EG-voorstel: snelwegbelasting vrachtverkeer

BRUSSEL, 1 OKT. Vanaf 1994 mag elke lidstaat van de EG aan vrachtwagens van meer dan 12 ton een speciale snelwegbelasting vragen. Het staat de lidstaten vrij dat via een tolsysteem of de eenmalige aanschaf van een voorruitvignet te doen.

Dit heeft EG-commissaris Van Miert (transport) gisteren aangekondigd. Nu de Europese Commissie voldoende steun van de lidstaten heeft om een voorstel over verkeersbelasting op vrachtwagens in te kunnen dienen is de vrijmaking van het goederenvervoer in Europa per 1 januari 1993 dichterbij gekomen. Van Miert verwacht dat nog voor het eind van dit jaar ook de toelating van vrachtrijders op elkaars binnenmarkten (de zogeheten cabotage) geregeld kan worden. Die discussie was geblokkeerd omdat de lidstaten zochten naar een mogelijkheid om de "vreemde' vrachtrijders mee te laten betalen aan onderhoud en aanleg van de eigen infrastructuur.

De Bondsrepubliek deed twee jaar geleden al een poging om een snelwegvignet voor alleen buitenlandse vrachtwagens in te voeren. Bij het EG-Hof in Luxemburg werd die maatregel echter wegens discriminatie afgekeurd. De maatregel diende ook om de in Duitse ogen valse concurrentie door Zuid-Europese vrachtrijders tegen te gaan. In die landen gelden dankzij de tolheffingen vaak lage wegenbelastingen, waardoor deze transporteurs in de Bondsrepubliek, waar hoge wegenbelastingen gelden, een voordeel genoten.

De Europese Commissie stelt nu een minimumtarief voor de wegenbelasting voor, variërend naar tonnage en aantal assen. De zwaarste vrachtwagens van 40 ton zouden in alle lidstaten minimaal 929 ecu (2.090 gulden) aan vaste fiscale lasten moeten betalen. Griekenland en Portugal, die door hun geografische afstand ten opzichte van de gemeenschappelijke transportmarkt in het nadeel zijn, mogen daar tot 1996 nog met de helft onderblijven.

Daarnaast staat het de lidstaten vrij om voor het gebruik van de autosnelwegen een extra belasting te heffen, in de vorm van een tolbijdrage of aanschaf van een vignet. Daarbij mag geen enkel onderscheid gemaakt worden naar nationaliteit. Evenmin mag de inning van de belasting als een alternatieve grenscontrole gaan fungeren. Controle op de vignetten mag niet leiden tot “een overdaad aan administratieve formaliteiten”. Als een lidstaat voor een vignetsysteem kiest, dan moet ook de mogelijkheid bestaan om een vignet voor één dag te kopen. Het moet mogelijk zijn om een dergelijk vignet ook in een andere lidstaat aan te schaffen.

Van Miert verwacht dat landen die al een tolsysteem kennen, niet tot de invoering van de vignetten zullen overgaan. Het voorstel van de Commissie is gebaseerd op artikel 99 van het Verdrag en kan dus alleen bij unanimiteit worden goedgekeurd. Het gaat om een overgangsstelsel - voor 1 januari 1998 zal de Commissie een nieuw voorstel indienen.

Onze Haagse redactie voegt hier aan toe: Het ministerie van verkeer en waterstaat in Den Haag oordeelt negatief over eventuele invoering van een vignet. Nederland heeft altijd de voorkeur gegeven aan harmonisatie van de dieselaccijns. De belangenorganisaties in het wegvervoer tonen zich diep “ongelukkig” met het voorstel. Volgens de EVO, de organisatie van eigen vervoerders en verladers, belemmert het vignet de vrije markt van goederen en diensten. NOB Wegtransport noemt het “een onnodige en ingewikkelde maatregel die slechts betrekking heeft op 2,5 procent van het totale verkeer”. Als de maatregel alleen gaat gelden voor wagens zwaarder dan twaalf ton is het volgens NOB Wegtransport goed mogelijk dat de transporteurs met lichter materiaal gaan rijden, waardoor het verkeer toeneemt.

    • Folkert Jensma