EG Groot-Brittannie; In het hart van Europa

Wie herinnert zich nog het triomfantelijke “game, set and match for Britain” dat John Major uitriep direct na de Europese top in Maastricht? Major heeft sindsdien geen wedstrijd meer gewonnen. Hij mag al blij zijn als hij na deze laatste weken nog kan blijven meespelen.

Maandag weigerde de EG-ministers van financiën het Europees Monetair Stelsel te wijzigen, hoewel Groot-Brittannië daar luid en duidelijk om had gevraagd. Dinsdag zei bondskanselier Kohl, die Major na het aftreden van Margaret Thatcher nog als politiek neefje in de armen had gesloten, dat Londen niet moest rekenen op wijzigingen van wat dan ook. Woensdag onderstreepte zelfs zijn natuurlijke bondgenoot, de Deense premier Schlüter, dat het EMS onveranderd moest blijven. Schlüters minister van buitenlandse zaken Ellemann-Jensen doceerde bovendien op de Britse televisie dat het vals is de Bundesbank de schuld te geven van de monetaire problemen, zoals Majors minister van financiën Lamont doet. Gisteravond vochten Bundesbank en Lamont hun zoveelste ronde in het modderbad. Majors actieve - om niet te zeggen koortsachtige - diplomatieke activiteiten worden er geheel door overschaduwd.

Bellen met Kohl, bellen met Lubbers, vliegen naar Mitterrand en dineren met Schlüter - Major deed het gisteren allemaal. Maar de communiquees over eenheid kunnen niet verhullen dat Groot-Brittannië zich halverwege zijn EG-voorzitterschap allerminst in het hart van Europa bevindt, waarheen John Major het zou dirigeren. Inplaats daarvan manoeuvreert het land zich naar de plaats die het beter kent: de periferie.

Het zag er allemaal nog zo rooskleurig uit, na de Maastrichtse topconferentie van december. De anti-Europeanen in de eigen Conservatieve partij waren tot zwijgen gebracht met lange discussies voorafgaand aan de top en met indrukwekkende concessies op die top. Maar toen de Denen met hun "nej' op 2 juni het Verdrag van Maastricht weer overal in Europa ter discussie stelden, kwam ook bij de Britse Conservatieven het verzet weer op. Het daaropvolgende Franse referendum, waarvan werd gehoopt dat het de ratificatieprocedure weer op gang zou brengen, loste niets op. Het verdrag bleef op tafel èn het bleef ter discussie staan. Erger nog: de onzekerheid voorafgaand aan de volkstemming veroorzaakte een monetaire crisis waaruit het Britse pond en de Britse regering gedevalueerd tevoorschijn kwamen.

Sindsdien is onduidelijk of- en hoe de Europese Unie er nog komt. Met name is onduidelijk of de Britse regering die unie nog wel wil. Premier Major hield na het Franse referendum vol dat "Maastricht' goed is voor Groot-Brittannië en voor Europa. Maar hij besliste het verdrag, in strijd met gemaakte afspraken, niet meer ter ratificatie aan het Lagerhuis voor te leggen voordat er uitsluitsel is over de positie van Denemarken. Hij eiste veranderingen in het Europees Monetair Stelsel. En hij, die zich zo verzet tegen een Europese Centrale Bank, eiste van de Bundesbank dat zij zich als zo'n Europese bank zou gedragen. In een televisie-interview formuleerde hij nog eens de Britse Europa-politiek: wij willen de beslissingen wel nemen in samenwerking met onze Europese partners, maar buiten de Europese Commissie, buiten het Europese parlement en buiten het Hof van Justitie om.

Na anderhalf, twee jaar van nieuwe geluiden, klinkt dit weer vertrouwd. Winston Churchill al hield pleidooien voor Europese unies, zonder Groot-Brittannië. In 1951 en 1957 namen zes landen belangrijke stappen naar de integratie van hun economiën, zonder Groot-Brittannie. Gemeenschappelijke instellingen met echte eigen bevoegdheden, dat zou volgens de Britten toch nooit werken. Toen duidelijk werd dat het wèl werkte, en dat de economiën op het continent sneller groeiden dan die op het eiland, vroegen Groot-Brittannië alsnog om toetreding. Om vervolgens, vooral onder Margaret Thatcher, als vanouds toch weer tegen die gemeenschappelijke instellingen te fulmineren, geld terug te eisen en anderszins het functioneren van de organisatie frustreren.

Onder John Major zou het allemaal anders worden. Groot-Brittannië zou zich voortaan in het hart van Europa opstellen, zeker als Major dit voorjaar eenmaal de verkiezingen zou hebben gewonnen. Het leverde hem een welwillende houding van zijn Europese partners op, die bereid waren in Maastricht speciale arrangementen voor hun nieuwe vriend toe te staan. De teleurstelling en irritatie nu is er des te groter om. Het voorjaar is voorbij en de vriendschap bekoeld. Of zoals het BBC-programma Newsnight gisteravond de verhoudingen met het vasteland samenvatte: “Het doet denken aan de periode van premier Thatcher, met één verschil: voor haar waren ze bang.” Twee weken nog heeft Major voor de ingelaste Europese top in Birmingham. Zondebok Lamont heeft reden zenuwachtig te worden.

    • Hans Nijenhuis