Dunne-darm-stoma veiliger door gebruik bewerkte schapehuid

Mensen met een dunne-darm-stoma, een plastic zakje geplakt aan een kunstmatige opening in de buikwand waarin ontlasting wordt opgevangen, kunnen in de toekomst misschien een van darm geconstrueerd inwendig stoma krijgen.

Zo'n inwendig stoma bestaat al, maar de constructie is moeilijk en er ontstaan veel complicaties. De arts D.W. Meijer werkzaam bij experimentele chirurgie van het Academsich Medisch centrum in Amsterdam beschrijft in zijn proefschrift "The continent ileal reservoir; an experimental study', waarop hij 24 september promoveerde, een verbeterde techniek. Hij ondersteunt de kunstmatige uitgang met dermaal schapecollageen, een speciaal geprepareerde schapehuid die bij mensen geen afweerreacties veroorzaakt. Tijdens zijn promotieonderzoek vergeleek Meijer twee groepen proefdieren die met de oude techniek en zijn nieuwe techniek werden geopereerd. De operatie volgens de nieuwe techniek is makkelijker, duurt korter en de resultaten zijn veel beter. Drie mensen hebben nu sinds drie jaar zo'n inwendig dunne-darm-stoma en leven daarmee content, continent en zonder complicaties.

In Nederland leven naar schatting 20.000 mensen met een uitwendig stoma. Ongeveer 6.000 van hen hebben een dunne-darm-stoma. De anderen hebben een dikke-darm-stoma. Een inwendig stoma is alleen mogelijk bij een dunne-darm-stoma omdat daarin de ontlasting nog vloeibaar is. Lekkage en huidirritatie komen bij uitwendige stoma's regelmatig voor. Bij eenvijfde van de patiënten is op den duur één of meerdere keren een heroperatie nodig. Vaak moet de uitgang van het stoma dan op een andere plek op de buik worden aangebracht.

Een stomapatiënt is aanzienlijk beperkt bij sport en recreatie. Hij moet opletten of de stomazak al vol is. De omgeving van de patiënt klaagt vaak over stankoverlast en soms hebben patiënten sexuele problemen.

Al jaren wordt gezocht naar alternatieven voor het uitwendig stoma. Chirurgen proberen de aanleg van een uitwendig stoma zo veel mogelijk te voorkomen door na verwijdering van de aangetaste darm de resterende delen op de anus aan te sluiten. Het inwendig dunne-darm-stoma werd in de jaren zestig voor het eerst ontwikkeld door de Zweedse chirurg Kock. Kock construeerde van de dunne darm een zakje en een soort ventiel dat door de buikwand steekt. Als de patiënt een slangetje door dit ventiel steekt, loopt de inhoud van het stoma door interne druk naar buiten.

Meijer verbeterde de techniek van Kock. Hij construeert de inwendige zak sneller en anders dan Kock. De operatietijd is daarmee aanmerkelijk teruggebracht. Kock gebruikte speciale nietjes om het ventiel te maken. Die lieten na verloop van tijd los. Of er vormde zich een afzetting op de nietjes waardoor lekkage ontstond. Meijer ondersteunt het ventiel anders, met dermaal schapecollageen dat met de darm blijkt te vergroeien. Dermaal schapecollageen is schapehuid waar alle eiwitten zijn uitgehaald en waarvan het bindweefsel is overgebleven. Op een andere wijze geprepareerd wordt schapecollageen gebruikt bij de bedekking van brandwonden, bij liesbreuken en bij hernia-operaties. Er is nog geen uitzicht op ruime toepassing van de nieuwe stomatechniek. De produktierechten van het speciaal geproduceerde schapecollageen berusten bij een industrie die niet wil produceren.

    • Jelle Vaartjes