en had dus geen haast. Maar de nieuwe kan elk moment weer op straat gezet worden en heeft dus maar één doel: je zo snel mogelijk verrijken.” Op de vraag waarom Jeltsin zich dan niet van deze stuitende nieuwe clan ontdoet, zegt Zaslavskaja, enigszins wanhopig: “Wie moet hij dan nemen? Eerst nam hij de schreeuwende democraten, maar die bleken ook corrupt en bovendien hadden ze geen professionele ervaring. Nu neemt hij alleen nog mensen die hij kent en die komen allemaal uit het vroegere partijapparaat.” De intellectuele elite heeft zich dus weer, voor de zoveelste keer in de Russische geschiedenis, walgend van de politiek afgewend. Net als in de Brezjnev-jaren zit zij onder het genot van wodka moppen te tappen in de keuken. Maar Zaslavskaja geeft zich niet gewonnen. Nee, zegt ze resoluut, er mag dan niet veel ten goede gekeerd zijn, maar de veranderingen zijn wel principieel. “Het communisme is afgeschaft, er bestaat geestelijke vrijheid, dit regime is in ieder geval nét totalitair en in de economie zijn voor ondernemende mensen nieuwe mogelijkheden geschapen, al hou ik mijn hart vast voor de mafia.” Vergeet niet, voegt ze er, ter verdediging van de afhakers, zachtjes aan toe, dat de mensen doodmoe zijn, bijna niets meer kunnen kopen en niet fatsoenlijk te eten hebben.

Tweederde van de Russen, zo blijkt uit opinieonderzoek, had grote moeite met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Zaslavskaja schaart zich in hun rijen, maar, zegt ze, “ik heb ook moeite met het feit dat ik ouder word. Sommige dingen zijn nu eenmaal onvermijdelijk.” Voor een opkomend Russisch nationaal-patriotisme is ze nog niet bang. In de strijd tussen de westerlingen en slavofielen liggen de westerlingen volgens haar gegevens nog boven. “Veel intellectuelen roepen nu steeds maar dat Rusland zijn eigen weg moet gaan. Dat is logisch, Rusland is Frankrijk niet. Maar wat bedoelen ze daar eigenlijk mee? Een "eigen weg', dat klinkt trots, maar er is helaas helemaal niets om trots op te zijn.” Het merendeel van de Russen, zo concludeerde Zaslavskajas onderzoeksbureau, identificeerde het leven in de Sovjet-Unie aan de vooravond van zijn uiteenvallen met "vegeteren aan de zijkant van de wereldbeschaving', "armoede, schaarste en lange rijen' en "constante vernedering'. “Ik geloof niet in de Russische ziel en als ze al bestaat dan is ze verminkt en vernietigd, of dat nu door het tsarisme of het communisme is gebeurd. Men spreekt over "de nationale idee' zonder daar concrete invulling aan te geven. Wat is dat dan, die nationale Russische idee? Een leeg begrip brengt geen mensen op de been, het zijn abstracties die niemand aanspreken.”

Een grote emigratiegolf vanuit Rusland verwachten de Russische geleerden niet. Op het colloquium werd een getal van 2 à 3 miljoen mensen tot het jaar 2000 genoemd. Helaas zijn het wel de besten die vertrekken, dus ongemerkt zal het niet voorbij gaan. Maar wetenschap is internationaal en Russen houden een sterke band met hun vaderland, zegt Zaslavskaja hoopvol, en het doorbreken van het jarenlange isolement is immers een goede zaak. Zelf piekert de sociologe er niet over Rusland de rug toe te keren. “Mijn plaats is daar, dat staat buiten kijf. Na een maand in het buitenland begint bij mij het heimwee al te knagen.”

    • Laura Starink